Eva Logo
28 maart 2018

40-dagenkalender, dag 37

Toen Johannes Jezus voorbij zag komen, zei hij: ‘Daar is het lam van God.’ (Johannes 1:36)

Alle Joden die daar, aan de grens van de woestijn, naar Johannes luisterden, begrepen deze woorden. Een lam aan de grens van de woestijn is het lam van God en het lam van God is een offerlam, een zondebok, een dier dat door de priester in zijn eentje de woestijn in gestuurd wordt om de zonden van het volk weg te dragen. Moedig als een leeuw heeft Hij dat gedaan. Of zou ‘moedig als een lam’ het toch beter omschrijven?