Icon--npo Icon--EO Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--pinterestCircle Icon--facebook Icon--facebookCircle Icon--twitter Icon--snapchat Icon--instagram Icon--clip Icon--whatsapp Icon--pinterest Eva Logo
24 mei 2017

‘Opeens rook ik vuur. Ik geloofde het niet!’

Arda Reinds is drie maanden getrouwd en net zwanger als ze op 16 september 2004 geschept wordt door een tractor. “Sindsdien kon ik niet meer ruiken en proeven. Plotseling was ik continu alert op wat er om me heen gebeurde.”

“Aan mijn man werd verteld dat het kindje het waarschijnlijk niet zou overleven en dat het onbekend was hoe ik hieruit zou komen. Maar tegen alle verwachtingen in, ging het steeds beter en mocht ik van de intensive care af. Ik ging revalideren en uiteindelijk mocht ik naar huis. Op 7 april werd onze zoon Imma Jozua geboren, wat betekent ‘God met ons, God redt’.” 

“Wel kwam ik erachter dat mijn reuk en smaak waren veranderd. Niets smaakte me meer en na onderzoeken bleek dat de zenuwen blijvend beschadigd waren. Langzaam verdwenen ook de herinneringen aan hoe dingen ruiken en proeven. Wat ik in grote lijnen nog waar kon nemen was zoet, zuur, zout, bitter, droog, sappig, warm en koud. Ik realiseerde me dat ik mijn man niet meer kon ruiken en dat ik nooit zou weten hoe onze kinderen roken. Ik was continu alert op wat er om me heen gebeurde. Vergeet ik het gas uit te doen? Heeft er iemand een poepbroek? Brandt er iets aan?” 

“Het was een verdriet dat voor de buitenwereld niet zichtbaar was, maar waar ik dagelijks onder leed. Maar ik vond dat ik niet moest klagen want het had allemaal zoveel erger kunnen aflopen.” 

“Afgelopen zomer gingen we met vrienden naar een christelijke conferentie. Ondanks de gezelligheid en mooie diensten voelde ik me onrustig omdat ik wist dat er aan het einde van de week een zogenaamde ‘genezingsdienst’ zou zijn. Ik had het gevoel dat ik voor me moest laten bidden terwijl ik daar eigenlijk geen zin in had. Ik had het altijd wat overdreven gevonden om anderen te laten bidden of God mijn reuk en smaak terug wilde geven. Ik wilde vooral dankbaar zijn dat dit het enige was dat ik aan het ongeluk had overgehouden.”

“Maar de avond van de genezingsdienst brak aan en wat was het mooi! Wat me positief verbaasde was dat we aan het einde aangemoedigd werden om simpelweg voor elkaar te bidden. Ik had verwacht dat het een of ander spektakel zou worden, maar het was juist heel laagdrempelig. Als vrienden gingen we voor elkaar bidden. Gewoon naar elkaars zorgen luisteren en het voorleggen aan de Here God. Bij sommigen gebeurde er iets, bij mij niet. Ik vond het stiekem ook wel moeilijk om voor te stellen hoe dat dan eigenlijk zou zijn: na al die jaren weer ruiken en proeven.” 

“Er was vervolgens op het podium ruimte om getuigenissen te geven. Terwijl ik stond te luisteren, voelde ik een erge hoofdpijn aan de zijkant van mijn hoofd en toen rook opeens ik vuur! Ik geloofde het eerst niet. Toch vertelde ik het aan de vriendin die naast me stond. Verbaasd keek ze me aan: zij rook ook vuur! Later bleek dat er buiten, uit ons zicht, vuurkorven werden aangestoken voor het tienerprogramma later die avond. Ik rook het. Een wonder! Ze haalde meteen een reep chocola tevoorschijn: ‘Stukje proeven?’”

“Het verhaal van dit wonder hang ik niet aan de grote klok omdat ik me wat ongemakkelijk voel naar mensen die in mijn beleving veel meer ‘recht hebben’ op een wonder en bij wie dit niet gebeurt. Toch wil ik dit verhaal hier delen, zodat jullie horen dat God het ondenkbare nog steeds kan en nog steeds doet. Tot Zijn eer!” 

Tekst: Suzanne Nelemans