Icon--npo Icon--EO Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--pinterestCircle Icon--facebook Icon--facebookCircle Icon--twitter Icon--snapchat Icon--instagram Icon--clip Icon--whatsapp Icon--pinterest Icon--youtube Eva Logo
20 december 2017 in Eva's goede doel

‘Mijn zoon kwam opnieuw tot leven’

“Omdat we geen liefdadigheid wilden, vertelden we niemand over de ziekte van onze zoon. Een paar dagen later gaf iemand uit onze kerk ons een geldbedrag. Zomaar.” Jeisson Delgado (35) is tolk bij Conviventia, de Colombiaanse partnerorganisatie van Woord & Daad, en op die manier betrokken bij Eva’s goede doel. Zijn leven bestond uit een aaneenschakeling van drugsgebruik en spanningen - tot God op wonderlijke manieren ingreep.

Dieven en huurmoordenaars

1990-1996
“Mijn vader was straatverkoper in de binnenstad van Bogotá. Daar verkocht hij T-shirts en andere spullen. Vanaf mijn vijfde mocht ik hem op zaterdag helpen. Dat was hard werken, maar ook leuk. Doordeweeks ging ik naar school. Ik was goed in talen en haalde op jonge leeftijd al hoge cijfers. Tegelijkertijd was ik vanaf mijn veertiende ook veel op straat te vinden. In de sloppenwijk waar ik rondhing, hingen ook veel criminelen, dieven en huurmoordenaars rond. Via hen kwam ik in aanraking met drugs.”

Occulte spelletjes

2000
“Vanwege het feit dat ik zo snel leerde, kreeg ik een beurs voor de universiteit. Daar hing een bohemian sfeertje dat me aantrok: praten over het leven onder het genot van een joint. Professoren en hoogleraren deden dat ook en dit wereldje fascineerde me. Ik stopte met rondhangen op straat, maar mijn drugsgebruik ging door: ik dook ‘diep in de mysteries van het leven’, van de sociale revolutie tot spiritisme en occulte spelletjes.

Geschorst

Omdat ik dacht dat ik er creatiever van werd en beter kon debatteren, probeerde ik steeds meer soorten drugs uit. Toch bleef ik goede cijfers halen, dus ik maakte mezelf wijs dat er niets aan de hand was. Maar omdat ik vrijwel voortdurend onder invloed was, was ik regelmatig rebels en hield ik me niet aan de regels. Na een aantal waarschuwingen werd ik uiteindelijk geschorst.

Verliefd op een leerling

2004
Nu ik niet meer studeerde, moest ik gaan werken. Ik ging aan de slag als parkeerwacht. In de loze uren deed ik een studie Engels, maar gebruikte daarnaast nog steeds drugs. Via via werd ik benaderd als invalleerkracht op een school. Dat was illegaal, want ik had geen papieren. Maar het ging zo goed dat ik naast onderwijs aan kinderen ook gevraagd werd voor volwassenenonderwijs. Bij zo’n training ontmoette ik Tatiana (Tata). Ze was een van mijn leerlingen, vier jaar jonger dan ik. Het klassieke verhaal van een leerling die verliefd wordt op de leraar. ‘Waarom val je op me? Je weet dat ik drugs gebruik,’ vroeg ik haar. Zij antwoordde: ‘Ik zie iets in jou wat jij zelf niet ziet. Niet de verslaafde man die jij denkt dat je bent, maar een man van God. Bovendien ben ik nu al verliefd op je en kan niet meer terug.’

Zwanger

2005
Een jaar nadat Tata en ik een relatie kregen, raakte ze zwanger. Tata kwam uit een middenklasse-familie, ik uit een lagere klasse. In Colombia is status heel belangrijk en behoor je geen relatie aan te gaan met iemand uit een andere klasse. Tata’s familie bestaat uit sterke vrouwen, die plannen hadden om haar naar een universiteit in Argentinië te sturen. Tata belde van tevoren met haar zus om in vertrouwen te vertellen dat ze overtijd was. Ze wist alleen niet dat haar zus in een volle kamer zat. ‘Oh, ben je zwanger!’, riep haar zus uit. Binnen een uur was de Tata’s hele familie op de hoogte. We besloten samen naar haar familie te gaan om het nieuws dan ook maar persoonlijk te vertellen.

Geweer

Op het moment dat de deur openging, werden we opgewacht door vijf vrouwen en een geweer. ‘Je hebt nog een uur om met Tata te genieten van wat jullie samen hebben, daarna ga jij weg om nooit meer terug te keren. En wij gaan met Tata naar een abortuskliniek’, was de boodschap. Er ontstond een heftige situatie waarin we probeerden uit te leggen dat we voor elkaar en dit kind gekozen hadden, maar haar familie wilde niet luisteren. Tata moest naar Argentinië om haar studie journalistiek te volgen, en dit kind was niet welkom.

Gevlucht

Op dat moment ging de deurbel. Het was een vriend van de familie, die ook gehoord had van de zwangerschap, en ons ervan hoopte te overtuigen afstand te doen van de baby. Tata en ik maakten van dit moment gebruik om te vluchten en heel snel naar mijn ouderlijk huis te gaan, in de arme wijk. Daar bleven we. Het was voor Tata een moeilijke tijd. Ze was niet gewend aan deze armoede en hield zich groot, maar werd steeds ongelukkiger zonder het contact met haar familie.

Te laat voor de bevalling

Tijdens Tata’s zwangerschap gebruikte ik nog steeds drugs, maar ik nam me voor om te gaan stoppen als ik eenmaal vader was. Op het moment dat Tata aan het bevallen was, vroeg ze me nog snel een boodschap te gaan halen. Onderweg gooide ik mijn laatste restje drugs in de rivier. Nu stop ik echt!, dacht ik. Een gedachte die ik al vaker had gehad, maar steeds hield angst me ook tegen om te stoppen. Toen ik terugkwam, mocht ik van de verpleegkundigen niet meer naar Tata toe. De bevalling verliep moeizaam en er mocht niemand meer de kamer in. Ze beviel van een jongetje.

Tussen leven en dood

Tijdens de bevalling was het kindje klem komen te zitten en kreeg het zuurstoftekort. Vanwege apneus had hij moeite met ademen. Toch overleefde hij de bevalling. Matthew, noemde we hem. Toen Matthew vijftien dagen oud was, stopte hij plotseling met ademen. We brachten hem met spoed naar de IC. Zijn hersenen communiceerden niet met zijn longen. De arts kwam naar buiten en verklaarde hem dood. “Je kunt niets meer doen, je zoon heeft al geen teken van leven meer gegeven toen je het ziekenhuis binnenkwam,” zei hij tegen Tata. Een jongere, minder ervaren dokter deed toch nog een laatste poging om Matthew te reanimeren. Op het moment dat ik arriveerde, werd Matthew op de intensive care gelegd. Vier maanden lang balanceerde hij tussen leven en dood. Tata was wanhopig. Ze wilde per se bij Matthew blijven. Er werd een stoel voor haar neergezet en ze bleef daar de hele tijd dat onze zoon in het ziekenhuis lag, steeds levend vanuit die stoel.

Waanbeelden

Ik had me voorgenomen af te kicken zodra ik vader was, maar het lukte me niet. Ik was alleen, Tata was continu in het ziekenhuis en met Matthew ging het slecht. Ik mocht Matthew van haar niet vasthouden. Als je drugs gebruikt, veroorzaakt de chemische samenstelling namelijk een vervelende lichaamsgeur.

Tata was zo getraumatiseerd dat ze een postnatale depressie kreeg. Ze begon zich steeds verwarder te gedragen en kreeg waanbeelden. Matthew mocht naar huis, maar we moesten hem een jaar lang zelf zuurstof blijven toedienen. Dat was een behoorlijke klus die veel stress gaf en ons leven beheerste. Tata was zo verward door haar depressie dat ze op sommige momenten Matthews zuurstofmasker eraf wilde trekken: ‘wat ben je met mijn kind aan het doen, af dat ding, weg!’ Het was een moeilijke tijd. Ik was ten einde raad. In mijn wanhoop vroeg ik Jezus: ‘Als U er bent, help me dan!’

Rehab bijbelvers

De psychiater met wie Tata gesprekken had, zorgde er uiteindelijk voor dat ze tijdelijk zou worden opgenomen in een sanatorium. Dat was het moment dat God ingreep. In deze periode nam haar familie contact met haar op. Ze hadden spijt van hun heftige actie, het contact werd hersteld en Matthew veranderde stukje bij beetje in hun oogappel.

Ik wilde nog steeds stoppen met mijn drugsgebruik. Afkicken was echter zo heftig dat ik er steeds voor terugschrok. Ik wist dat het mij uit mezelf niet ging lukken. Tata had op haar twaalfde Jezus in haar leven toegelaten, maar haar geloof in Hem was ergens wat weggezakt. Toch was zij het die tegen me zei: ‘Jeisson, spreek deze bijbeltekst uit 1 Johannes 4:4 uit: “U kinderen komt uit God voort en hebt overwonnen, want Hij die in u is is machtiger dan die in de wereld heerst.” Het werd mijn rehab bijbelvers. Ik sprak hem uit en bleef hem herhalen, telkens als ik het moeilijk had, en zo kickte ik af zonder professionele hulp, maar met Gods hulp.”

Papa

De hersenen van Matthew waren door de medische perikelen in zijn eerste levensjaar ernstig beschadigd. De artsen hadden gezegd dat hij  vermoedelijk niet zou kunnen lopen en wellicht pas voor het eerst ‘papa’ zou zeggen als hij tien jaar oud was was. Maar in plaats daarvan sprak hij keurig bij het woord ‘papa’ uit toen hij negen maanden oud was. Hij groeide op als een gezond jongetje, leerde snel en was intelligent. Een wonder.

Toch geslaagd

2010
Ik werkte intussen zeven jaar lang zonder diploma als privé-leerkracht. Ik bouwde een mooi cv op en vertaalde daarnaast regelmatig teksten. Op de een of andere manier vond men de kwaliteit van mijn werk belangrijker dan het feit dat ik geen papieren had. Uiteindelijk gaf een van mijn werkgevers me gelegenheid om lessen te volgen bij een gerenommeerde universiteit. Ik slaagde en ontving uiteindelijk officieel een diploma.

Ernstig ziek

In 2014 werd Matthew plotseling ernstig ziek. Leukemie. Een enorme beproeving, we snapten er niets van. Hij was bijna dood geweest bij de geboorte, maar als door een wonder in leven gebleven. Waarom opeens dan toch die dodelijke ziekte? Het was alsof God vroeg: ‘Kun je je zoon aan mij teruggeven?’ We wilden Matthew graag laten behandelen in het ziekenhuis, maar hadden er geen geld voor. Omdat we geen liefdadigheid wilden, vertelden we niet verder wat er aan de hand was. Maar het gekke was, dat iemand uit onze kerk ons een paar dagen later zomaar een geldbedrag gaf. Hij had het gevoel dat hij dit moest doen. Van dit bedrag konden we Matthews behandeling betalen. Opnieuw een wonder.

Verdwenen

We meldden Matthew aan voor chemokuren en pakten zijn tas in voor zijn eerste kuur. Op het moment dat de kuren zouden starten, deden de artsen nog nog wat laatste onderzoeken. Toen gebeurde er iets bizars. De dokter die dienst deed, vond het al vreemd dat Matthew lopend en springend de kamer binnenkwam, want alle waarden in zijn bloed waren zo laag dat hij eigenlijk te slap had moeten zijn om te lopen. Maar vervolgens bekeken de artsen vol verbazing de testuitslagen: ‘We zien geen kankercellen meer.’ Ze stonden voor een raadsel. Uiteraard wilden ze daarna nog meer controles uitvoeren. Wij vinden dat prima en kwamen elke zes maanden netjes opdraven. Maar de ziekte was verdwenen. Wat een wonder.

Inmiddels is Matthew 12 jaar oud. Het gaat heel goed met hem. Tata geeft hem thuisonderwijs en hij gaat als een speer. Hij speelt viool en is onlangs toegelaten tot het Nationaal Conservatorium in Bogotá.

De baan die God in gedachten had

Jeisson tijdens een outreach in een van de sloppenwijken van Bogotá, voor Conviventia.

Intussen wilde ik graag op zoek naar een andere baan. Als leraar werd ik ingevlogen bij allerlei organisaties, maar ik maakte lange dagen en had nauwelijks tijd voor mijn vrouw en kind. ‘Heer, wilt u mij een baan geven waardoor ik er meer voor mijn gezin kan zijn en U meer kan eren in wat ik doe?’, vroeg ik. Twee dagen na deze vraag ging de telefoon. Het was een zuster uit mijn gemeente, die geen idee had dat ik had gebeden voor een andere baan. ‘Wat is je salaris?,’ vroeg ze. Hoezo, reageerde ik. ‘Nou,’ antwoordde ze, ‘ik wilde vragen of je interesse hebt in een andere baan, maar het salaris is bijna vijftig procent lager dan wat je nu verdient.’ De helft minder, daar konden we niet van rondkomen, dus eigenlijk wilde ik al direct zeggen dat het niets zou worden, totdat ik me realiseerde waarvoor ik gebeden had. ‘Wacht even, niet ophangen!’, riep ik. Via deze vrouw kwam ik in telefoongesprek met iemand van Conviventia, een christelijke organisatie die armoede bestrijdt, en die samenwerkt met de Nederlandse organisatie Woord & Daad. Het was een wonderlijk gesprek. ‘Kun je Engels spreken en vertalen?’, vroeg hij. Ja, dat kon ik. ‘Kun je ook bidden in het Engels?’ Ja, dat kon ik ook. ‘Wil je nu een gebed in het Engels uitspreken?’, vroeg de man. Dus dat deed ik. Ik bad: ‘Heer, laat dit gesprek tussen ons geen tijdsverspilling zijn. Open onze ogen zodat we kunnen zien of deze baan voor mij bestemd is.’ En terwijl ik deze woorden uitsprak, wist ik dat dit de baan was die God voor me in gedachten had.

Dienen in Gods koninkrijk

Nu werk ik voor Conviventia. Mijn taak ligt vooral in het contact met mensen uit het buitenland die ons werk willen steunen. Ik ontvang gasten en ben tolk. Om rond te komen, geef ik daarnaast nog steeds privéles aan Colombiaanse studenten die zich willen voorbereiden op een studie in andere landen wereldwijd. Ik ben blij met mijn werk, het past helemaal bij me. En ik ben dankbaar dat ik de kans heb gekregen om in Gods koninkrijk te dienen, samen met mijn gezin.”  

Wil je Jeisson live ontmoeten? Ga met ons mee op reis naar Colombia. Meer informatie op de reis vind je vanaf 8 december onder het kopje 'evenementen'.