Icon--npo Icon--EO Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--pinterestCircle Icon--facebook Icon--facebookCircle Icon--twitter Icon--snapchat Icon--instagram Icon--clip Icon--whatsapp Icon--pinterest Icon--youtube Eva Logo
1 mei 2018 in Hoofd & hart

Ik was helemaal geen dom gansje

Jarenlang voelt Lisanne (42) zich dom. Totdat ze ontdekt dat studeren haar veel makkelijker afgaat dan ze ooit had gedacht. Wel is haar relatie met haar man en haar schoonfamilie erdoor veranderd. “Ik voel me niet meer of minder dan zij, maar wel anders.”

“Ik voelde me vroeger thuis het domme gansje. Mijn ouders, broers en zussen zijn goed opgeleid. Maar het lukte mij niet om mij te concentreren en voldoendes te halen. Na de basisschool deed ik een lbo-opleiding, terwijl mijn broers en zussen uiteindelijk naar het hbo gingen. Ik was een opstandig kind. Ik was altijd ‘dwars’. Mijn moeder verweet mij zelfs dat ik er een sport van maakte om ‘anders’ te zijn. Mijn ouders dachten niet aan eventuele onderliggende problemen, maar meenden dat het door een strenge opvoeding allemaal goed zou komen. Ook op de middelbare school haalde ik alleen maar onvoldoendes. Ik ging van school en zat op mijn zestiende achter de kassa in de supermarkt.

Vrijbuiter

Nog geen twee jaar later was ik getrouwd met Richard. Mijn ouders waren eerst niet blij met hem. Hij was en is een vrijbuiter, die zich niet graag laat leiden door anderen. Maar hij is een goede vakman, met het hart op de juiste plaats en praktisch ingesteld. Al snel werd ik vier keer moeder. Jarenlang bleef ik thuis bij de kinderen. Dat was bijna vanzelfsprekend. Zowel mijn moeder als schoonmoeder bleven ook thuis toen zij kinderen kregen. Maar ik vond het verschrikkelijk om alleen maar het huishouden te doen, dat ik ook nog niet eens op orde kreeg. ‘Hoe dom kun je zijn?’, dacht ik. Om mij heen zag ik moeders met een baan én kinderen, en dan liep ook nog eens hun huishouden op rolletjes. Mijn zelfvertrouwen en zelfrespect daalden naar het nulpunt. Richard was de enige die me constant voorhield dat ik meer kon dan ik dacht. Hij moedigde me aan om een opleiding te gaan volgen. Maar ik zei altijd: ‘Daar ben ik te dom voor. Dat kan ik toch niet.’ Ik had last van faalangst. Dat vond hij onzin, waar ik overheen moest stappen.

Faalangst

Mijn faalangst is ontstaan doordat ik als klein kind heel goed aanvoelde dat ik niet kon voldoen aan de ‘eisen’ die mijn ouders en leerkrachten stelden. En ik had het idee dat God ook zo was. Ik kan me nog herinneren dat mijn kleuterjuf mijn stoeltje in het magazijn zette. Als ik toch niet stil kon zitten op een stoel, dan had ik die ook niet nodig. Ook in de kerk kon ik niet stilzitten, dus kreeg ik thuis straf. Ik probeerde echt wel mijn best te doen op school. Maar tafels leren, topografie, het was een bezoeking. Ik haalde onvoldoendes. Er was mij geleerd dat God verdrietig werd van de zonden die ik deed. Ik was dus ook voor Hem een hopeloos geval, zo besloot ik zelf. Als je dan ook nog eens niet de ideale huisvrouw kunt zijn, bevestigt dat alleen maar dat je het nooit goed doet.

Overwinning

Het omdenken kwam op de dag dat ik met mijn zoon naar de psycholoog ging in verband met problemen op school. Mijn zoon zei, wijzend op een stapel boeken, tegen haar: ‘Heb je die allemaal gelezen om mij te kunnen helpen?’ ‘Ja’, zei ze, ‘maar je moeder helpt jou ook, zonder dat ze deze boeken gelezen heeft’. Mijn ogen gingen letterlijk open. Alsof ik me ineens realiseerde dat ik helemaal niet dom was. Ik heb er met haar over gepraat en ze kwam, na allerlei testen en onderzoeken, tot de conclusie dat ik ADHD heb. Ineens viel alles wat er in mijn jeugd gebeurde op zijn plaats. Ik was niet het domme gansje, maar ik verveelde me en was daardoor opstandig. Ik had gewoon meer uitdaging moeten krijgen, op een andere manier les moeten krijgen. Ook mijn concentratieproblemen waren te herleiden tot ADHD. Mijn wereld stond letterlijk op zijn kop. Alsof je je leven en je keuzes aan het heroverwegen bent.

Vuurtje

Ik wilde ondanks mijn faalangst mijn grenzen opzoeken en besloot een opleiding te gaan doen: Godsdienst en Pastoraal werk. Ik had zoveel vragen over God, dat dit me de beste plek leek om te gaan studeren. Die studie was er niet op mbo-niveau, dus ik moest een 21+ toets maken om te kijken of ik met een hbo-studie kon starten. Het was voor mij ook een veilige manier om te ontdekken of ik dit wel zou aankunnen. Niemand hoefde het te weten als het niet zou lukken. Ik maakte de toelatingstoets en… slaagde met vlag en wimpel! In no time haalde ik mijn propedeuse. Het was een enorme overwinning op mezelf en mijn verleden.

Schoonfamilie

Maar er kwam meer afstand tussen mij en mijn schoonouders. Het zijn gastvrije mensen, hun zoons hebben allemaal een vakgerichte opleiding gedaan, hun dochters hebben een gezin en zijn huismoeder. De leefregel in huis is ‘niet lullen maar poetsen’. Op het moment dat een gesprek de diepte ingaat, haken ze af en beginnen ze te praten met iemand anders. Dat is voor mij nu lastig. Door mijn studie heb ik mij ontwikkeld en ik wil graag horen waarom zij bijvoorbeeld populistisch denken, waarom zij doen wat ze doen. Een gevleugelde uitspraak van hen is ‘omdat ik het zo gewend ben’. Daar voelen zij zich veilig bij. Ik vind het prima dat zij zo willen leven, maar het past niet meer bij mij. Dat verschil schuurt behoorlijk. Ik voel me niet meer of minder dan zij, maar wel anders. Dat zorgt ervoor dat we elkaar niet meer spontaan opzoeken.

Balans

Ook mijn relatie met mijn man Richard is anders geworden. Ik kon hem aanvankelijk meenemen in mijn ontwikkeling, maar na een tijdje hield dat op. Ik kan moeilijk met hem sparren en sommige redenaties volgt hij niet. We moeten samen een balans vinden en uitzoeken hoe we hiermee om moeten gaan. Ik wil nu even niet verder studeren, hoewel ik dat best graag zou willen. Ik ben bang dat we dan verder uit elkaar groeien.

Richard moedigt me wel aan om verder te gaan. Hij zegt: ‘Lisanne, jij gaat dominee worden.’ Dat klinkt leuk, maar hij kijkt niet naar de gevolgen: je verhuist naar een plaats waar je beroepen wordt en je gezin verhuist mee. Bovendien is het een zwaar beroep. Dan is het fijn als je thuis ruggensteun en goede feedback krijgt en dat krijg ik niet van Richard. Ik weet dat ik de talenten die ik van God heb gekregen mag, misschien moet benutten. God heeft me in elk geval heel ver gebracht. Ik heb niet alleen eindelijk mijn talenten ontdekt, maar ook veel meer zelfvertrouwen gekregen. En, het mooiste van alles, ik heb een goede relatie met God. Maar ik weet niet of het goed is dat ik verder ga studeren. Wat dat betreft wil ik me door God laten verrassen: welk zetje gaat me in de juiste richting duwen?”

Tekst: Monique Boom, boomtekstproducties.nl

Om privacyredenen zijn de namen in dit artikel gefingeerd.


 Lees hier hoe Vera omgaat met haar zoontje met ODD, ADHD en dyfasie. 

Lisanne was niet de enige vrouw die op latere leeftijd ontdekte dat ze ADHD had.
Lees hier Judiths verhaal.