Icon--npo Icon--EO Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--pinterestCircle Icon--facebook Icon--facebookCircle Icon--twitter Icon--snapchat Icon--instagram Icon--clip Icon--whatsapp Icon--pinterest Eva Logo
5 september 2017

'Mijn leven was een feestje, en nu is het klaar'

Redacteur Martineke Poppe wil haar ogen niet meer sluiten voor de discussie ‘voltooid leven’. Ze interviewt dr. Els van Wijngaarden, die als eerste in Nederland promoveerde op dit onderwerp.

Soms spelen in de samenleving discussies die ik liever uit de weg ga. Omdat ze ethisch ingewikkeld zijn of omdat de impact ervan op mijn eigen leven klein lijkt. Ik hoor het aan en steek lekker mijn kop in het zand. Eventueel nog mompelend: ‘ik ben er gewoon tegen. Klaar.’ Eerlijk is eerlijk, het onderwerp ‘voltooid leven’ was er zo een…

Maar eigenlijk kan ik niet meer om dit item heen. Je kan de krant niet openslaan of het gaat erover. En bij de Tweede Kamerverkiezingen was het zelfs een van de belangrijkste debatonderwerpen. Het geeft me een ongemakkelijk gevoel. Blijkbaar woon ik in een land waar mensen wonen die werkelijk zelf willen kiezen voor hun dood. Die in het volle bewustzijn en op waardige wijze willen sterven op een door henzelf uitgekozen moment. Omdat ze vinden dat hun leven ‘klaar’ is. Voor mij is dat onvoorstelbaar. Maar luister ik globaal naar de verschillende geluiden in de media, dan lijkt de overheersende gedachte te zijn dat hier ruimte voor zou moeten komen. En daar niet alleen: in een voorzichtig gesprek over dit onderwerp met (christelijke) vriendinnen die werkzaam zijn in de zorg ontdek ik ook bij hen een zekere nuance en openheid ten opzichte van dit verlangen. Ze staan er dus niet volledig afwijzend tegenover.

Ik besluit de discussie ‘Voltooid leven’ niet meer te mijden, al probeer ik evenmin een mening te vormen. Dankbaar ontvang ik de toezegging voor een interview met dr. Els van Wijngaarden. Want zij deed als enige in Nederland onderzoek naar voltooid leven bij ouderen en promoveerde vorig jaar op dit onderwerp aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht. Haar boek Voltooid leven – de publieksuitgave van haar onderzoek – lees ik met interesse. Els neemt me als lezer mee in de levens en in de gedachten van relatief gezonde mensen die iets zeggen als: ‘mijn leven is een feest geweest, en nu is het klaar.’

Het moet toch kunnen?

Die laatste zin is een citaat van een oude, maar kwieke dame. Ze zei het in de documentaire Ongeneeslijk oud die de HUMAN uitzond in 2010. De vrouw pleitte voor een zelfgekozen dood omdat ze opzag tegen eventuele aftakeling. Het ambivalente in haar verhaal raakte Els en riep talloze vragen bij haar op. Els: “Een verlangen naar de dood is zo oud als de weg naar Rome. Zelfs de Bijbel spreekt erover, in Psalm 42 bijvoorbeeld. Maar de publieke roep om een zelfgekozen dood te institutionaliseren is nieuw. En de massaliteit van dit geluid is opvallend. De heersende opinie lijkt: het moet toch kunnen. Maar beseffen we wel voldoende waar we het over hebben? Wat als je er werkelijk mee te maken krijgt? Als arts bijvoorbeeld, of als naaste familie van iemand met dit verlangen? Kun je dan ooit een rationele en weloverwogen mening hebben? En wat zijn überhaupt de diepste beweegredenen voor een zelfgekozen levenseinde? De discussie fascineerde me. Zeker toen ik erachter kwam dat er nog nauwelijks onderzoek naar was gedaan op basis waarvan politici ethisch beleid kunnen ontwikkelen.”

Er helemaal klaar mee zijn

Els sprak voor haar promotieonderzoek onder meer langdurig met 25 respondenten die hun levenseinde proactief willen bepalen. Ze probeerde tijdens de gesprekken werkelijk in hun leefwereld te komen, zodat ze alle facetten leerde kennen die ten grondslag liggen aan hun doodswens. Vijf thema’s blijken in alle verhalen een rol te spelen:

-        een diep gevoel van existentiële eenzaamheid;

-        het gevoel er niet meer toe te doen;

-        een groeiend onvermogen om zich te uiten op een wijze die kenmerkend voor de persoon was;

-        een geestelijke en lichamelijke levensmoeheid;

-        een innerlijke afkeer van en weerzin tegen (gevreesde) afhankelijkheid.

Els: “De ouderen die ik ontmoette lijden aan het vooruitzicht verder te moeten leven omdat ze ‘er helemaal klaar mee zijn’. In de gesprekken legden ze hun ziel aan mij bloot. En dat maakte indruk. Sommige respondenten waren vrolijk en hadden een prachtig leven gehad. Maar uiteindelijk wilden ze er liever niet meer zijn. En dat gevoel bracht hen in een grote spagaat, omdat ze worstelen met deze stervenswens en de gelaagde oorzaken die hieraan ten grondslag liggen. Enerzijds lijden de mensen aan een werkelijk verlies van zowel sociale als fysieke capaciteiten, anderzijds aan de angst voor wat nog komen gaat.”

Je telt niet meer mee

Volgens Els ligt een belangrijke oorzaak bij onze samenleving. “Ten diepste denken we alleen nog mee te tellen mee op basis van onze economische productiviteit. Daarnaast wordt het leven schijnbaar ‘maakbaar’. We zien op tegen aftakeling en beschouwen de dood niet meer als iets natuurlijks. Bovendien hechten we  in Nederland veel waarde aan zelfbeschikking. Voltooid leven lijkt gebaseerd te zijn op een ideologie. Misschien wordt de hele discussie daarom wel zo geharnast gevoerd: je bent ervoor of je bent ertegen. En het gaat over rechten en plichten. Maar ik ben bang dat we belangrijke onderliggende problemen hierdoor uit het oog verliezen. Als we de situatie van onze ouderen en onze visie op ouderdom breder erkennen en met compassie naar hen luisteren, komen we misschien tot betere oplossingen. We lopen denk ik te hard van stapel. Het is toch frappant dat steeds meer beroepsgroepen zich keren tegen een overhaast beleid over voltooid leven?”

Els haalt de huidige ouderenzorg aan: “We willen onze ouderen bezighouden, met uitjes, met plezier. Maar wat doen we met de maatschappelijke component dat ouderen zich ten diepste nutteloos, eenzaam en uitgerangeerd voelen? Kunnen we het verdragen dat dit gevoel leeft? Mag het er zijn? De ouderen die ik sprak, verzetten zich unaniem tegen hun ouderdom en alles wat daarbij komt kijken. Ze kunnen zich er uiteindelijk niet bij neerleggen en lijden daaronder. Maar ze kunnen er evenmin over praten. Eigenlijk worden ze niet gezien.”

God geeft het leven

Ondanks alles blijft mijn vraag: wat moet je als christen met de discussie aan? Wij geloven immers dat alleen God ons levenseinde bepaalt? Els: “Ik heb christenen gesproken die zeggen: ‘God heeft mij het leven gegeven, dan mag ik het ook teruggeven.’ Het probleem is dat wij willen normeren. Maar mensen zijn zo verschillend. We stappen soms te snel over een heersend gevoel heen en wijzen dan naar de hoop die er is. We hebben de neiging om verdriet weg te poetsen of dicht te timmeren met mooie teksten. Maar dat is een grote miskenning. Pas als luisteren om te reageren overgaat in luisteren om te horen, kan sprake zijn van echt contact en kan verbinding ontstaan. Je komt verder met een vraag als: hoe is het voor jou om dood te willen?”

Meer onderzoek

Volgens Els is haar onderzoek nog maar een eerste kleine stap in het hele debat. “Ik spreek veel over het onderwerp en schuif regelmatig aan in adviescommissies. Daarin stuur ik aan op zorgvuldigheid en geduldige overwegingen. En ik pleit voor meer onderzoek, want we weten echt nog weinig. Maar dan nog betwijfel ik of we ooit tot een sluitend antwoord zullen komen.”

Els van Wijngaarden. Foto: Fjodor Buis

Meer weten?

Els van Wijngaarden schreef het boek Voltooid leven; over leven en willen sterven, uitgeverij Atlas Contact, ISBN 978 90 450 33044.

Ook werkte ze mee aan het manifest Waardig ouder worden, waarin wordt gepleit voor een waardig ouderenbeleid. Zie voor meer informatie: www.waardigouderworden.nl.