Icon--npo Icon--EO Icon--eva Icon--eva-slogan Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--pinterestCircle Icon--facebook Icon--facebookCircle Icon--twitter Icon--snapchat Icon--instagram Icon--clip Icon--whatsapp Icon--pinterest Icon--youtube Eva Logo
gebed
11 februari 2019 in Geloof

Gebed om sneeuw

Zal ze om sneeuw bidden, vraagt Pauliens dochter zich af. Het is wel een hele verantwoordelijkheid. Want bij gebedsverhoring zal ze ook de zorg moeten dragen voor de koude handen van haar klasgenoten. En zo zijn er nog meer gebedsdilemma’s. Paulien piekert mee.

Vorig jaar bad ze om sneeuw. En warempel, meteen de volgende dag lag het er. En een flink pak ook. Code rood was het, en heel Nederland ontregelde. Haar gebed werd verhoord, en hóe: ’s middags op het schoolplein werd een sneeuwballengevecht gehouden en de hele school deed mee.

Maar na een poosje hadden kinderen koude handen gekregen. Sommigen zo koud, dat ze ervan moesten huilen. Geschrokken bad ze tussen de natte jassen toen maar om een spoedige dooi. En aldus geschiedde. Die avond zette direct de dooi weer in.

Een hele verantwoordelijkheid

Dit jaar ligt ze in de schemer naar het plafond te staren. Handen onder haar hoofd. Het vriest. En ze wil zó graag dat het weer gaat sneeuwen. Of ze erom zal bidden, vraagt ze zich af. Het is ineens wel een hele verantwoordelijkheid. Want nu zal ze bij gebedsverhoring ook de zorg moeten dragen voor de koude handen van haar klasgenoten. Zo gauw de eerste signalen van ijzige handen en tranen zich aandienen zal ze als de wiedeweerga weer om dooi moeten bidden.

De volgende morgen aan het ontbijt kijkt ze naar de grauwe lucht. Misschien, peinst ze hardop, dat ze het vanavond voor het slapen toch maar voorzichtig zal gaan proberen. Bidden om sneeuw.

Wat nu als je bidt om iets dat voor een ander niet fijn is?

Haar zus blijkt geen medestander. Integendeel. Na een valpartij met de fiets is sneeuw voor haar geen wit sprookje meer. Sneeuw is prima, maar dan alleen in het weekend. En zo ligt daar opeens een theologisch vraagstuk van formaat op de ontbijttafel. Wat nu als je bidt om iets dat voor een ander niet fijn is? Wordt het dan wel verhoord?

Haar broer bidt trouwens helemaal niet meer om dat soort ‘verhoorbare’ dingen, deelt hij mee. In de kleuterklas bad hij intensief voor herstel van een ziek vriendje. Het vriendje overleed. En om het de hemel verder niet te lastig te maken hield hij het daarna een lange periode op standaardformuleringen: ‘Zegen deze spijze’ en ‘Ik ga slapen’. Wij ook trouwens. Niet omdat we niet meer in verhoring geloofden, maar omdat we niet zeker wisten of we zo snel de tegenslag van een onverhoord gebed weer zouden kunnen incasseren.

Onrechtvaardige rechter

‘Hoe wéét je eigenlijk of iets waarvoor je bidt nadelig is voor een ander?’ vragen we ons af. Dat weet je dus niet. En: ‘Hoe kun je vol vertrouwen bidden en dan ook nog steeds vol vertrouwen dankbaar zijn als je gebed níet verhoord wordt?’. Dat kunnen wij dus niet. Andere mensen misschien wel, maar wij niet. Nog niet.

Ik wil zo graag iets zinnigs zeggen. Iets steekhoudends. Ik wil graag vol vertedering lachen om hun kinderlijke naïviteit. Maar het dringt tot me door, voor de zoveelste keer, dat in het koninkrijk van God de kinderen voor de volwassenen uit gaan. Hoe vaak bid ik ‘Uw koninkrijk kome’, en denk er achteraan ‘maar wel liefst ná de zomervakantie’. Ik bid om dagelijks brood, maar wil er ook graag een 13e maand bij, een betekenisvolle dagbesteding en wat persoonlijke ontwikkeling. En voor sommige zaken bid ik al zo lang, zo lang, dat mijn hele bibliotheek aan gebeden uit is, en ik alleen nog woordeloos mijn handen kan open leggen en denken aan de onrechtvaardige rechter.

Nieuwste IPhone

Heel, heel soms weet ik even hoe het zit. Als ik verhalen hoor over leed dichtbij of ver weg. Echt leed. Dan dringt een seconde tot me door hoe pijn, beperking en eindigheid het ritme van deze wereld bepalen. ‘Kom haastig!’ bid ik dan, omdat ik heel even weet dat niets anders deze wereld kan redden. En ga over tot de orde van de dag.

De volgende dag valt er sneeuw. Met rode wangen komt ze thuis. Het was leuk. Niemand moest huilen. Eigenlijk wil ze bidden om nog méér sneeuw. ‘Maar mag dat wel?’ vraagt ze zich af, ‘Gewoon om iets bidden omdat je het leuk vindt? Ook al heb je het nergens echt voor nodig?’. We vinden van wel, ‘s avonds aan tafel. Wel om sneeuw. Maar niet om dure merkschoenen of de nieuwste Iphone. Of misschien ook wel. We weten het alweer niet.  

‘Danken dan maar?’ vraagt de echtgenoot. Danken kan altijd. Er is veel om voor te danken. Dagelijks brood en maandelijks inkomen. Hagelslag en gezondheid en een warme kachel. En deze kinderen.

Meer lezen over gebedsdilemma's? Bekijk dan ook deze video's met gebedspastor Ron van der Spoel.

Illustratie: Ruth Dingemanse