Icon--npo Icon--EO Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--pinterestCircle Icon--facebook Icon--facebookCircle Icon--twitter Icon--snapchat Icon--instagram Icon--clip Icon--whatsapp Icon--pinterest Eva Logo
30 maart 2016 in Eva en Adam

'Ik heb altijd mensen willen bereiken, wat voor ze willen betekenen'

Hulpverlener en coach, Frits Rouvoet, vertelde in Eva & Adam zijn verhaal. Deze extra vragen stelde Corien oranje aan hem.

In wat voor gezin groeide jij op?

“In een christelijk gereformeerd gezin, als oudste van vier kinderen. Ik was vanaf mijn tienerleeftijd actief betrokken bij de jeugdvereniging, bij evangelisatiewerk. Mijn vader had met zijn broer en vader een delicatessenwinkel. Ik vond het leuk, ik heb als kind veel in de winkel gewerkt. Iedereen dacht dat ik hem zou opvolgen.”

Wat voor opleiding heb je gedaan?

“Niks. Ik was op school een dromer, ik zat veel naar buiten te kijken. Ik moest de zesde klas van de lagere school overdoen, en daarna ben ik naar de lts gegaan. Maar ik was helemaal niet handig. Alles wat ik maakte, was scheef. Ik ben gezakt – ik had ook helemaal niet geleerd voor het examen – en ik moest bij de directeur komen. Die stelde voor dat ik een andere richting zou gaan doen. 

Ik ben van school afgegaan en ben op de markt gaan werken. Dat vond ik heerlijk, met mensen omgaan. Heel vroeg opstaan, warmte, kou, regen, wind: ik vond het allemaal goed. 

Later had ik mijn eigen groente- en fruitzaak. Maar ik was niet echt zakelijk. Mijn koelcel stond vol met hulpgoederen voor Polen. Mijn interesse lag meer bij mensen dan dat ik echt bezig was met zaken doen. 

In 1998 ben ik in de gemeente betrokken geraakt bij een project waarbij we in Amsterdam allerlei praktische projecten opzetten om als christen aanwezig te kunnen zijn in de maatschappij. Een kinderdagverblijf, een kopieercentrum, een christelijke boekwinkel.  

Ik heb altijd mensen willen bereiken, wat voor ze willen betekenen. Met dat evangelisatiewerk indertijd kwam mijn roeping. Ik ben veel voor Polen bezig geweest. In 1989, toen de grenzen opengingen, ben ik meteen naar Roemenië gegaan. Na de val van het communisme in 1991 ben ik naar Albanië gereisd. Via Open Doors had ik een gids geregeld, en we zijn naar dorpjes in Albanië gegaan met hulpgoederen. We renoveerden scholen en ziekenhuizen, en creëerden werkvoorzieningen. We betrokken daar allerlei kerken in.

Sprak je de taal?
Nee. Ik spreek de taal niet, ik spreek beroerd Engels. Maar ik ben niet bang om af te gaan in een taal, en ik ben een mensenmens. Ik ga ergens heen en ik maak contacten. 

En waar sliep je dan?
Bij mensen thuis. Ik vind het leuker om bij mensen thuis te slapen dan in een hotel. Samen met John Jansen van Galen, een reporter van de VPRO, heb ik een week door Albanië en Roemenië getrokken. We lagen soms op juten zakken. Maar in Roemenië lieten mensen ons in hun eigen bed slapen - waar ze eerst de kippen vanaf gejaagd hadden.” 

Kreeg je veel kritiek toen je begon met je werk op de wallen?

“Heel veel. Als man kon je dit werk niet doen. We waren niet professioneel. We waren te veel betrokken bij onze cliënten. Maar we hadden geen cliënten, maar mensen die ons toevertrouwd waren. Ik werkte met ze samen alsof het mijn vrienden waren.” 

Wat is de boodschap die je wilt meegeven aan mannen?

“Toen in het jaar 2000 de prostitutie legaal werd gemaakt, hebben wij als Nederlanders dat toegelaten. Er is nauwelijks protest gekomen. We moeten mannen vertellen: dit is niet normaal. 

Ik vind het niet normaal als ik een man van 45 vanuit zijn kantoor over de wallen zien lopen en bij een 19-jarig meisje naar binnen zie stappen. En daar dan aan haar vertelt dat hij een dochter van 19 jaar heeft, die het zo goed doet in haar werk en die zo leuk op vakantie gaat. Dat meisje zat naderhand huilend bij mij in het kantoor. ‘Hoe kan hij dat doen?’ zei ze. ‘Hoe kan hij over zijn dochter vertellen, en dan niet geïnteresseerd zijn in mij?’ 

‘Je bent geen prostituee,’ zeg ik tegen de meisjes. ‘Je zit in deze situatie, maar dit is niet wie jij bent. Jij bent iemand die een goede moeder wil zijn.’” 

Merk je dat er dingen veranderen?

“Toen we een paar jaar bezig waren, begonnen er vrouwen uit het werk te stappen. We hebben toen opvang voor ze geregeld, we hebben contactpunten, we hebben een netwerk opgezet in Roemenië en dat doen we nu ook in de rest van Oost-Europa. Er zijn allemaal christenen bij betrokken die de vrouwen helpen om terug te keren naar hun land. 

We proberen nu ook samen te werken met zakenmensen. Het gaat ons daarbij niet om geld. Het gaat erom dat we de vrouwen aan werk helpen, zodat ze hun droom achterna kunnen gaan. Dan ben je toch veel effectiever bezig? 

Ik heb in het Roemeense parlement mogen spreken. Je merkt dat je een stem gaat krijgen. Ik kan een ambassadeursfunctie vervullen voor de vrouwen.” 

Waarom gaan er bij Stichting Bright Fame ook mannen de straat op om prostituees te bezoeken?

“We zijn daar voorzichtig in. We gaan nooit met twee mannen de straat op, altijd met een vrouw samen. Ik zal zelf ook nooit in mijn eentje bij iemand op bezoek gaan. Maar ik denk dat juist mannen een stuk genezing en herstel kunnen brengen. Waar mannen de pijn hebben gebracht, kunnen ze ook de genezing brengen. Deze vrouwen hebben het recht om mannen te ontmoeten die anders zijn. 

Een man brengt iets heel anders dan een vrouw. Ik vraag niet: ‘Wie heeft je nagels zo mooi gedaan?’ of ‘Hoe kom je aan die extensions?’ Maar ik kan wel heel eerlijk spreken over mijn eigen verslaving. Toen ik 21 was, was ik gokverslaafd. Ik gleed steeds verder af, en haalde zelfs bij mijn baas geld uit de kassa. Ik weet hoe het is om te leven met schaamte. Om geen toekomst te zien. Ik ben ook door een proces heengegaan.

Een van de jongens die de straat opgaan, is 24. Hij vertelt hoe hij omgaat met zijn vriendin. Daar willen de vrouwen alles over weten, van zo’n ander soort relatie.”

Welk persoon uit het verleden zou je graag willen ontmoeten?

“Ik had heel graag een tijdje op willen trekken met majoor Bosshardt. Ik heb haar nooit ontmoet, maar zij werkte natuurlijk ook in het stukje Amsterdam waar ik werk. Ik zou met haar willen praten over hoe zij het heeft gedaan, wat haar motiveerde, wat haar kracht gaf, hoe ze omging met wat ze tegenkwam aan nood. Ik vind het bijzonder dat ik mag optrekken met Peter Vlug sr. Hij is 83 jaar, en hij is als een geestelijk vader voor mij. Af en toe kom ik bij hem thuis voor een gesprek en soms bel ik hem.

Wat leer je van hem?

Hij is een generatie ouder dan ik, en hij hoort bij de mensen die gepionierd hebben. Tegenwoordig moet alles eerst goed georganiseerd zijn voor je ergens in kunt stappen. Je moet het geld hebben, je moet een duidelijk plan van aanpak hebben. Mensen zoals Peter Vlug sr zijn ergens ingestapt en gaandeweg zijn ze gaan ontdekken hoe ze het moesten aanpakken. Zo zijn wij ook bezig.” 

Wat zou jij zeggen als je Jezus tegen zou komen?

“Ik zou vragen: ‘Heer, wat deed het U toen U Zacheüs in die boom zag zitten? Bij mij gaan er vaak toch gedachtes door me heen, maar bij U was er helemaal geen veroordeling. Kan ik U daar meer in navolgen?’”

Benieuwd naar het hele artikel? Blader naar bladzijde 62 in Eva 3.