Icon--npo Icon--EO Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--pinterestCircle Icon--facebook Icon--facebookCircle Icon--twitter Icon--snapchat Icon--instagram Icon--clip Icon--whatsapp Icon--pinterest Eva Logo
26 januari 2017 in Eva van de maand
Reageer

‘Een week stond ik te werken op de put’

Wat heeft Rinke Verkerk met boeken? En met het Midden-Oosten? Een aanvullend interview met onze Eva van de maand.

Wat heb jij met boeken?
“Als kind mocht ik al graag lezen. Als ik moest kiezen tussen het spelen met vriendinnetjes of alleen een boek lezen, koos ik er voor om alleen te zijn. Ik leende het biebpasje van mijn moeder en zusje en ging vervolgens naar de bibliotheek om vijftien boeken te lenen. Pietje Bell, paardenboeken, Roald Dahl, alles heb ik verslonden. In groep zes begon ik aan de Francine Rivers- en Lynn Austin-boeken van mijn moeder.”

Als student werkte jij in de bouw…
“Mijn vader is uitvoerder en ook mijn broertje werkte vroeger op de bouwput. Ik idealiseerde het idee van met je handen werken in de zon en in regen. Op een dag  zei mijn vader: ‘Ik heb een verrassing. Je mag een week meewerken!’. En zo stond ik als eenentwintigjarige student een week te timmeren op de put. Het vroor, het was ijskoud, donker en ik was het hulpje van een ervaren bouwvakker. Maar ik vond het leuk! Aan het einde zeiden mijn collega’s: ‘Je moet niet denken dat een snuffelstage jou tot bouwvakker maakt, dame.’ Moedig zei ik: ‘Ik kom heus terug!’ En dat deed ik. Die zomer werkte ik in mijn vakantie elke dag op de put. Als enig meisje.”

En met dat verhaal ben je in Volkskrant Magazine gekomen?
“Ja, want iedereen reageerde zo verbaasd als ik vertelde wat ik met mijn zomer deed. Ik dacht, misschien vindt de redactie van mijn lievelingsmagazine dat ook! Ik heb hen hartstikke zenuwachtig opgebeld en ratelde er zo op los dat de eindredacteur meteen doorhad dat ik een groentje was. Toch gaf hij me een kans. Ik mocht ze een artikelvoorstel sturen. Zo kwam mijn allereerste verhaal in Volkskrant Magazine.”

Kwam je er door deze ervaring achter dat je journalist wilde worden?
“Nee, dat heb ik stiekem altijd gewild, maar ik dacht dat het me nooit zou lukken. Ik deed de studie Taal en Communicatie en had geen verstand van de journalistiek. Dat eerste artikel was per ongeluk goed gegaan. Ik stuurde ze vervolgens tientallen mailtjes met ideeën, maar dan kreeg ik een mail terug met de vraag: ‘Wat is je invalshoek?’ Invalshoek?, dacht ik dan, wat is dat? Ik moest alles nog leren. Ik had aan iets geroken waar ik meer van wilde, maar ik was bang dat ik het niet zou krijgen, omdat ik eigenlijk niet wist wat ik aan het doen was.”

Uiteindelijk is het je gelukt en ben je als journalist veel in het Midden-Oosten geweest. Waar komt je voorliefde voor dit gebied vandaan?
“Als student deed ik oppaswerk bij een echtpaar bij mij in de straat. Zij hadden het boek Sultana, een Saoedi-Arabische Prinses in de kast staan. Dit gaat over het leven van een Arabische prinses. Ik trok het boek uit de kast en ben het waargebeurde verhaal gaan lezen. Ik vind het nog steeds lastig om uit te leggen waarom, maar het boek raakte mij. De cultuur, het gevecht voor de vrijheid en het feit dat op dezelfde aardbodem als waar ik op loop, vrouwen worden verdronken in een zwembad omdat ze een Westers vriendje hebben.  Het fascineerde me. Ik ben een master Midden-Oosten gaan volgen en mijn fascinatie veranderde in voorliefde.”

Maar je was er nog nooit geweest?
“Dat klopt, het was een grote droom van mij. Toen een vriendin voor vrijwilligerswerk naar Jordanië ging, besloot ik mee te gaan om verhalen te schrijven voor kranten en bladen. Ik was nieuwsgierig naar de levens van de mensen in de vluchtelingenkampen. Zijn ze eigenlijk wel zielig? Zitten ze de hele dag voor hun tent op brood te wachten? Wat doen ze met hun leven? Het antwoord: nee, ze zijn niet afwachtend. Ze zijn mega-ondernemend, creatief, veerkrachtig. Verschillende keren ben ik in dit kamp geweest en uiteindelijk heb ik samen met fotograaf  Thijs Heslenfeld het boek Anything Out Of Nothing uitgegeven, waarin portretten van onze bijzonderste ontmoetingen zijn gebundeld.”

Heb je contact gehouden met deze vluchtelingen?
“Eenmaal terug in Nederland gingen sommige mensen mij appen. Dat voelt ingewikkeld. Ze denken dat ze eindelijk connecties met Europa hebben, maar ik kan geen verblijfsvergunning voor hen regelen. Inmiddels zijn er een paar jongens woonachtig in Nederland. Voor hen kan ik iets betekenen. Job (Rinke’s man, red.) en ik zitten aan te denken om een logeerkamer voor vluchtelingen vrij te maken, zodat ze af en toe een weekendje even uit het azc kunnen. Ik heb een hart voor deze mensen.”

Reacties