Icon--npo Icon--EO Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--pinterestCircle Icon--facebook Icon--facebookCircle Icon--twitter Icon--snapchat Icon--instagram Icon--clip Icon--whatsapp Icon--pinterest Icon--youtube Eva Logo
28 februari 2018

40-dagenkalender, dag 13

Toen riep Hagar – de zwerfster – de HEER zo aan: “U bent een God van het zien. Want,” zei ze, ‘heb ik hier niet hem gezien die naar mij heeft omgezien?” (Genesis 16:13)

Bij mijn oma aan de schouw hangt een Bijbeltekst gesneden in een houten bord. Het is een gebed om Gods open oog. Gods oog is niet het boze oog, maar het goede oog. Omdat Hij ons ziet, leven wij. De dichter Henk Knol noemt Gods oog: ,,Het alziend hemellichaam van uw goede oog.” Zo zag Hagar het ook. Ze had het met eigen ogen gezien.

Aan het plafond van katholieke kerken zie je vaak een oog in een driehoek: het symbool van Gods alziendheid. Dat alziende oog zou je moralistisch kunnen opvatten: als het oog dat ons altijd in de gaten houdt. Je kunt het ook zien als een verwijzing naar de God van het zien. Een zien dat ons bestaansrecht geeft, zoals bij Hagar.