Icon--npo Icon--EO Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--pinterestCircle Icon--facebook Icon--facebookCircle Icon--twitter Icon--snapchat Icon--instagram Icon--clip Icon--whatsapp Icon--pinterest Eva Logo
1 december 2015 in Opvoeding en gezin
Reageer

Bonusvragen aan Ronald en Michel Mulder

Corien Oranje is jeugdboekenschrijver, blogger en grenzeloos nieuwsgierig. In Eva & Adam interviewt ze interessante Nederlandse mannen. Deze keer zijn schaatsers/skaters Ronald en Michel Mulder aan de beurt.

Hoe is het om in zo’n groot jongensgezin op te groeien?
Michel: “Het was aardig druk. Ik deelde met Ronald een stapelbed, en ’s morgens moest je met z’n allen één douche delen.”

Ronald: “Dat was wel eens een gevecht. Maar ik het heb het nooit als storend ervaren. Ik heb geen vergelijk. En vooral nu we uit huis zijn is de band met elkaar heel erg goed, we zoeken elkaar op, we komen graag bij elkaar.”

Jij speelt gitaar, Ronald?
Ronald: “Ik heb pas mijn eerste gitaar gekocht. We hebben in onze kerk een onwijs goed muziekteam, en een jongen uit de band is met een popschool begonnen. Ik heb nu ruim een jaar les bij hem en ik vind het een heerlijke ontspanning tussen wedstrijden door. Ik neem de gitaar mee als ik op trainingskamp ga. Ik houd van muziek. Van rock en blues, van Muse. Ik ga eerst proberen te bereiken wat ik kan met het schaatsen, en als dat niet meer gaat – misschien ga ik dan in een band. Lijkt me leuk.”

Hoe bereid je je voor op een belangrijke wedstrijd?
Ronald: “Je bent er al heel lang mee bezig. Je hoopt dat je de nachten ervoor goed slaapt, maar je ligt ook wel eens een nacht wakker. Op de dag zelf ben je heel geconcentreerd.” 

Michel: “Van tevoren kijk je rustig op bed een serietje. Je hebt je warming-up, die is altijd hetzelfde, dat geeft houvast. Muziek? Ik weet dat er sporters zijn die met een koptelefoon op lopen, maar ik doe dat niet. Ik wil me niet te veel afsluiten, ik wil graag in de omgeving blijven.”

Ronald: “Ik doe mijn telefoon uit zodat ik niet word afgeleid. Als ik in een groepschat van de familie zit, gaat het over heel andere dingen. Ik wil focussen, de wedstrijd zo vaak mogelijk visualiseren.”

Ben je nooit bang als je moet skaten? Jullie zijn deze zomer gevallen...
Michel: “Nee hoor. Dat vallen gebeurt een keer per jaar. Dan heb je meestal wat schaafwonden. Asfalteczeem noemen ze dat. Soms breek je eens wat. Dat hoort beetje bij de sport, maar ik sta daardoor niet bang aan de start.” 

Hoe is het om ineens een bekende Nederlander te zijn? Wat doet dat met je?
Michel: “Dat was wel even wennen.”

Ronald: “Toen we besloten dat we gingen schaatsen waren we alleen bezig met: hoe word ik zo goed mogelijk. Je kiest er niet voor om bekend te worden. Ik vind het niet erg. Maar ik ga niet op drukke momenten naar de stad, want je wordt overal herkend. Maar over het algemeen is het leuk. Vooral dat wij als tweeling samen de top hebben gehaald. Nou ja, ik was derde, maar ik ga ervoor om de top te halen. Ik heb nog even.”

Michel: “Na de Olympische Spelen kwam ik in het begin overal te laat, iedereen wilde met me praten. Het moet niet te gek worden, je wilt graag goed sporten. Je kunt niet te veel afleiding erbij hebben. Daar moest ik wel een weg in vinden. Maar ik vind het hartstikke leuk als kinderen heel enthousiast worden als ze me zien, als ik ze kan inspireren om te gaan sporten.”

Ronald: “Ik ben in augustus getrouwd, en dat hebben we geheimgehouden. Op de dag zelf is het toch uitgelekt. Er stonden mensen in Zwolle bij het stadhuis te wachten. Maar ik had het al aan zien komen, dus wij waren zelf in Rijssen-Holten. Ik wilde geen onrust die dag. Het is heel vervelend als er een camera bij is.” 

Hoe belangrijk waren jullie ouders voor jullie carrière?
Ronald: “Heel belangrijk. We trainden in het begin in Deventer, eerst twee keer in de week, daarna drie keer, toen zelfs vier keer. Mijn vader bracht ons altijd, hij ging altijd mee. Zelfs toen Michel al een rijbewijs had. Soms hadden we een wedstrijdje van 100 meter. Dan reed hij voor die 100 meter naar Deventer toe. Gekkenwerk, maar dat hadden onze ouders voor ons over. Daardoor hebben we dit kunnen doen.”

Wat zou jij aan Jezus willen vragen?
Ronald: “Ik zou zeggen: zie je wel!” (denkt even na). “Ik denk dat ik in eerste instantie heel blij zou zijn, maar als ik toch even bij zinnen zou komen, zou ik vragen: moeten er echt mensen verloren gaan? Je naasten die je goed kent en die niet geloven...”

Wat betekent je coach voor je?
Michel: “Ik train al 8 jaar met Gerard van Velde. Hij was eerst zelf Olympisch kampioen. Hij was mijn grote voorbeeld. Het is heel fijn dat je elkaar zo goed kent, dat je alles samen hebt meegemaakt. Hij helpt me, geeft me aanwijzingen, zorgt dat ik beter word.

Ronald: ‘Het is fijn om met een coach te kunnen praten als je onder spanning staat. Zonder wedstrijdspanning lukt het niet. Het lukt alleen als je uitzonderlijk onder druk staat. Daarin komt wel het beste naar boven. Ik vind het lekker om dan met hem te kunnen praten.”

Wat doen jullie met oudjaar?
Ronald: “Dan zijn we meestal lekker thuis. Een relaxt dagje. Ik ga niet te laat naar bed, een uur of één. Een paar dagen later zijn er weer wedstrijden. De tijd van Kerst en oudjaar staat in het teken van schaatsen. Je kunt niet uitbundig feest gaan vieren. Het leven van een topsporter gaat 24/7 door. Je hebt relatief veel vrije tijd. Maar veel dingen kun je niet doen, omdat het te veel energie kost. Met vrienden op stap, een biertje en misschien nog een, laat naar bed – dat is allemaal ballast voor je lichaam. Ik mis het niet. Wat ik ervoor terugkrijg, vind ik veel belangrijker.”

 

 

Reacties