Icon--npo Icon--EO Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--pinterestCircle Icon--facebook Icon--facebookCircle Icon--twitter Icon--snapchat Icon--instagram Icon--clip Icon--whatsapp Icon--pinterest Eva Logo
6 december 2017

Een monster onder mijn bed

Hoe is het eigenlijk voor een vrouw om een abortus te ondergaan? Hoe kom je tot die keuze? Welke impact heeft dat op de rest van je leven? En waar is God hierin?

Kiezen

Jora doet op haar zestiende een zwangerschapstest uit solidariteit met een vriendin. Ze is in die tijd iets meer een feestbeest dan haar ouders, toegewijde christenen, graag zouden zien. “Mijn vriendin dacht dat ze zwanger was. Ze raakte in paniek. Ik dacht: als ik mee test, is het minder eng voor haar. Onze uitslagen waren verschillend. ‘Je bent zwanger!’ riep ik. Mijn vriendin keek nog eens goed op de bijsluiter. ‘Nee...’ zei ze. ‘De zwangere uitslag is van jou.’”

Jora durft alleen een afspraak met haar dokter te maken. ‘Zijn wachtkamer was heel gehorig. Ik moest fluisteren. Ik zei dat ik niet naar mijn ouders durfde. Dat ik mezelf al in de daklozenopvang zag slapen – ja, zo dramatisch denk je als je zestien bent. Of erger nog: hen zag besluiten dat ik het kindje moest houden. Hoe dan? Mijn vriendje was leuk, maar niet voor altijd. Ik moest mijn opleiding afmaken, ik zou geen leuke dingen meer kunnen doen. Toen ik was uitverteld zei de dokter: ‘Als jij nog thuis wilt komen, kun je het beste voor abortus kiezen.’ Dat heb ik gedaan.”

Ik spreek naast Jora ook Maartje (29) en Jolanda de Faria (50). Op het eerste gezicht verschillen hun verhalen. Jora is een feestbeest met gelovige ouders als zij zwanger raakt, net als Maartje, terwijl Jolanda veel tijd met een christelijke jongerenbeweging doorbrengt. En waar Jolanda net als Jora adviezen uit haar omgeving opvolgt, komt het besluit voor abortus bij Maartje helemaal uit haarzelf. “Ik was 20. Mijn vriendenkring was de partyscene. Ik was in die tijd erg onzeker, maar op die feestjes kreeg ik aandacht en kon ik bewijzen: ik bel wél leuk. Moeder worden was voor mij gewoon not done. Ik dacht: dit kan nu gewoon niet, punt.”

Maar als we doorpraten, hoor ik dat ze weldegelijk veel gemeen hebben. Allemaal houden ze hun zwangerschap stil uit schaamte en angst voor veroordeling, “Ik had in de kerk en aan mijn collega’s verteld dat ik geloofde dat seks voor het huwelijk bedoeld is,” vertelt Jolanda. “Maar ik heb het niet volgehouden. Ik had advies en bemoediging nodig voor het naar buiten komen met mijn zwangerschap. Ik belde de VBOK (Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren Kind*), dit is meer dan twintig jaar geleden, en een man nam op. Zijn vrouw was boodschappen doen. Ik heb nooit meer teruggebeld.”

Als Jolanda dan advies vraagt aan iemand die belangrijk is in haar leven, is die vastbesloten: abortus. “Ik dacht: oké... als jij dat zo zeker weet, dan moet dat maar.”

Maartje: “Mijn moeder is iemand die op Facebook filmpjes post van hoe gruwelijk abortus is, ik wist dat ik nooit bij haar hoefde aan te kloppen met mijn zwangerschap en mijn plan voor abortus. Maar ik was er heilig van overtuigd dat ik écht geen kind kon krijgen. En ik kon niemand bedenken met wie ik andere opties kon bespreken, en die mij nog steeds zou omarmen als ik toch voor abortus koos.”

Als bovenop de angst voor veroordeling dan nog de paniek komt dat je een keuze moet maken, geldt voor al deze vrouwen dat een abortus die paniek het beste tot bedaren brengt. “Je luistert niet meer naar je gevoel,” zegt Jora. “Je wilt het nú oplossen. Je vraagt niet: wat past eigenlijk bij mij?”

“Je wilt met niemand meer praten die jou nog van gedachten kan laten veranderen,” zegt Maartje. “Ik had zoiets van: dit is mijn plan. Ik heb niemand nodig om mij te vertellen dat dit een slecht idee is.”

“Deze verhalen zijn zo herkenbaar,” zegt Elize Verboom. Elize is maatschappelijk werkster bij Siriz, een organisatie ontstaan vanuit de VBOK, die ondersteuning biedt aan vrouwen en meisjes die onbedoeld of ongewenst zwanger zijn. “De paniek die vrouwen ervaren na het doen van een test is zo groot. Hoe moet dat met een studie? Een baan? Hun relatie? Gaat hun omgeving hen veroordelen? Alles is opeens onbekend. Ze willen het vaak aan niemand vertellen, zodat niemand het ook hoeft te weten als ze kiezen voor abortus. Maar die stilte maakt het zo moeilijk voor hen om te weten wat ze ten diepste willen. Willen ze geen kindje? Of zien ze geen draagvlak voor hun eventuele moederschap?”

‘Ben je door je abortus getekend?’

‘Ja.’

‘Waardoor?’

‘Door het geheim. Het liegen, tegen niemand iets kunnen zeggen.’

‘Waarom zei je niks?’

‘Ik durfde niet.’                                           - Jora (23)

Geheim

“Na de abortus vond ik dat ik toch al zo veel verkeerd had gedaan,” zegt Jora, “dat er niets meer te redden viel. Ik ben heel down geweest, gefrustreerd, viel vaak huilend in slaap. Maar ik reageerde het af op mijn vriendje en zei niks tegen mijn ouders. Ik wilde hen niet verdrietig maken. Ik kwam liever thuis met goed nieuws.”

Maar Jora’s geheim lekt uit. Het belandt uiteindelijk bij haar ouders via de overburen.  “Mijn moeder huilde heel hard. Ze zei: ‘Ik had er voor je willen zijn.’ Ik was de hele tijd alleen geweest in mijn depressiviteit, nu gaf mijn moeder zoveel liefde. Ik vond dat heel moeilijk. Straks ga ik alleen nog maar janken, dacht ik. Ik heb gezegd dat ik er niet verder over wilde praten. Ik vond dat ik hiervoor maar zelf de consequenties moest dragen. Ik zag het als dat ik een beetje gestraft moest worden.”

Jolanda herkent dat. Ze voelt zich soms geremd in haar taken als zangleider in de kerk, en als leerkracht. “Dan ging het bijvoorbeeld over de Tien Geboden, en kwam ik onvermijdelijk uit bij ‘Gij zult niet doodslaan’. ‘Néééé,’ riepen alle kinderen. ‘Dat heeft niemand in de klas toch gedaan!’ Maar ik wel. Zonder goede reden. Ik dacht: als mensen dit van mij weten, zou ik niet meer op dit podium of voor deze klas mogen staan.”

Aangemoedigd door een vriendin deelt ze haar geheim en haar verdriet toch, met vrouwen van de kerk, tijdens een gebedsavond. “Er zat niets anders op, we zijn er samen voor gaan bidden, Ik heb vreselijk gehuild. Ik was ook zo verdrietig over het feit dat ik mijn kindje niet zou durven aankijken als ik het later zie in de hemel. Ik geloofde niet dat ik ooit nog enig recht als moeder had, dat ik het nooit een naam zou mogen geven. Ik weet nog dat ik uitriep dat ik het niet kón, Gods genade aanpakken. Niemand sloeg een arm om mij heen. Later begreep ik dat de Heilige Geest mij zélf wilde troosten... Want ineens kwam een fel licht om mij heen. Ik dacht: Als ik nu mijn ogen opendoe kijk ik recht in de liefdevolle ogen van Jezus. Ik kneep ze nog harder dicht. Op dat moment voelde ik zijn omarming. Ik voelde hoe Hij letterlijk de last van mijn schouders tilde en me zo liet zien dat Hij ook daarvoor aan het kruis was gegaan. Ik mocht ook mijzelf vergeven. De bevrijding die ik toen voelde, is nooit meer weggeweest.”

God

Maartje ervaart alleen liefde in de abortuskliniek. “Een warm bad. Iedereen was zo begripvol, en zacht. Het was fijn om in een omgeving te zijn waar ik niet veroordeeld werd. Zó fijn.”
Zes jaar later weet nog niemand van haar keuze. Maartje slaapt goed, voelt zich niet slecht. “Ik had die keuze nu niet meer gemaakt, maar dat was toen. Zo zie ik het, en over dát feit voelde ik me wel slecht. Internet stond vol spijtverhalen. Ik dacht: wat is er mis met mij, dat ik het zo rationeel kan benaderen?”

In de jaren na de abortus gaat Maartje door een heel proces. Ze verlaat de partyscene, sluit zich aan bij een christelijke studentenvereniging. “Ik ontdekte dat ik ook op een andere manier vrienden kon maken dan door te feesten. Dat deed heel veel met mijn onzekerheid. Ik begon van mezelf te houden. Op een conferentie ben ik naar voren gelopen om mijn leven aan Jezus te geven. Dat was het moment dat God het belangrijk vond om toch iets over mijn geheim te zeggen.

Een man liep het podium op en zei: ‘Iemand in deze zaal heeft een abortus gedaan. Die moet nu even naar achteren komen.’ Dat was heel heftig. Niemand wist ervan, en ik wist hoe mensen over abortus dachten, hoe het veroordeeld wordt. Maar ik wist ook dat ik toch naar achteren moest. Daar kwam ik voor het eerst weer in een warm bad. ‘Je hebt dit gedaan, maar je bent vergeven. Het is goed.’ Ik heb de hele avond gehuild. Het raakte me, omdat de abortus er kennelijk nog wel toe deed voor mij. Ik vond het zo lief van God. Daarna heb ik het ook aan mijn vrienden verteld. Weer die spanning, en weer een hele avond huilen. Ook zij waren liefdevol – iets wat ik nooit had durven hopen. Dat heeft me de moed gegeven om het ook aan mijn man te vertellen toen we een tijdje samen waren.”

Goed

“De angst voor veroordeling is een soort monster onder het bed,’ zegt Elize van Siriz. Laatst begeleidde ik nog een vrouw uit een erg conservatief christelijke hoek die een ongehuwde zwangerschap had. Ze kreeg een zoontje, en ze was zo bang voor haar omgeving dat ze haar kindjes opgaf ter adoptie. Maar na drie maanden voelde ze sterk dat ze haar besluit wilde terugdraaien. Ze heeft haar zoontje kunnen ophalen, en wat blijkt nu? Haar omgeving is haar beste vangnet ooit. Ze krijgt felicitaties, hulp, mannen fiksen haar tuin. We zijn als vrouwen zo bang om imperfect te zijn dat we rondlopen met stil verdriet. Maar dat hoeft écht niet.”

“Als ik had geweten dat er iemand was waar ik naartoe had gekund om andere opties te bespreken dan abortus, van wie ik zeker wist dat diegene mij niet zou veroordelen als ik dan toch voor abortus koos, was ik daar zeker naartoe gegaan,” zegt Maartje. ‘Ik zou nu niet meer voor een abortus kiezen. Maar dat komt ook omdat ik nu van mezelf hou. Nu heb ik mijn kind pas echte liefde te geven.”

“Heel lang wilde ik geen kinderen,” zegt Jora. “Maar soms denk ik dat het is omdat ik bang ben dat God ze niet wil geven, als ik ze zou willen. Als een soort straf, toch ook.”

Jolanda is na twintig jaar zo vrij dat ze er een roman over schrijft . “Ik heb eerst wel tegen God gezegd: ‘Als ik dit schrijf, weet iedereen het.’ ‘Ja,’ voelde ik God zeggen. ‘Nou en?’ Ik heb het daarna gedeeld in mijn kerk, met sommige ouders op school, en ik ontvang overal genade. Ik heb een naam voor mijn kindje bedacht, maar die zeg ik tegen niemand. Hij of zij mag hem als eerste horen.”

Jolanda’s roman heet Verborgen bloesem. Hij is te koop via bol.com en in de boekwinkel.

Tekst: Rinke Verkerk

Beeld: Iris Dorine