Icon--npo Icon--EO Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--pinterestCircle Icon--facebook Icon--facebookCircle Icon--twitter Icon--snapchat Icon--instagram Icon--clip Icon--whatsapp Icon--pinterest Eva Logo
4 april 2017
Reageer

Broer & zus

“Zal ik het even doen?” vraagt Rianne. Tom zit een beetje voor zich uit te staren. We hebben gebeden, de boterham ligt op zijn bord. Ik ben nog wat vergeten, en schiet de keuken in. “Ik kom eraan hoor!” De zin die ik het vaakst uitspreek.

Als ik terugkom en aanschuif zie ik dat Rianne probeert de blik van haar broer te vangen. “Tom, wat wil je op brood? Salami of smeerworst?” Ze houdt het allebei voor zijn neus. Tom kijkt op en wijst naar de meerworst. “Die.”

“Hoe vraag je dat?” imiteert ze mij. Hij grijnst. “Mág – ík – smeerworst?” “Oké.” Ze smeert zijn boterham. Ze kijkt er lief, ernstig, grote-zusserig bij. Normaal gesproken doe ik dit. Toch lijkt het vanzelfsprekend. Het ontroert me.

Als de boterham klaar is kijkt Tom mij aan. “Ketchup?” Rianne, nog helemaal in haar zorg-rol, zegt: “Oooo, wat zég je dat goed! Ik ga het wel even pakken hoor. Dat is toch wel goed, mam?” “Natuurlijk, lieverd.” Tom fladdert vrolijk met z'n handen. 

Toen Rianne nog een stuk kleiner was, was ik weleens bang voor hoe het zou gaan. Zou ze zich gaan schamen voor haar broer? Zou ze wel vriendinnetjes mee naar huis durven nemen? Zou ze niet gepest worden? Gelukkig is dit niet aan de orde. Vriendinnen zijn redelijk gewend aan die broer die weinig praat, veel gilt en een beetje anders is.

“Hij doet niks hoor”, heb ik Rianne al vaker horen zeggen.

Tom bepaalt voor een groot deel wat er wel en niet in ons gezin gebeurt. Dat is onvermijdelijk. Impulsieve uitstapjes zijn er niet. Er is überhaupt maar weinig wat we als gezin kunnen doen. Tom heeft de neiging weg te lopen, en als hij de situatie niet begrijpt gaat hij gillen of op de grond liggen. Op vakantie met het gezin deden we vier jaar geleden voor het laatst.

Rianne is dus doorgaans vol begrip, maar soms verzucht ze dramatisch: “Waarom moet ík nou juist zo'n broer hebben?!" Toch weet ik dat ze dol op hem is. Ze weet niet beter, hij hoort bij ons, en ze wil graag contact met hem. Zijn gegil en geduw weerhouden haar er niet van hem te blijven pushen en bevragen.

“Kom Tom, zullen we ballen? Zullen we zingen? Kijk eens, weet je wat dit is?”

Meestal weert hij haar af, maar als het haar toch lukt om even iets samen te doen, een klapspelletje of naar elkaar rollen met een bal, al is het maar heel even, straalt ze.

Gelukkig hebben we hulp bij de zorg voor Tom, wat het mogelijk maakt dat ook Rianne de nodige aandacht krijgt. En om het weekend logeert hij, en hebben we wat rust en kunnen we doen wat met hem erbij niet kan. Naar het bos, naar het zwembad, naar het strand, ergens wat eten. En daar genieten we dan extra van. Omdat het zo bijzonder is.

Op zondagmiddag halen we hem altijd weer op, met z'n drieën. Op de heenweg kan ik niet wachten om hem weer te knuffelen. Maar het mooist aan het weerzien is hoe blij ze kijken, naar elkaar. Die bijzondere broer en zus. 

Deze column verscheen eerder in Eva en is geschreven door Esther de Graaff. Ze schrijft meer over haar ervaringen als moeder met een zoon met autisme op haar blog Esther Vandaag.

De kinderen op de foto zijn niet Tom en Rianne.

Reacties