Icon--npo Icon--EO Icon--eva Icon--eva-slogan Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--pinterestCircle Icon--facebook Icon--facebookCircle Icon--twitter Icon--snapchat Icon--instagram Icon--clip Icon--whatsapp Icon--pinterest Icon--youtube Eva Logo
28 September 2018 in Geloof

'Ik bid niet om een verblijfsvergunning'

Armina: “We waren op visite bij een gezin dat woonde in een gewone eengezinswoning. Het huis had twee toiletten. Mijn zoon (7) wist niet wat hij zag: ‘Met hoeveel mensen wonen ze hier?’ Mijn hart huilde toen hij dit zei: hij kent niets anders dan dit, onze plek in het AZC. Dat is niet normaal! Ons leven is niet normaal.”

De slagboom gaat vanzelf open als ik (Minella) aan kom rijden. Ik parkeer mijn auto op een smal plekje naast een overvol fietsenrek en bekijk het grote gebouw waar ik voor sta. Het heeft iets weg van een studentenflat; het oogt rommelig en er is veel bedrijvigheid, zelfs nu, midden op de dag. Maar daar stopt de vergelijking dan ook. Want waar studenten vrij zijn, zijn de bewoners van dit pand dat helemaal niet. Vandaag ontmoeten we Armina (35 jaar). Met haar twee zonen en haar man woont ze sinds 2010 in het AZC in Katwijk. Ze is gevlucht uit Armenië en heeft vooralsnog geen zicht op een verblijfsvergunning.

Bij de meldkamer wacht ze op ons. We moeten ons laten registreren voordat we verder het centrum in mogen. “Vertel maar niets over een interview,” fluistert Armina ons toe, “en er mogen geen andere bewoners op de foto komen.” Een oncomfortabel kriebeltje in mijn buik; went het ooit als jouw gasten zich moeten melden voordat je tijd met ze mag doorbrengen? We staan er niet te lang bij stil. Terwijl de receptionist met onze paspoorten bezig is, maken we kennis met elkaar. In goed Nederlands vertelt Armina over haar twee zonen en haar man. En over Eva: “Ik vraag altijd om Eva’s, door Eva te lezen oefen ik mijn Nederlands.”

Even later zitten we in haar smalle, geïmproviseerde woonkamertje. Ernaast is een kleine ruimte waar het gezin slaapt. Er is nog een douche met toilet, een keuken delen ze met andere bewoners uit het azc. Armina snijdt een taartje aan. Ondertussen getuigt ze – af en toe geëmotioneerd: “Ik heb niet voor dit leven gekozen,” verontschuldigt ze zich, “maar God geeft mij kracht en hoop. Ik leef en ik heb deze dag.”

Onze Vader

“In Armenië groeide ik op bij mijn grootmoeder. Zij was alles voor mij: mijn papa, mama, opa en oma. Iedere zondag moest ik van haar mee naar de kerk, al wilde ik soms niet. Nu ben ik haar dankbaar: zij liet mij Jezus zien, de enige weg. Zoek God en je hebt alles. Zodra ik in Nederland was, ging ik dan ook direct op zoek naar een kerk. God heeft het beste met mij, zijn dochter, voor. Daar vertrouw ik intens op. Ik heb rechten gestudeerd en had in Armenië een carrière. Hier ben ik een heel andere vrouw. Maar ik weet dat Hij mij ziet. Hij weet wie ik ben.”

Uw naam worde geheiligd

“We woonden op ons derde geheime adres in Armenië en ik was zwanger van mijn tweede kind. We werden gezocht, dus ik kon niet naar de dokter. Zelfs de bevalling moest ik zonder enige medische hulp doorstaan. Ik was bang, maar dacht: mijn kind is uw kind, God. Met die gedachte ben ik biddend bevallen van een prachtig, kerngezond jongetje. Ik gaf hem de naam Narek – wat in het Aramees ‘Bijbel’ betekent. Het woord ‘Bijbel’ staat bij ons voor ‘Adem van God’. Met deze naam wil ik God grootmaken. We zijn nog steeds op de vlucht, mijn gezin leeft niet in vrijheid. Maar bij God zijn we vrij. God overziet alles; Hij is altijd de oplossing.”

Zoals ook wij anderen vergeven

“Ik hoef anderen niet te vergeven. Ik ben namelijk niet echt boos. Niet op het systeem van Armenië of dat van Nederland en niet op mensen door wie we moesten vluchten. Ik bid niet om een verblijfsvergunning. Dat voelt alsof ik mijn vader om een snoepje vraag. Misschien is een status – net als een snoepje – niet goed voor mij? God weet wat het beste is. Dus dank ik Hem iedere dag: omdat ik heb kunnen slapen, omdat ik hier nog ben, omdat ik leef.” 

Leid ons niet in verzoeking

“We leven in diepe onzekerheid. De politie kan ieder moment op de stoep staan om ons uit te zetten. En wat moeten we dan? Mijn kinderen worden ’s morgens wakker met de vraag of er agenten zijn geweest. Dát is mijn verzoeking: om elke dag te moeten leven met de reële angst dat ons leven straks omgegooid wordt. Ik bid dagelijks dat het kwade buiten mag blijven, dat God ons beschermt. Ik kan mijn kinderen geen normale, veilige jeugd geven. Het heftigste van onze situatie is dat ik sinds ik weg ben uit Armenië bijna elke minuut worstel met een groot schuldgevoel vanwege hun situatie. Want wat voor leven hebben mijn kinderen nu? En wat is hun toekomst?”

Tot in eeuwigheid

“Gods Koninkrijk komt! Amen. Met God ben ik vrij. Maar of ik in de eeuwigheid kom, dat weet ik niet. Mijn schuldgevoel tegenover mijn kinderen zit me dwars, ik bid dagelijks om Gods vergeving…”

Ik ben stil van Armina’s verhaal. We kennen ze allemaal: de beelden van de vluchtelingen en van de asielzoekerscentra. Soms bekijk ik die bewust van een afstandje. Maar bij Armina kon ik dat niet: zij heeft mijn hart geraakt. 

Geschreven door: Martineke Poppe

Dit artikel stond in het eerste eva magazine van 2017. Meer artikelen lezen? Vraag hier een gratis proefnummer aan.