Eva Logo
stiefmoeder bonusmoeder bonusmoederen
22 februari 2019 in Liefde & relatie

Niets is zo misleidend als de term 'bonusmoeder'

Mariëtte is sinds 7 jaar ‘bonusmoeder’ voor de zonen van haar man. Vol enthousiasme stapte ze in, maar haar verwachtingen moest ze bijstellen. “In eerste instantie voelde ik me soms onzichtbaar.”

Als stief- of bonusmoeder hebben wij geen beste reputatie. In sprookjes, literaire romans, maar ook in films zijn we vaak gemeen, achterbaks, inhalig. De Griekse tragediedichter Euripedes zei zelfs: “Je kunt beter een serpent zijn dan een stiefmoeder.”

Hormonen

Nou, steek dat maar in je zak. De werkelijkheid is gelukkig wel anders hoor. Veel bonusmoeders willen juist niks liever dan een goede relatie opbouwen met de kinderen van lief. Maar dat het makkelijk is, is een tweede. Kinderen hebben vaak door een scheiding of een overlijden al zoveel te verstouwen en zeker als je ze pas in de puberleeftijd leert kennen, worstelen ze niet alleen met jou, maar ook nog eens met hun hormonen.

'Ik lijk hier wel de huishoudster'

Toen ik bonusmoeder werd, zo’n zeven jaar terug, koesterde ik torenhoge verwachtingen. Lief heeft twee zonen die op dat moment tien en elf waren. Ik stond te trappelen om mijn taak op te pakken. “Jippie,” juichte ik, “ik mag moederen!” Daar ging ik dus al de mist in. Want wat ik ontdekte: niets zo misleidend als de term bonusmoeder. Terwijl hun biologische moeder een bloedband heeft en vanaf de geboorte bij hen is betrokken, ploepte ik ineens op in hun leven. Ik was de partner van, maar een soort moeder? No way!

Effe normaal

Ik ging door een rouwperiode. Moest mijn verwachtingen fiks bijstellen en krabbelde vervolgens weer op om mijn eigen plekje te vinden in het gezin. Maar hoe ik dat moest doen, was me nog een raadsel. Als ik me nergens mee bemoeide en alleen maar liep te zorgen - koken, wassen, strijken, boodschappen doen - voelde ik me onzichtbaar en mopperde ik: “Ik lijk hier wel de huishoudster.” Als ik me overal mee bemoeide, riep een zoon: “Doe effe normaal zeg.” 

Duh

Inmiddels is er een balans. Zo’n beetje. Want het blijft zoeken. Soms zeg ik iets reuze onhandigs, soms doen zij iets wat ik me toch weer persoonlijk aantrek. Vaak heb ik ook het gevoel dat ze slechts passanten in ons huis zijn. Games, vrienden, bijbaantjes zijn veel belangrijker dan lief en ik.  Op een vraag krijg ik in de regel een minimaal antwoord.  “Mwa!” of “Duh!”

Als ik dat aan vriendinnen vertel die echt moeder zijn, stellen ze me wel gerust: “Nee joh, heel herkenbaar. Dat doen mijn pubers ook.” Pfew, denk ik dan, gelukkig maar.  

Tien tips voor bonusmoeders

  1. Het opbouwen van een band met je bonuskind/-kinderen kost veel tijd. Jaren vaak.
  2. Kijk eerlijk naar je eigen verwachtingen.
  3. Accepteer dat kinderen hun ouders in de meeste gevallen onvoorwaardelijk liefhebben en hun loyaliteit bij hen ligt.
  4. Je mag fouten maken, dat doen de ouders zelf ook. Maar wees daar eerlijk in. Durf “sorry” te zeggen.
  5. Zorg ook goed voor jezelf.
  6. Laat de opvoeding over aan de ouders. Ben je het ergens echt niet mee eens, zeg dat dan niet waar de kinderen bij zijn, maar bespreek dit met je partner of met beide ouders.
  7. Wonen de kinderen of het kind bij jullie in huis: maak dan wel duidelijk waar de grenzen liggen en trek daar als partners één lijn in.
  8. Zoek steun bij andere bonusmoeders. Kijk of er bijvoorbeeld stiefmoedercafés zijn in jouw omgeving
  9. Praat nooit negatief over de moeder waar de kinderen bij zijn.
  10. Gaat het even niet, laat de emoties niet overkoken.  Neem even afstand.  Ga met een vriendin naar de bioscoop, maak een ommetje met de hond.