Icon--npo Icon--EO Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--pinterestCircle Icon--facebook Icon--facebookCircle Icon--twitter Icon--snapchat Icon--instagram Icon--clip Icon--whatsapp Icon--pinterest Eva Logo
14 oktober 2017 in Gezondheid

'Dit gaat over een andere mevrouw, toch?'

Inge heeft DCIS: een mogelijk voorstadium van borstkanker. In de maand oktober beschrijft ze het proces dat ze doormaakt. "U heeft geen kanker, dat is het goede bericht. Het minder goede bericht is dat wat u heeft kanker kan worden."

Gezocht: een landingsbaan

Jan is op deze D-day eerder thuis van zijn werk. Een wonderbaarlijke rust is binnenin mij waar we samen dankbaar voor zijn. Het zijn mijn bijzondere momenten met God. Nooit eerder heb ik dit zo beleefd. Het geeft een ongekende kracht. Het verschil tussen hoop en zekerheid. Polikliniek, afdeling chirurgie. Wachten duurt altijd lang. De tegelzetter drie meter verderop die alle tijd heeft om te bikken, plakken en wassen is een aangename afleiding. Een wel komisch plastisch werk van reconstructie in de buurt van de chirurgen. Eenzelfde soort werkvloer, zeg maar.

Opnieuw klinkt mijn naam. Een aardige assistente gaat ons voor. De chirurg staat op de gang al naar het computerscherm te kijken. Naar mijn borsten waarschijnlijk. “Ik heb een goed bericht en een minder goed bericht”, spreekt de witgejaste man uit. Ik zit nog te wachten op de vraag welk bericht we eerst willen horen. Is niet nodig. Hij gaat verder: “U heeft geen kanker. Dat is het goede bericht”. Oké, Jan en ik kijken elkaar even aan. De beslissende stem gaat door: “Het minder goede bericht is dat wat u heeft kanker kan worden”.

Met een passende pauze kijkt de arts me vriendelijk doordringend aan. “Dat betekent”, legt hij rustig uit, “dat ik u wel ga opereren en dat u bestraald zal worden”. Opnieuw zoeken Jan en ik elkaars ogen (en hart). 

“Dat valt me tegen”, zeg ik, en: “Kan het nog een half jaar wachten?”. Waarom ik die vraag stel en het heb over een half jaar is volkomen onduidelijk. Want er is geen speciale feestdag in de familie of zo. “Zolang wil ik niet wachten”, klinkt het resoluut. “We hebben al een afspraak voor u gemaakt voor een MRI. Dan kan ik kijken of we een borstsparende operatie kunnen doen. En… misschien moet de hele borst eraf”. Ho… wacht even. Over wie hebben het nu? Het dringt niet goed tot me door. Dit verhaal gaat over een andere mevrouw. Toch?

De oordeelverkondiger staat al naast zijn bureau met een uitgestoken hand: “Dan zie ik u gauw weer. Mijn assistente zal u meer informatie geven. Tot ziens.” Deur gaat dicht. Jan pakt even haar hand. Deur gaat open. De assistente met alle info. “Ik heb al een afspraak voor u staan voor aanstaande maandag. Tot dan…”

Daar staan we dan. Buiten. De zon is net even achter de wolken op deze junimiddag. Thuisgekomen rinkelt de huistelefoon. Appjes op de andere foon… Zoon belt vanaf zijn vakantieadres in Duitsland. Is duidelijk aangeslagen. Andere zoon is niet te bereiken. Mijn zusje schrikt en staat een half uur later op de stoep. Even ompakken en delen. Eindelijk de jongste aan de lijn. “Wat is de uitslag?” Als ik het woord noem, DCIS, reageert hij: “Oh gelukkig, dat heb ik gelezen en is het minst vervelende scenario!” Heerlijk nuchter. Zo is het.

Zus vraagt: “Is het al geland allemaal?” “Nee,” antwoord ik, “nee, nog niet echt”.

Volgende week: 'Tunnelvisie en mannaprincipe'.

DCIS staat voor Ductaal Carcinoma In Situ. Een mogelijk voorstadium van kanker binnen de melkbuisjes. Het is (nog) geen borstkanker maar kan het wel worden. Jaarlijks krijgen ongeveer 2.500 vrouwen in Nederland de diagnose DCIS. En van het jaar 2017 is Inge er één van.