Icon--npo Icon--EO Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--pinterestCircle Icon--facebook Icon--facebookCircle Icon--twitter Icon--snapchat Icon--instagram Icon--clip Icon--whatsapp Icon--pinterest Eva Logo
27 oktober 2017 in Gezondheid

'Komt het wel goed?'

Inge heeft DCIS: een mogelijk voorstadium van borstkanker. In de maand oktober beschrijft ze het proces dat ze doormaakt. "Soms zijn er momenten dat ik het even niet weet. Vooral als ik denk aan de tijd die nog komt."

Lotgenoten en route 12

Gisteren met Joke gebeld, mijn ‘lotgenote’. Ze heeft haar eerste chemo dag gehad. Het was meegevallen. Niet misselijk. Hoe bizar dat we samen in ongeveer hetzelfde schuitje zitten. Beiden zijn lid van dezelfde kerk. Beiden hebben een speciale taak binnen deze gemeente. De een bij het Evangelisatiewerk, de ander in het Onderwijs. Hun geloofsgemeenschap heeft het afgelopen jaar al twee mensen moeten verliezen aan kanker. Het lijkt niet op te houden.

Joke vertelt enthousiast over de trouwdag van haar dochter afgelopen vrijdag. Ineens draait het gesprek om. “Soms zijn er momenten dat ik het even niet weet. Vooral als je denkt aan de tijd die nog komt”. Wat een herkenning! Joke vervolgt: “Ik heb vertrouwen in de Heer. Dat is het niet, maar…”. Ja, dat ken ik ook en ik vertel van ‘de kater die op de loer ligt’, mijn illustratie van dat onbestemde gevoel. Dat je afhankelijk bent van de ‘deskundigen’ en je ook steeds weer je grenzen moet verleggen. Van afspraak naar afspraak, van uitslag naar uitslag.

“Misschien moeten we dat vaker uitspreken naar elkaar. En vragen of de ander op zo’n moment voor je wil bidden”. Het gesprek komt nog even op hun echtgenoten. Hoe lastig het is om met die onzekerheid om te gaan. De beladen vraag: “Komt het wel goed?” We weten samen dat de Bijbel genoeg stof geeft waarin onzekere geloofsgenoten worstelen met de vraag: “Waar bent u nu, God?” Het mag. Die onzekerheid. Je hoeft niet onzeker te zijn. Dat klopt. Maar het voelt wel af en toe zo. Als een stukje lijden. 

De dag voor de operatie. Opnieuw route 12. Ziekenhuis, voorbereidend werk zodat de chirurg precies weet wat hij mag doen. Vier afspraakjes staan met vier verschillende mannen. Allemaal hebben ze maar belang bij één ding: mijn borst. De eerste zet er aan de hand van de echo een lelijk zwart kruis op. “Dat was het. U bent bij mij alweer klaar”. Nummer twee jatst er een spuit in aan de rand van de tepel. Met vloeistof dat zich verspreidt binnen allerlei klieren om uiteindelijk ‘de SWK’ (voor de gewone mens: Schild Wachters klier) zichtbaar te maken. Deze nucleaire meneer met roze overhemd onder een witte jas grapt wanneer hij het puntje van de injectiespuit niet goed ziet: “Toch maar es de leesbril uit de keukenla meenemen de volgende keer”. De derde man heeft het voorrecht om een soort piercing aan te brengen. Na heel veel gedoe wordt er niet één draad maar twee ingeprikt, waarbij de tweede draad eerst niet op de goede plek zit. Dus blauwe slager schort maar weer aan. Over de gang naar ruimte 6. Aha, bekend terrein. Hier zijn de biopten ook genomen. Op de buik, de borst met antennes in het gat. “Mevrouw, ik haal er een draad uit. Dat voelt u even”. Au. Dat was niet zo heel lekker. Nieuwe draad erin. Slager schort weer aan. Pletfoto’s maken. Wachten. Goed gelukt. Borst wordt verbonden. Draadjes netjes opgerold onder de gazen.

Last but not least. Man nummer 4. Hij maakt foto’s. De gedachte komt bij mij op om geld te vragen voor al deze publieke beelden van mijn borst. Liggend op een smal hard bed. Foto’s van boven, van opzij. Weer een stifter. En weer een roze overhemd onder een witte jas. Hij heeft de klier ontdekt. De SWK. Mijn oksel wordt ineens een kleurplaat. Per ongeluk doe ik de verkeerde arm naar beneden zodat het stiftsel op mijn bovenarm komt. “Dat zal ik even wegpoetsen. Alhoewel de dokter wel zal snappen dat hij geen borst uit de bovenarm moet halen”. Humor. Lichtelijk luguber. Een of andere doptone met bliebgeluiden over de gemarkeerde zone. “U bent degene die straalt en dat vangt dit apparaatje op. Zo kan de chirurg de klier mogen terugvinden”.

Eindelijk klaar. Bijna acht uur doorgebracht op route 12. Fijn dat zuslief mee is. Vanmiddag samen geluncht. Tussen de bedrijven door hebben we ook kostelijk gelachen. Er zijn twee andere dames die we tijdens het route 12-traject steeds tegenkomen. “Je hebt kans dat we elkaar morgen bij de uitslaapkamer tegenkomen”, opper ik. Loes, mijn zusje reageert ad rem: “Dan heb je een paar boezemvriendinnen”. We gieren het uit. De humor ligt op… route 12. Gelukkig. Dat houdt de moed erin. Al met al een ‘draderig’ en ‘klierderig’ dagje.

Volgende week: 'Update'.

DCIS staat voor Ductaal Carcinoma In Situ. Een mogelijk voorstadium van kanker binnen de melkbuisjes. Het is (nog) geen borstkanker maar kan het wel worden. Jaarlijks krijgen ongeveer 2.500 vrouwen in Nederland de diagnose DCIS. En van het jaar 2017 is Inge er één van.