Icon--npo Icon--EO Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--pinterestCircle Icon--facebook Icon--facebookCircle Icon--twitter Icon--snapchat Icon--instagram Icon--clip Icon--whatsapp Icon--pinterest Icon--youtube Eva Logo
Geloof en karakter
16 mei 2018 in Geloof

Geloven: een kwestie van karakter?

Heeft je karakter impact op je geloof en gebedsleven? En stel dat het antwoord ja is… is Jezus volgen dan niet véél simpeler voor lieve sociaaltjes dan voor pittige driftkikkers? En kun je qua persoonlijkheid faliekant ongeschikt zijn om te bidden?

Om te beginnen: wat bedoelen we met karakter? Kort gezegd omvat het je persoonlijke eigenschappen, maar er is eeuwen gekibbeld over de vraag of die aangeboren of aangeleerd zijn. De conclusie? Allebei! Coach, spreker en schrijver Wim Grandia legt uit dat geen enkele persoonlijkheid in beton gegoten is. Je karakter zit weliswaar deels in je genen, maar wordt ook beïnvloed door je omgeving: nature en nurture. Denk aan je opvoeding, familieleden, vrienden en idolen, alles wat je leert en meemaakt. “Al die dingen vormen ons – en dat gebeurt het sterkst in onze jeugd.”

Voorkeursstijl

Voor het meten van persoonlijke eigenschappen zijn talloze indelingen in omloop. Psycholoog Wil Doornenbal koos in haar boek Geloven zoals je bent voor de Myers Briggs-test (MBTI, zie kader). Ze spreekt liever van ‘voorkeursstijlen’ dan van karaktertrekken: “Met voorkeursstijl wordt bedoeld: hoe ga je psychisch het makkelijkst met dingen om?” Zo reageert de ene mens introverter en de ander extraverter, en vertrouwt de één meer op zintuigen, de ander op intuïtie. Wil beschrijft dat deze stijlverschillen tussen mensen “alles doordringen wat we doen, ook hoe we ons geloof beleven en uiten."

Opgelucht

Theoloog Nynke Dijkstra vindt bovenstaande typering verhelderend. Ze stelt in de werkmap Wegen van gebed dat boeken over bidden vaak geschreven zijn door bepaalde menstypen: “Ze zijn graag alleen, laden zich op aan hun binnenwereld, kunnen zich lang concentreren en zijn meestal gevoelsmensen. Als je heel anders bent, kun je je behoorlijk ongelukkig gaan voelen.”

Nynke: “Wanneer ik dit tijdens lezingen uitleg, zeggen veel mensen opgelucht: ‘Ah, vandaar dat ik me vaak tekort voelde schieten!’ Als ik dan verschillen tussen mensen benoem, en dat je mag geloven en bidden zoals bij je persoonlijkheid past, is dat een feest van herkenning. Zo bidt een extravert meer gaandeweg, terwijl een introvert zich graag terugtrekt. Bij gevoelsmensen spelen emoties een grotere rol bij gebed, bij verstandsmensen vaak minder.”

'Ik krijg het benauwd van de binnenkamer'

Wim Grandia schetst hoe zijn karakter zijn gebedsleven beïnvloedt: “De één komt gemakkelijk innerlijk tot rust, voor de ander is dat een hele klus. In mijn hoofd is meestal een maalstroom aan gedachten en associaties aan de gang. Net zo’n sneeuwbol: die moet je een tijdje laten staan tot alle vlokken neergedwarreld zijn.” Als Wim – die zowel introverte als extraverte trekken heeft – hoort over bidden in een letterlijke ‘binnenkamer’, krijgt hij het benauwd. “Ik wil naar buiten, de duinen in! Praten met God gaat het beste als ik wandel. Doorgaans duurt het wel een uur voor die sneeuwvlokken in mijn hoofd gaan liggen, maar daarna voel ik vrede. En al pratend en zwijgend met God ervaar ik soms dat Hij ook iets terugzegt.”

Knokken

Nynke zoekt wel de binnenkamer op. Ze ontdekte dat ze introvert is. “Veel mensen vinden me extravert omdat ik gemakkelijk praat. Maar het gaat erom wanneer je je oplaadt: onder mensen of alleen.” Is er een bepaald karakter te noemen dat geloven gemakkelijker maakt? Nynke: “Mensen met een stabiele opvoeding en tamelijk blijmoedig karakter kunnen het qua geloof gemakkelijker hebben dan iemand die als kind mishandeld is en andere ellende heeft doorgemaakt. De wereld is volstrekt oneerlijk: zo iemand moet veel harder knokken om staande te blijven. Ook qua geloof kan de start moeilijker zijn dan bij mensen die het gemakkelijker hadden. Anderzijds kunnen de laatsten geestelijk wat lui worden: ze voelen zich prima en hebben minder het verlangen zich uit te strekken naar God. Ik kan geen pure voorbeelden noemen van karakters die het moeilijk hebben met bidden of geloven. In mijn ervaring is het meestal een mix van factoren.”

'Alle zeven miljard mensen op aarde zijn uniek'

Wim vergelijkt persoonlijkheden met kunstwerken. “Als ik diverse werken van één schilder zie, bijvoorbeeld Rembrandt, valt iets op. Al die schilderijen zijn uniek, toch zijn het allemaal ‘echte Rembrandts’. Ik denk dat het ook zo is met ons. Alle zeven miljard mensen op aarde zijn uniek. Maar ondanks die verschillende persoonlijkheden hoop ik dat mensen van mij en andere christenen zeggen ‘dat is een echt Jezus-product’.”

Nynke haalt verschillen tussen gelovigen uit de Bijbel aan: “Nehemia bad tussen de bedrijven door, terwijl Daniël driemaal daags op een vaste plek neerknielde. David liet als gevoelsmens in de Psalmen hevige emoties zien, Maria lijkt juist vaak ingetogen.” Wim noemt de impulsieve Petrus, driftige Mozes, bange Gideon en ongelovige Tomas, maar merkt op: “Gelukkig hoeft je karakter nooit een belemmering te zijn om te geloven, want geloven is uiteindelijk een werk van de heilige Geest.”

Klonen

Maar moet God onze karaktertjes dan niet fors bijschaven? “God wil nog veel dieper gaan”, zegt Wim. “In Titus 3:5 gaat het over het ‘bad van de wedergeboorte’. In de Engelse King James-vertaling ‘regeneration’: iets terugbrengen in de oorspronkelijke toestand. In het proces van de wedergeboorte wordt ons karakter hersteld zoals het bedoeld was: de oorspronkelijke schoonheid wordt zichtbaar. We worden geen klonen van Jezus, maar Hij schijnt door ons heen, waarbij we onze unieke identiteit behouden.”

“Aan de andere kant is er sinds de zondeval ook sprake van degeneratie: er kwamen karakterelementen die Gods beeld niet weerspiegelen. Zo heb ik een bepaalde driftigheid van mijn vader geërfd. Daarin zie je de gebrokenheid van de schepping. Maar ik geloof dat we dankzij de positieve invloed van Gods Geest mogen leven in de verwachting van wie we worden. Daarvoor is het nodig dat we steeds opnieuw Gods woord lezen en dingen die niet goed zijn, in gebed brengen. De Heilige Geest kan iedereen veranderen, maar Hij is een gentleman en wacht tot we Hem de ruimte geven.”

Alles werkt mee ten goede

Is het gemakkelijker om op Jezus te lijken als je een sociaal en zachtaardig karakter hebt? “Dat zou je denken,” zegt Wim, “maar we moeten de vrucht van de Geest niet interpreteren in termen van natuurlijke karaktertrekken, maar als Gods geestelijke werking in ons. De houdbaarheidsdatum van de vriendelijkheid van de Geest is veel langer dan die van onze natuurlijke vriendelijkheid.”

Als je karakter verandert, veranderen dan ook je geloof en gebedsleven? “God vormt je karakter mede door omstandigheden, en dat doet soms pijn. Ik heb best gebotst met God. Soms ga je pijn liever uit de weg. Zo had ik het overlijden van mijn eerste vrouw liever niet meegemaakt. Maar God belooft dat Hij alles doet meewerken ten goede. Zou ik wat ik heb geleerd, ook hebben geleerd als ik het niet had meegemaakt? Ik wens het niemand toe, toch hebben alle ervaringen me een rijker en mooier leven en geloof gegeven. Dat geheim ontdek je als je met God door de pijn gaat. Al heb ik in die periode zeker ook momenten gehad dat ik dit niet zo ervoer. En ja, mijn gebedsleven is zeker veranderd. Ik ben niet meer zo gestructureerd, voorspelbaar en theologisch afgemeten als vroeger. Mijn bidden is dieper, intiemer en soms rauwer. Want je hoeft voor God je persoonlijkheid niet te verbergen of te polijsten.”

Tekst: Petra Butler

Dit artikel verscheen in editie 6 van ons magazine uit 2017. Gratis proefnummer aanvragen? Dat kan hier