Icon--npo Icon--EO Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--pinterestCircle Icon--facebook Icon--facebookCircle Icon--twitter Icon--snapchat Icon--instagram Icon--clip Icon--whatsapp Icon--pinterest Icon--youtube Eva Logo
19 juni 2018 in Opvoeding en gezin

‘Ik heb God nooit verweten dat ik geen kinderen kon krijgen’

Wat nu als je heel je leven kinderen wilt, maar ze niet kunt krijgen? Het overkwam Henrieke (39) en haar man. Jarenlang hadden zij een grote kinderwens. “Nog steeds heb ik verdriet.”

Henrieke: “Ik was begin twintig en werd verliefd op mijn man. We hadden nog geen verkering, maar hij was er meteen eerlijk over. Hij zei: ‘Voordat je helemaal verliefd op me wordt, wil ik je vertellen dat kinderen krijgen een groot probleem bij mij kan zijn.’ In zijn jeugd is het syndroom van Klinefelter vastgesteld, een chromosoomafwijking waarbij onvruchtbaarheid hoort.  Het raakte me op een positieve manier dat hij zo eerlijk tegen me was. Ik dacht: ‘Dan gaan we voor adoptie’. Mijn man stond daar net zo open voor, dus ik voorzag geen probleem."

Kinderwens

“In het begin hoop je toch dat je wél zwanger wordt. Er waren mensen die me wilden bemoedigen door verhalen te vertellen over echtparen bij wie een wonder was gebeurd. Ik heb veel gebeden dat dat bij ons ook zou gebeuren.  Regelmatig deed ik een zwangerschapstest, als ik overtijd was. Eén keer had ik een positieve test. Ik denk nog steeds niet dat dat zomaar iets geweest is. Maar al voor ik bij de huisarts terecht kon, werd ik gewoon ongesteld. Dat heeft me lang beziggehouden.
Ik heb God nooit iets verweten. God geeft het leven, maar het is geen recht om kinderen te krijgen. Ik heb wel vaak aan God gevraagd waarom zoveel kinderen geboren worden in verschrikkelijke situaties en waarom Hij mij zoveel moedergevoelens heeft gegeven. Ons hart en huis staat open en we hebben genoeg plek. Maar er zullen altijd vragen in het leven blijven. Dat is waar elk mens mee moet leren dealen. Ik leg het bij God neer, maar zoek niet langer naar antwoorden. Wel naar rust of vrede met de situatie, of hoe je het ook wilt noemen.”

Adoptie

“Toen we net getrouwd waren, schreven we ons in voor adoptie. Al snel kwamen we erachter dat daar flink wat geld voor nodig was. We gingen sparen, maar gaandeweg ontdekten we meer moeilijke kanten van adoptie. Zo bepalen anderen of je geschikt bent als ouders. Na de adoptiecursus volgt een gezinsonderzoek. Dat is ook nodig. Niet iedereen kan adoptie aan. Het gaat vaak om kinderen met een rugzakje of hechtingsproblemen. Maar, al word je vanuit de Nederlandse instanties ‘goedgekeurd’, dan ben je er nog niet. Er worden ook eisen gesteld aan je vermogen of je gezondheid. We durfden het niet aan om onze zinnen op adoptie te zetten. De kans op een afwijzing was (vooral dus wegens eerdere ziekte) niet ondenkbaar en dan ben je al jaren verder in het proces. Het leek ons afschuwelijk om jaren te wachten op een kind wat niet komt.”

“Daarnaast veranderde mijn visie op adoptie tijdens een bezoek aan een vriendin die in Kenia werkte, met straatkinderen uit de sloppenwijk. Ik zag daar met eigen ogen het gebrek aan medische zorg, voeding en onderwijs. Maar ik zag ook hoe kinderen samen speelden, van elkaar hielden en hoe hun moeders hard werkten voor hun onderhoud. Hun cultuur is zo anders dan de onze. Ik realiseerde me eens te meer dat ik vooral graag wilde adopteren, omdat ik zelf zo verlangde naar een kind. Daar is niks mis mee. Natuurlijk zijn veel kinderen wél geholpen met adoptie. Het is complex. Niet elk kind wordt vrijwillig afgestaan en niet voor elk kind is het goed om naar Nederland te komen. Daarnaast zijn er ook heel wat kinderen in Nederland in nood. Ik wil hiermee adoptie niet afwijzen. Ik heb veel respect voor mensen die dit traject wel aangaan. Wij ervoeren het niet als een weg die wij konden gaan. Daarbij kwam er iets anders op ons pad.”

Moedergevoelens

“Over een periode van tien jaar hebben wij twee broertjes opgevangen met een PGB. Ze kregen dit vanwege hun autisme-problematiek. De zorg die wij hen mochten geven, was zo intensief dat je het kunt vergelijken met deeltijdpleegzorg. Ze kwamen een paar keer per week uit school en logeerden veel weekenden bij ons. We kregen een warme band met de twee jongens, die ook geregeld hun kleine zusje meenamen. Ze hebben een belangrijke rol in ons leven gespeeld. Op deze manier konden wij handen en voeten geven aan ons verlangen om voor een kind te zorgen. Toen ze vaker kwamen, verkochten we ons kleine huisje en huurden groter, zodat we hen een eigen kamer konden bieden. Ik voelde mij een deeltijdmoeder. We waren bij alle grote momenten in hun leven betrokken, maar je voelt die liefde misschien nog wel het meest op de gewone momenten. Als we ze knuffelden voor het naar bed gaan, als we plezier hadden aan tafel en als we samen op pad gingen. Ze hoorden bij ons leven, zaten in ons hart en hoofd. We hadden een diepe band van vertrouwen en liefde met hen. Helaas is deze zorg op een verdrietige manier tot een einde gekomen.”

Afscheid nemen van een droom

“Nog steeds heb ik verdriet. Dit is niet altijd even scherp. We mogen meegenieten van onze neefjes en nichtjes en van de kinderen van een vriendin. Daarbij kunnen we echt genieten van het samenzijn. Ik zie heus wel dat kinderen hebben niet alleen maar rozengeur en maneschijn is. Van mij mogen mensen daar ook best eerlijk over zijn. De moeilijkste periode is als iedereen om je heen kinderen krijgt. Ik ga nu richting 40: de kans dat ik nu nog kinderen krijg, is nihil. Ik heb nog lang gehoopt dat er een behandelmethode zou komen of toch dat wonder. We nemen nu meer en meer afscheid van onze droom. Naar de mens gesproken word ik geen moeder meer. Hoewel ik daar meer vrede mee begin te krijgen, dringt tot me door dat ik er daarmee niet ben. Ik denk na over de toekomst en realiseer me dat ik ook geen oma zal worden.  In mijn werk (pastoraal werker) bezoek ik regelmatig ouderen. Bij de meesten spelen kinderen en kleinkinderen een enorme rol. Ik denk dan: ‘Wat nou als ik 70 of 80 jaar ben? Waar zal mijn verhaal over gaan?’ Ik heb nu nog een best gevuld leven. Ik ben benieuwd hoe dat zal zijn, als ik ouder word.”

Henrieke schreef onlangs de roman Retour Afzender, die is uitgegeven bij Ark Media. Ze schreef dit boek "voor iedereen die het wel eens ingewikkeld vindt om aandacht te verdelen, om om te gaan met verwachtingen en maatschappelijke druk. Voor iedereen die geloofsvragen heeft of schroom heeft richting God. Voor iedereen die waarde hecht aan relaties en tegelijkertijd weet hoe complex deze kunnen zijn." Voor meer informatie over het boek, kijk hier

 

Tekst: Jade Smith
Foto 2: Ruben Timman