Icon--npo Icon--EO Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--pinterestCircle Icon--facebook Icon--facebookCircle Icon--twitter Icon--snapchat Icon--instagram Icon--clip Icon--whatsapp Icon--pinterest Icon--youtube Eva Logo
6 juni 2018 in Geloof

Jij gelooft, hij niet meer

Zijn hand in jouw hand. De zegen van God komt over jullie leven samen als man en vrouw. Maar langzaam beginnen twijfels over God zijn leven binnen te sijpelen. Twee vrouwen vertellen hoe het is als je man niet meer gelooft.

Edith is twintig jaar getrouwd en sinds een jaar of negen, tien gelooft haar man niet meer zoals voorheen. Terwijl ze juist zo blij was dat ze samen gelovig begonnen en een kerk bezochten. “Hij was heel actief en enthousiast, hij leidde zelfs een Alphacursus,” vertelt Edith. 

Bij de jeugdkring die hij leidde, ging het wringen. Hij merkte dat hij zelf steeds meer vragen begon te stellen, vragen die hij in zijn eigen jeugd nooit beantwoord had gekregen. Edith: “Op het moment dat hij daar steeds meer mee in de knoop kwam, is hij gestopt met de tienerkring. Een poosje later benauwde de kerk hem meer en meer en ging hij steeds minder vaak mee naar de kerk.” 

Ik ben ’s avonds gestopt met hardop bidden

Je eigen twijfels en vragen

Het niet meer kunnen delen van je eigen twijfels en zorgen maakt het extra pijnlijk, vertelt pastoraal voorganger Gerrit van Klaveren. “Je kunt het diepste wat je raakt niet meer delen. Doe je dat wel, dan kan dat voor de ander juist een bevestiging zijn dat het geloof niet klopt, dus stop je ermee.”

Het heeft ook invloed op jouw identiteit

Als je partner het ‘verbond’, het drievoudig snoer tussen jou, God en hem verbreekt, heeft dat ook gevolgen voor je identiteit. Gerrit van Klaveren: “Samen heb je je geloof vormgegeven, je hebt bepaald wat je belangrijk vindt en hoe je over zaken denkt. Je kon naar de ander toe als je vragen had, je ontleent er je geloofsidentiteit aan.” Dat ervaart Edith ook: de gesprekken die ze vroeger hadden, mist ze nu. “We konden dingen die gebeuren altijd bekijken door geloofsogen. ‘Wat leeg is het leven, hè, als je geen eeuwigheidsperspectief hebt,’ zeiden we dan tegen elkaar. Ik weet wat het is om samen die basis te hebben. Maar het gekke is, het went, al steekt het af en toe. Je leert ermee omgaan, maar ik blijf natuurlijk hopen en bidden.”

Helemaal afgeknapt

Mirjams man heeft maar heel even geloofd. Na jarenlang hardnekkig niet naar de kerk gaan, ging hij op uitnodiging een keertje mee naar een andere kerk. “Ik was zo blij dat hij, na al die dat ik voor hem gebeden had, God had leren kennen. Er werd weer gebeden aan tafel, we hadden af en toe een kort gesprekje over het geloof.” Helaas haakte haar man na een halfjaar weer af. De kerk werd verstikkend voor haar man, ontnam hem zijn eigen keuzes. “Hij raakte helemaal afgeknapt en was met geen mogelijkheid nog naar een andere kerk te krijgen.” Na een poos heeft hij het geloof op een laag pitje gezet en is het uiteindelijk helemaal weer verdwenen. Terwijl Mirjam naar de kerk en naar de huiskring gaat, gaat hij vooral op in zijn werk.

Diep gevoel van eenzaamheid

Een diep gevoel van eenzaamheid is iets wat bijna alle partners van ongelovige partners hebben, zegt Van Klaveren. “Mensen zijn relationele wezens. Er moet een plek zijn waar je je kwetsbaar kunt opstellen zonder dat er sprake is van afwijzing of veroordeling. Zorg daarom dat je een netwerk hebt van mensen met wie je je twijfels en zorgen en gebedspunten kunt bespreken.” Het liefst een gelovige vriendin, benadrukt hij. Als je als vrouw kwetsbaar bent, kan er ruis ontstaan door een andere gelovige man te idealiseren.” 

Leg de nadruk op wat je nog wél hebt

“Er kan schaamte bij komen; jullie waren ooit een actief christelijk gezin. Het kan ook zijn dat je het moeilijk vindt om bijvoorbeeld contacten in de kerk te leggen en dan kan je wereldje heel klein worden. Dan heb je je man, je kinderen en jijzelf. Blijf daarom actief in het geestelijke leven dat je leidt en blijf mensen opzoeken. Daar haal je kracht uit. Er zal minder druk komen op je man, want je legt niet de nadruk op wat je niet meer hebt, maar nog wél hebt.”

Liefde in de ogen van de ander

Mirjam heeft pas voor zich laten bidden, voor haar een hele stap. “Ik merkte dat ik verbitterd raakte. Ik kon het met niemand delen. Tijdens het gesprek in een gebedsdienst zag ik de liefde en het verdriet in de ogen van de anderen. Deze mensen huilden met me mee. Ik vond die warmte zo bijzonder. Ze raadden me aan om een maatje te zoeken, iemand die in hetzelfde schuitje zit. Met wie ik kan delen en eventueel bidden. Ik merk nu dat er een last van me is afgevallen.” 

Edith heeft een groep van vrienden met wie zij en haar man regelmatig over geloofszaken praten. “Gelukkig wil mijn man daar wél heen. Hij houdt zich bezig met religieuze en filosofische theorieën en vindt het interessant om het daarover te hebben. Voor mij een teken dat hij nog met God bezig is – en dat God hem niet loslaat.” Nog steeds is het voor Edith in zekere mate een gemis dat haar man zondag niet naar de kerk gaat, maar gaat sporten. Dat ze, als ze thuiskomt, niet kan delen hoe de dienst was. “Het blijft een gemis dat hij niet meer gelooft. Absoluut. Ondanks dat houden we gelukkig veel van elkaar en hebben we het goed samen.”

De namen van de geïnterviewden zijn gefingeerd.

Tekst: Maria van Beelen

Dit artikel verscheen in editie 4 van ons magazine uit 2018. Gratis proefnummer aanvragen? Dat kan hier.