Icon--npo Icon--EO Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--pinterestCircle Icon--facebook Icon--facebookCircle Icon--twitter Icon--snapchat Icon--instagram Icon--clip Icon--whatsapp Icon--pinterest Icon--youtube Eva Logo
17 oktober 2018 in Hoofd & hart

Marije is ambulancechauffeur: 'Je moet wel je mannetje staan'

Marije van der Meer (34) heeft een bijzonder beroep: ambulancechauffeur. Ze vindt de combinatie van zorg en actie nog steeds fantastisch. Hoe ziet haar werkdag eruit?

Mijn werkdag

“‘Aanvang dienst’, zo meld ik mij in via de mobilofoon aan de 112-meldkamer. Met die woorden is mijn dienst begonnen. Op de ambulancepost wacht ik samen met de dienstdoende verpleegkundige tot we worden opgepiept voor een rit. Bij iedere binnenkomende melding krijgen we een urgentiecode mee. A1 bijvoorbeeld (spoed): we gebruiken dan alarmlichten en sirene. Maar er zijn ook ‘bestelde ritten’ met minder urgentie. Je vervoert dan bijvoorbeeld een patiënt van ziekenhuis naar ziekenhuis. De ambulancechauffeur en -verpleegkundige werken altijd zij aan zij. Ik zet de spullen klaar die de verpleegkundige nodig heeft, verzamel de gegevens van de patiënt, ben een luisterend oor voor naaste familie en omstanders en stem alles af met de politie en brandweer ter plaatse. We weten altijd precies van elkaar wat we aan het doen zijn.” 

Als ambulancechauffeur moet je…

“Ten eerste goed kunnen schakelen. Het ene moment ben je bij een oude dame die ten val is gekomen, een half uur later sta je bij een grote calamiteit. Daarnaast werk je graag in teamverband. Je draagt gezamenlijke verantwoordelijkheid met de verpleegkundige en werkt nauw samen met andere hulpdiensten. Fysiek is dit werk zwaar: patiënten liggen overal en in de meest onmogelijke houdingen. Daarin moet je ‘je mannetje’ staan. En natuurlijk moet je stressbestendig zijn.”

Droombaan

“Ik hield van de zorg, maar zag mezelf niet werken in een zorginstelling. Ik kwam bij de verkeerspolitie terecht, in de hoop door te groeien. Dat bleek een lange weg. Tijdens een dienst had ik het erover met een ambulancechauffeur. Hij nodigde me uit eens een ambulancedienst mee te draaien. Vijf dagen ging ik mee op stap. Er gebeurde weinig enerverends, maar de sfeer in het team sprak me aan. Inmiddels doe ik dit werk acht jaar en vind de unieke combinatie van actie en zorg nog steeds fantastisch.”

Mooi moment

“Op de ambulancepost hing een kaartje. ‘Bedankt voor de adequate hulp!’, stond erop. Het was van een jonge man voor wiens leven we gevochten hadden. We troffen hem na een beroerte en moesten hem met spoed vervoeren. Het was zwaar geweest om hem uit huis in de ambulance te tillen. Maar nu, maanden later, hing hier dit kaartje. Hij leefde! Het doet altijd goed zoiets te horen.”

Minder leuk

“Veel mensen zijn bang voor de dood. Dat raakt me iedere keer weer. Het is een diepgewortelde angst waardoor patiënten oeverloos blijven doorbehandelen. Door mijn geloof weet ik dat je rust kan vinden, dat je niet bang hoeft te zijn.” 

Thuisfront

“Ik was 24 toen ik met dit werk begon. Veruit de jongste ambulancechauffeur in onze regio. Natuurlijk maakte ik veel mee voor iemand van mijn leeftijd. Je ziet de meest rauwe kanten van het leven; je bent erbij als mensen overlijden of verschrikkelijke pijn lijden. Maar ik had genoeg tijd om wat ik meemaakte een plek te geven. Dat werd anders toen we kinderen kregen. Na een werkdag moest ik thuis aan de slag: kids ophalen, koken, schoonmaken. Er was minder tijd om bij te slapen na een late dienst. En door de wisselende diensten en de zorg voor onze kinderen leefden mijn man Dirk-Leendert en ik soms weken langs elkaar heen. Ik werd onzeker, ging twijfelen: stond op het randje van een burn-out. Met een coach heb ik de balans in mijn leven hervonden. Dirk-Leendert en ik zorgen nu beter voor elkaar; we gaan regelmatig uit eten en koesteren meer de tijd die we met zijn vieren hebben. Desondanks blijft dit werk een aanslag op je gezinsleven. Als ik een weekenddienst heb, staat Dirk-Leendert er alleen voor met onze kinderen. Maar ik vertrouw hem daarin volledig. Zonder hem zou ik dit werk niet kunnen doen.”

Dit artikel stond eerder in Eva 2 uit 2016. Meer lezen? Vraag hier een gratis proefnummer aan!