Icon--npo Icon--EO Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--pinterestCircle Icon--facebook Icon--facebookCircle Icon--twitter Icon--snapchat Icon--instagram Icon--clip Icon--whatsapp Icon--pinterest Eva Logo
9 maart 2017

Mooie meiden-allergie

Ik voel meteen pukkels opkomen. Een hevige allergische reactie krijg ik zodra ik de vraag van de Eva-redactie binnenkrijg. Of ik een artikel wil schrijven over meidenvenijn.

Dat woord alleen al voert me naar de Saskia’s en Sylvia’s van mijn jaren tachtig-jeugd. Meiden met prachtige blonde haren, een soepele motoriek, sociaal vaardig en in het ergste geval ook nog lief. Meiden die de grijze muizen in hoekjes en gaatjes laten verdwijnen. Die muurbloempjes laten verdorren door hun schoonheid en pracht. Nee, ik ben zelf niet gepest, al gaf ik daar met mijn bril, sproeten, beugel en stramme pootjes tijdens gym in feite alle reden toe. Maar ik voer een plaatsvervangende strijd tegen de Queen Bee’s. Op de middelbare school vermeed ik deze types, dat was uiteraard uit zelfbescherming. Als ze mij niet opmerkten, bestond de kans op buitensluiten ook niet. Dus zocht ik mijn eigen cluppie op. 

Ook nu probeer ik mijn allergie te onderdrukken door bij het eerste het beste meidenvenijn de andere kant op te lopen. Laat mij maar lekker de underdog zijn.

Mijn nichtjes kennen mijn stokpaardje inmiddels als zij het hebben over populaire meiden die dicteren wat de rest moet doen. “Later zitten ze met hun mooie hoofdje achter de kassa, terwijl jij lekker hebt gedaan waar je goed in was.” Als ik die woorden zeg, vind ik mezelf een held en meteen voel ik dat het wringt, want ik oordeel nu net zo hoogmoedig en hard. 

“Het zijn niet altijd de verlegen types die worden buitengesloten, hoor,” zegt een deskundige die zelf is gepest en nu vrouwen helpt op de werkvloer. “Nee, het kunnen juist populaire meiden zijn die als een bedreiging worden gezien.” En een andere deskundige zegt: “Als je zelf je waarde ziet als kind van God, heb je geen reden om een ander omlaag te halen. Dan ervaar je rust.”

In één keer flitst mijn jeugd aan me voorbij en zie ik dat mooie, sportieve meisje met haar betraande gezicht voor ons groepje staan. Of ze als-je-blieft vriendinnen met ons mocht worden. En wij, of laat ik het bij mezelf houden ik, het kortgeknipte, sproetige en angstige dier, zei keihard ‘Nee’. Ze mocht niet.

Later kwam het wel weer goed, we hebben samen een leuke schooltijd gehad. Maar toch staat dat ene moment waarin ik veranderde in iemand van steen me helder voor de geest.

Nog voor de Saskia’s en de Sylvia’s de middelbare school bezetten, was ik zelf iemand die een muur neerzette tussen ons en die ander. Gewoon omdat ze te spontaan, te knap en te leuk was. Die pukkels op mijn huid, die heb ik zelf veroorzaakt.