Icon--npo Icon--EO Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--pinterestCircle Icon--facebook Icon--facebookCircle Icon--twitter Icon--snapchat Icon--instagram Icon--clip Icon--whatsapp Icon--pinterest Icon--youtube Eva Logo
Pfeiffer syndroom
9 juli 2018 in Geloof

‘Ze scholden mij uit voor kikker, maar ik heb hen vergeven’

Andrea (28) werd geboren met het Pfeiffer-syndroom. Dit komt bij 1 op de 100.000 mensen voor. “In de familie voelde ik mij altijd geaccepteerd, daarbuiten niet. Niemand wist wat er in mij omging, want ik speelde de vrolijke Andrea.”

“Ik werd geboren met het Pfeiffer-syndroom. Dat is een erfelijke aandoening van de schedel, het gezicht, de handen en voeten. Mijn bovenschedel is niet goed aan elkaar gegroeid, waardoor mijn ogen verder naar voren staan. Ook is het bot van mijn duim niet helemaal in orde. Dit heb ik ook bij mijn grote tenen. Gelukkig heb ik type 1, wat betekent dat ik normaal functioneer. Bij type 2 en type 3 zit je in een rolstoel, kun je niet praten of kom je snel te overlijden.”

Ziekenhuis

“Toen ik werd geboren, waren mijn ouders heel blij, maar ik zag er anders uit. Dat was niet op de echo zichtbaar geweest. Ik moest regelmatig naar het ziekenhuis en had veel onderzoeken door het hele land. De dokters zeiden dat ik een operatie nodig had bij mijn oogspier, omdat mijn oog de verkeerde kleur had. Mijn ouders wilden dit niet en overwogen andere opties. Ik kreeg een streng dieet waarbij ik geen melk, suiker en vlees mocht eten. Dat hielp gelukkig. Mijn ouders wilden dat ik later zelf kon bepalen of ik een operatie zou ondergaan of niet. Daar ben ik hen nog steeds dankbaar voor.”

'De kikker had impact op mijn leven'

“Ik groeide op in Ede en kom uit een behoudend hervormd gezin met acht kinderen. In de familie voelde ik mij altijd geaccepteerd, daarbuiten niet. Rond mijn tiende werd ik een beetje gepest in de klas. Ook mensen buiten school scholden mij uit. Als mijn broers bij mij waren, beschermden ze mij. Dan konden er soms gevechtjes ontstaan.”

“Toen ik naar de middelbare school ging, werd ik ook gepest. Ik wist dat ik er anders uitzag. Op die leeftijd wil je er mooi en leuk uitzien, maar dat kon ik niet. Dit zei ik niet tegen mensen. Ik wist niet hoe ik hiermee moest omgaan. Ik speelde altijd de vrolijke Andrea en verborg al mijn pijn en verdriet.”

Intens verdriet

“Ik weet nog dat ik een keer van het Ichthus College Veenendaal naar huis fietste, samen met een vriendin. Ineens was er een man van een jaar of veertig die zei: ‘Hé, je bent je portemonnee verloren!’  Natuurlijk keek ik achterom en was niets verloren. Hij wilde mijn gezicht zien en begon keihard te lachen en de vrouw achterop de fiets ook. Ze scholden mij uit voor kikker en zeiden dat ik beter in de vijver kon zwemmen en dood kon zijn. Ik had hier intens verdriet van en voelde mij niet goed genoeg.”

'Ik voelde mij gevangen in mijzelf'

“Toen ik vijftien was ging ik naar het Hoornbeeck College voor een vervolgopleiding. Het was een streng christelijke school. Daar kwam ik nog meer in de knoop met mezelf. Ik werd veel nagekeken en niet als een persoon gezien. Vooral jongens wilden niets met mij te maken hebben. Ik zag geen uitweg meer en voelde mij gevangen in mezelf. Niemand wist wat erin mij omging, want ik speelde immers de vrolijke Andrea. Een keer zei iemand: ‘Andrea, doet het je nou helemaal niets als mensen iets onaardigs tegen je zeggen of schreeuwen?’ Ik zei met pijn in mijn hart dat het mij niets deed.”

Stage Engeland

“In het derde jaar van mijn opleiding kon ik op stage naar Engeland. Mijn Engels was zo slecht dat ik er bewust voor koos om daarheen te gaan om de taal te leren. Ik was al een keer blijven zitten op het Ichthus College Veenendaal, omdat ik gemiddeld een twee voor Engels stond. Maar dat was niet de hoofdreden. In mijn hart rende ik weg van alles en iedereen. Ik was net twintig en wist niet wat er mij te wachten stond. Toen ik bij het christelijke gastgezin aankwam, voelde ik iets wat ik nog nooit eerder had gevoeld: ik werd meteen geliefd en geaccepteerd. De taal kende ik nog niet, maar hun liefde voor mij was sterk aanwezig.”

'Vader, vergeef het hun'

“Na die drie maanden zag ik dat dit Gods liefde was door hen heen. Ik moest weer terug naar Nederland voor mijn studie. Een jaar later had ik het gevoel dat God zei dat ik weer naar Engeland moest gaan. Vanaf dat moment veranderde mijn leven. Het gastgezin ving mij op en ik ging op een school aan de slag als onderwijsassistent voor kinderen met special needs. Het gastgezin bleef mij overspoelen met liefde. Mijn maskers vielen af. Ik had altijd gedacht dat ik de pijn verdiende omdat ik er zo uitzag. In deze periode vol liefde heb ik God aangenomen als mijn Vader.”

Bijbelschool

“Na 2,5 jaar bij dit gastgezin te hebben gewoond, kreeg ik sterk het idee dat God wilde dat ik bijbelschool ging doen. Ik ben verhuisd en heb daar twee jaar bijbelschool gedaan. Ik droeg de pijn van het moment dat ik door twee volwassenen kikker werd genoemd, al zeven jaar met mij mee. Het was zo moeilijk en ik kon met niemand over dat moment praten. Toen ik ging bidden, nam God mij mee terug naar die gebeurtenis. De tranen rolden over mijn wangen en ik dacht: Hoe kan ik dit ooit vergeten? Iemand die mijn leven voor zeven jaar zo kapot heeft gemaakt. God zei tegen me dat ik hen moest vergeven. Hij gaf mij de Bijbeltekst uit Lukas 23:34, over de Here Jezus die naar het kruis ging. Hij keek achterom en zei: ‘Vader, vergeef het hun, ze weten niet wat ze doen.’ Dat moest Jezus zoveel pijn gedaan hebben. Vanaf dat moment kon ik deze man en vrouw ook vergeven. Er viel een grote last van mijn schouders af.”

Frog-armband

“Een paar dagen later zag ik een meisje op de bijbelschool met een armbandje waarop ‘frog’ stond. Dit betekent: 'fully rely on God'. In het Nederlands: ‘Vertrouw volledig op God.’ Ik vroeg aan haar of ik het armbandje mocht hebben. Mijn studiegenoten zeiden: God doet alles ten goede. Ik mag nu weten dat ik er mag zijn. Ook al verandert de omgeving niet, God heeft mijn hart veranderd. Ik word soms uitgescholden voor kikker of vis. Ik kijk dan naar deze mensen en denk: ‘God houdt van hen.’ Ik heb compassie voor hen gekregen. Hij wil hen helpen, net als Hij mij hielp.’”