Icon--npo Icon--EO Icon--eva Icon--eva-slogan Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--pinterestCircle Icon--facebook Icon--facebookCircle Icon--twitter Icon--snapchat Icon--instagram Icon--clip Icon--whatsapp Icon--pinterest Icon--youtube Eva Logo
dakloze Jezus
31 mei 2019 in Lijf & leven

Column: Jezus slaapt in de speeltuin

Als Hanneke op een avond door het winkelcentrum loopt, ontmoet ze Jezus. Maar hem de ontvangst geven die hij verdient, valt niet mee. En dat is beschamend.

Het was een druilerige en kille lenteavond. Na het avondeten liep ik nog even naar de glasbak aan de andere kant van het winkelcentrum pal naast ons huis. Een heel gewone avond.

Totdat ik op de terugweg Jezus ontmoette.

Eigenlijk had ik hem op de heenweg al gezien. Ik had hem vriendelijk gegroet en mij al afgevraagd wat hij hier nog deed na sluitingstijd. Hij leek onder de overkapping van de winkels te schuilen. Zijn twee tassen zolang op een bankje geparkeerd.

'Waar slaap je vannacht dan?', vroeg ik. 'In de speeltuin,' zei hij beschaamd

Toen ik mijn glasvrachtje had gedumpt en terugliep, was hij er nog steeds. Razendsnel dacht ik na. Zo alleen met twee tassen in een druilerig winkelcentrum op vrijdagavond: dat doet niemand voor zijn lol.

Wat kon ik doen?

Ik besloot hem aan te spreken.

We praatten wat over hoe hij hier beland was. Hoe de dingen zich tegen hem gekeerd leken te hebben. Dat hij geen eigen plek had om zijn hoofd neer te leggen. ‘Waar slaap je ’s nachts dan?’ vroeg ik. ‘De speeltuin…’ zei hij wat beschaamd. ‘En als het regent?’ ‘Dan zit ik in een bushokje en wacht tot de nacht voorbij is.’ Een enkele keer kon hij logeren bij een vage kennis. Maar niet te vaak. Vannacht bijvoorbeeld niet.

Tot zijn grote verbazing vroeg ik Jezus mee naar mijn eigen huis. Daar gaf ik hem hete koffie met veel suiker, vulde zijn thermoskannetje, pakte fruit en smeerde boterhammen voor hem. Zijn protest dat het wel genoeg was zo moedigde mij aan nog een extra banaan en appel te pakken. Voor morgen.

Intussen dacht ik verder. Waar moest hij slapen? Moest ik hem bij ons thuis een bed aanbieden?

Ik durfde niet. Wat wist ik nu helemaal van deze man? En wat zouden de kinderen ervan vinden, zo’n vreemdeling in huis? 

Wat nu? Het leek erop dat de speeltuin weer een logee zou krijgen vannacht.

De buren een paar huizen verder misschien? Van hen weet ik dat ze een nogal groot hart hebben. Terwijl manlief onze gast aan de praat hield snelde ik door de regen naar ze toe.

Ze bleken al andere verplichtingen te hebben.

Daar ging Jezus, de schemering in

Weer terug maar weer. Aan tafel zat nog altijd onze gast met een kop dampende koffie. Ik biechtte hem eerlijk op dat ik te bang was hem bij ons te laten logeren.

Hij reageerde afwerend. Ik had al zo veel voor hem gedaan, dat hoefde toch ook niet? Hij zou wel in een bushokje schuilen. En voor morgen had hij wel weer een adresje.

Nog één verzoek had hij. Of hij zijn handen nog even mocht wassen. Ze voelden zo vies.

Ik wees hem de zeep, de kraan en een handdoek. Hij droogde zijn handen af, raapte zijn spullen weer bij elkaar.

Bij de deur zei ik hem gedag.

Daar ging Jezus, de schemering in.

‘Wat je voor de minste van mijn broeders deed, deed je voor Mij,’ bonkte een stem in mijn hart.

Een uur later hoorde ik terwijl ik de was op stond te vouwen de hagel op de zolderramen ratelen.

Ik dacht aan de dakloze man die net nog aan mijn tafel zat en nu ergens in de buurt rondslenterde, op zoek naar een schuilplaats.

Ik voelde mijn falen, zuchtte en wenste dat ik moediger was.

Op datzelfde moment drong tot mij door dat hij mij niet veroordeeld had.
 

Johanna was getrouwd met een dakloze. Lees hier een interview met haar.