Icon--npo Icon--EO Icon--eva Icon--eva-slogan Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--pinterestCircle Icon--facebook Icon--facebookCircle Icon--twitter Icon--snapchat Icon--instagram Icon--clip Icon--whatsapp Icon--pinterest Icon--youtube Eva Logo
18 maart 2019 in Lijf & leven

Vasten van onrust

Paulien besluit dat het tijd is voor een bijzonder ‘vastmoment’. Terwijl haar echtgenoot de boodschappen wegruimt, het eten kookt en de kinderen overhoort, dringt het namelijk tot haar schrik tot haar door dat ze verre van ‘vrij’ is.

“Hoe voel je je?” vraagt de echtgenoot. Goeie vraag vind ik dat. Hij omzeilt alle ‘ik vind’s’ en ‘ik denk’s’ en steekt meteen af naar de sprookjesachtige diepte van Bang-Boos-Blij-Verdrietig. Meestal dan.

Want het is een goeie vraag, dat wel, maar het moment is vandaag net even wat minder geschikt. Ik ben juist binnengehaast en sta met twee tassen boodschappen tegen mijn enkels druk te zijn. In plaats van de boodschappen te gaan opruimen, heb ik ergens de volkomen onlogische keuze gemaakt tegen het aanrecht geleund mijn mail te gaan wegwerken. Via mijn smartphone, met mijn jas nog aan.  

Ongevouwen was

Ik kijk de echtgenoot lang aan. Vermoedelijk zie ik eruit als een konijntje dat verschrikt in de koplampen van een auto kijkt. Ik heb even geen idee hoe ik me voel. Ik voel eigenlijk helemaal niets. Mijn hoofd is een soort in beton gegoten to-do-lijst.  En om mij heen zie ik niets dan werk dat nog gedaan moet worden. Nakijkwerk, een trainingsavond die voorbereid moet worden. Een wasmand met ongevouwen was. En aan tafel zit een trosje kinderen dat overhoord, gesupport en gesteund moet worden. Als ik al iets voel, is het ‘haast’.

Ik ben een trouwe dienstknecht geworden van mijn agenda

Eén van de grootste klussen die deze middag op mijn lijstje staat, is een lezing die ik moet schrijven. Thema: ‘vrijheid’. En terwijl de echtgenoot de boodschappen wegruimt, het eten kookt en de kinderen overhoort, dringt tot mijn schrik tot me door dat ik zelf op dit moment verre van ‘vrij’ ben. Ik ben in een paar weken tijd weer een trouwe dienstknecht geworden van mijn agenda. Een moedige soldaat in eeuwigdurende veldslag van het mensenhart om erkenning, waardering en aanzien. En of dat nog niet genoeg was, ben ik in mijn onrust ook een slaaf geworden van mijn mobiele telefoon. Wachtend tot de macaroni kookt, wachtend tot de droger klaar is, wachtend in de rij bij de winkel check ik onvermoeibaar Facebook, Twitter, Instagram en meer.

(tekst gaat door onder de banner)

Namaakgoden

De behoefte om gezien te zijn. De behoefte om sensationeel te zijn. Om belangrijk te zijn. Schreef Henri Nouwen daar niet iets over? Ineens schiet het me te binnen. Het zijn de verzoekingen die Jezus tegenkwam in de woestijn. Nouwen vertaalde ze naar de gewone-mensen-maat. Het zijn verzoekingen die we in één of andere vorm allemaal vaak tegenkomen in ons leven. En Jezus reageerde anders dan ik nu doe. Hij vastte. En bad. Deed niet mee aan wat op hem afkwam. En dat is precies wat voor mij nu ook nodig is. Er niet meer aan meedoen. Mijn namaakgoden laten voor wat ze zijn, en terug naar de Bron. De slavernij achter me laten. Vrij worden… Ineens heb ik een lumineus plan. Ik ga vasten. Denk ik.

Wijn

“Wat?” zegt de verschrikte echtgenoot die avond. “Vasten? Daar was jij toch tégen?” Ja, dat klopt. Vorig jaar was ik ertegen. En nu ben ik ervoor. Zo kan dat gaan in een vrouwenleven, in het mijne tenminste wel. Dit jaar overweeg ik te vasten van alles waar ik naar grijp als ik me onrustig voel. Mijn mobiele telefoon. Het glas wijn op vrijdag.  En als het kan, wil ik vasten van de onrust zelf.

Leuk lijkt het me trouwens niet. Ik ken mezelf een beetje. Het zal niet lang duren voor ik weer voel waar ik zo hard voor op de loop was. En voor ik weer voel wat er nog een laagje dieper onder zit: frustratie. Frustratie en verdriet over dat altijd maar ‘ten dele’. Ten dele kennen, ten dele profeteren.  ‘Door middel van een spiegel in een raadsel kijken’. En nog een laagje dieper: verlangen. Een bijna niet in woorden te vangen verlangen naar heelheid. Naar ‘kennen van aangezicht tot aangezicht’. Naar het doorbreken van het morgenlicht van Pasen.

Chocolade?

De echtgenoot overweegt het ook dit jaar, blijkt. Hij heeft er al langer over nagedacht en heeft ook veel doordachtere argumenten. ‘Stel dat we gaan vasten’, vraagt hij voor alle zekerheid, ‘Vasten we dan ook van chocolade?’

We vasten ze-ker niet van chocolade. Vooral niet van de karamel zeezout-variant van een bekend slaafvrij merk. Ik ben een beginner en ik ken mezelf. Er zijn grenzen.