Icon--npo Icon--EO Icon--eva Icon--eva-slogan Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--pinterestCircle Icon--facebook Icon--facebookCircle Icon--twitter Icon--snapchat Icon--instagram Icon--clip Icon--whatsapp Icon--pinterest Icon--youtube Eva Logo
vloeken
23 maart 2019 in Hoofd & hart

Of je weleens vloekt in het bijzijn van je kind…

Natuurlijk laten we de ‘GVD’s’ graag achterwege. Maar schuttingtaal, daar maakt iedereen – christen of niet – zich op een bepaalde manier weleens schuldig aan. En soms heeft die schuttingtaal ook een functie, vindt Maria van Beelen.

Ik kan mij niet herinneren dat ik mijn ouders ooit echt hartgrondig heb horen vloeken. Nou ja, mijn vader wel. Niet vaak, maar als het gebeurde, dan was het op het moment dat hij de filmprojector (een apparaat uit de vorige eeuw) aan de praat probeerde te krijgen. De ‘pokkes’ en ‘takkes’ werden overigens wel rijkelijk door het huis gestrooid, maar verder was het not done om schuttingtaal te gebruiken. “Laat geen onvertogen woord over je lippen komen,” werd ons ingeprent.

De gedachte dat vloeken een ontlading is, is een interessante

Dat is nu wel even anders. Mijn jongste van vier zegt woorden waar ik op die leeftijd nog nooit van gehoord had. Amerikaanse onderzoekers zagen dat de vloekwoordenschat van kinderen tussen de één en twee jaar uit zo’n zes woorden bestaat en bij peuters al wordt uitgebreid naar 34 woorden. Diezelfde onderzoekers zeggen trouwens ook dat vloeken niet alleen maar erg is. Kinderen en volwassenen die vloeken, zouden intelligenter zijn en eerlijker. Vloeken is namelijk een manier van ontladen en ruimte geven aan je negatieve gevoelens. De gedachte dat vloeken een ontlading is, is een interessante. Vooral als je in een omgeving zit, waar er geen ruimte is voor minder mooie emoties. Waar bijvoorbeeld boos worden op God geen optie is. Waar er krampachtig en ‘über-vroom’ wordt gereageerd op een vloek.

(lees verder onder de banner)

Pokerface

Er is niets ergers dan passieve agressiviteit. Mensen die verkillen in moeilijke tijden, die het achterste van hun tong niet laten zien. Van wie je nooit weet hoeveel wrok en bitterheid onder de oppervlakte broeien. Wrok, naar mensen, over situaties en naar God, vreet je van binnen op. Dan gooi ik er liever à la de psalmzinger David alles uit wat in mij leeft, en nee, dat deed hij ook niet altijd even netjes. Hij wenste zijn vijanden de ergste dingen toe. Rikko Voorberg zegt in het boek Vloeken in de kerk zelfs dat vloeken heilig kan zijn als je het tenminste oprecht gebruikt om je ongenoegen over een ernstige situatie uit te spreken.

De beste troost die ik van iemand kreeg, was troost in de vorm van schuttingtaal. Ik had verwacht dat hij zei dat ik dankbaar moest zijn. Of dat ik vertrouwen moest hebben. Maar nee, toen ik vertelde wat er aan de hand was, zei hij gewoon: “Wat klote, joh.” Dit gaf lucht. Ook naar God toe. Alsof Hij wilde zeggen: doe je pokerface af en wees nou gewoon echt. Stop met vroom praten en praat tegen Mij. In gesprek ging ik. Vaak in de keuken, met de deur potdicht, ik wilde niet dat mijn kinderen getuige waren van mijn gesprekken. Soms voelde het schijnheilig als ik op zondag in de kerk aan het zingen was, wetende dat ik daarvoor zo woedend was geweest. Maar wat fijn: van een afstandelijk geloofsleven waarin er geen ruimte was voor negatieve emoties, ben ik langzaam overgestapt op échte communicatie.

Ik hoop dat ik vaak kom zoals ik ben

Nog steeds balanceer ik tussen een heilig en onberispelijk leven leiden en het komen bij God zoals je bent. Ik hoop dat ik vaak kom zoals ik ben. En dan hoop ik dat Zijn liefdevolle hand op mij rust. Dat ik voel dat zijn genade druppelsgewijs in mijn hart wordt uitgegoten en dat Hij mijn woede kan omzetten tot dankbaarheid, mijn rouw in blijdschap en mijn bitterheid in de vrijheid om Hem te kennen en in het volle licht te leven.

Thuis probeer ik minder geforceerd op scheld- en vloekwoorden te reageren als mijn omgeving dat vroeger deed. Nee, GVD’s komen er bij ons niet in, maar de rest? Tegelijkertijd willen mijn man en ik niet het aso-gezin van de straat zijn en doen ook wij verwoede pogingen de ‘fucks’ en de ‘kuts’ enigszins te beperken en te veranderen in iets wat betreft de medeklinkers even lekker bekt. Er bestaat tot nu toe één woord waar ik alles (of nou ja, bijna alles) van mijn frustratie in kan leggen. En dat ook nog eens perfect bij de leeftijdsfase van mijn kinderen past. Het woordje ‘KAK’.

'Biker' Ans kwam op latere leeftijd tot geloof, haar man gelooft (nog) niet. "We hebben afgesproken dat we niet vloeken in huis en ik ga alleen samen met mijn zoon naar de kerk."