Icon--npo Icon--EO Icon--eva Icon--eva-slogan Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--pinterestCircle Icon--facebook Icon--facebookCircle Icon--twitter Icon--snapchat Icon--instagram Icon--clip Icon--whatsapp Icon--pinterest Icon--youtube Eva Logo
koninkrijk
9 maart 2019 in Uit & thuis

Het Koninkrijk lag in mijn keukenkast

Als Hanneke haar keukenkastje opentrekt om wat nog te poten bloembollen bij elkaar te zoeken, doet ze tussen de vazen en bloempotten een onverwachte, hoopvolle ontdekking die haar herinnert aan iets nog veel groters.

Het Koninkrijk van God lag in mijn keukenkastje. En ik wist van niets.

Ik stuitte er per ongeluk op toen ik de bloembollen in de tuin wilde gaan zetten. Ik had daar een paar zakjes vol van gekregen in verband met onze verhuizing (tip voor wie van cadeautjes houdt: ga verhuizen en houd een housewarming). Bovendien had ik, zunigerd die ik ben, ook nog wat bakjes met bollen van vorig jaar bewaard (!), meeverhuisd (!!) en ergens in dat kastje gekieperd. Toen ik eindelijk de moed had verzameld om ze een plekje te gaan geven in de tuin, trok ik dat vazen-en-andere-plantentroep-kasje dus open om de hele bollenboel bij elkaar te zoeken.

Blauwe vingers

Al gravend in mijn keukenkastje vond ik niet alleen bollen voor in de tuin. Ik deed ook nog een heel andere ontdekking, die mij erg verraste.

Ik vermoed dat ik blauwe vingers heb. Of gele misschien. Rode zou ook kunnen. Maar zeker geen groene. Wat ik nu ga zeggen kan dus voor de doorgewinterde plantenkenner zomaar de normaalste zaak van de wereld zijn en tot geen enkele vorm van verbazing leiden.

Ik daarentegen voel mij op het gebied van planten een volslagen onbenul. Zelfs een cactus kan onder mijn hoede sterven aan vochtgebrek. Of aan verdrinking. Of door gebrek aan zonlicht. Of door omgegooid te worden door een van de kinderen.

Ik wist niet hoe gauw ik dit wonder een ereplaats moest geven

Ik heb een diepe bewondering voor mensen die van iedere plant precies weten hoeveel zon, water en voeding die nodig heeft èn er ook nog aan denken om op tijd voor al die dingen te zorgen. Die bewondering komt voort uit mijn eigen plantenkundige handicap.

Goed, ik dwaal af. Ik keek dus in mijn keukenkastje en ontdekte daar iets wat mij verraste.

Vorig jaar kreeg ik van iemand een amaryllis met een mooie pot er omheen. Toen de bloem uitgebloeid was, wilde ik de pot bewaren, dus ik ruimde hem op bij de andere plantenpotten en bloemenvazen. Ik ben vrij lui aangelegd, dus de bol liet ik erin zitten. Ach, je weet nooit tenslotte.

Ik leef! Ik groei!

En nu was daar, een jaar en een verhuizing verder, in mijn stikdonkere keukenkastje, een nieuwe uitloper gekomen uit die bol. Een prachtig, frisgroen, parmantig uitlopertje.

Ik wist niet hoe gauw ik dit wonder een ereplaats moest geven op de eettafel.

Iets dat zijn beste tijd gehad leek te hebben, dat weggestopt lag in het donker, waar ik nauwelijks nog iets van verwachtte, juist dát blijkt diep in het verborgene hartstikke springlevend. Het groene puntje strekt zich grijnzend naar mij uit: ‘Dus jij dacht dat er niks meer van mij zou worden? Hier ben ik dan! Ik leef! Ik groei! En je hebt er helemaal NIETS voor hoeven doen. Ha!’

Als dat niet op het Koninkrijk van God lijkt, weet ik het ook niet meer.