Eva Logo
19 mei 2019 in Lijf & leven

Gerrie had borstkanker: ‘Jezus was erbij om mij te loodsen als gids’

Gerrie Kersbulck- Koelewijn (59) heeft een bewogen leven achter zich, wanneer ze op haar 48ste borstkanker krijgt. Ook in deze periode blijft haar blik gericht op God.

Gerrie: “Nu ben ik net als Job, dacht ik, toen ik ontdekte dat ik borstkanker had. Alle problemen daarvoor in mijn leven, hadden niet met mijn lichaam te maken. Mijn zoon is verslaafd geweest aan drugs, ik heb een doodgeboren kind gekregen en een miskraam gehad. Dat waren altijd mensen om mij heen. Nu had satan gezegd: ‘En hoe blijft haar geloof als we haar gezondheid aanpakken?’ Zo voelde dat op dat moment.

Ik zie ziekte niet als iets van God. Hij liet dit toe, maar Jezus was erbij om mij te ondersteunen. Hij heeft alles voor mij gedragen. Dit was iets wat ik duidelijk zag toen ik de kanker ontdekte. Dat moment vergeet ik nooit meer. Op een maandagavond lag ik me uit te rekken en voelde ik met mijn handen langs mijn lichaam naar beneden. Ik dacht eerst: hé wat zit die rib scheef. Maar dat was niet mijn rib, het was een kleine tumor. Ik ben ervan overtuigd dat de Heilige Geest mij dit knobbeltje heeft laten voelen. Zelf doe ik nooit aan borstcontrole, dat doe ik nu ook nog nooit. Als ik het toen niet zo snel ontdekt had, was ik er nu niet meer geweest. Het was een snelgroeiende tumor.

Het moment dat ik van de chirurg hoorde dat ik kanker had, was ik eigenlijk heel nuchter. Ik heb een ontzettende rust gekregen en was vol vertrouwen dat God me hier doorheen zou leiden. Als jij je naar God wendt, dan is Hij daar. Hij laat geen bidder staan. Een familielid vroeg later aan mij wanneer ik écht zou gaan beseffen dat ik kanker had. Ik zei toen: ‘Ik besef heel goed dat ik kanker heb. Ik sta met twee voeten op de aarde, maar met mijn hoofd ben ik in de wolken.’

Heimwee

Drie weken nadat ik hoorde dat ik borstkanker had, werd ik geopereerd. In die periode kreeg ik ook bestralingen en alles wat er dan bij komt kijken. Op dat moment hoefde ik me niet meer te concentreren op mijn werk, mijn kapperszaak. Het enige waar ik me op mocht concentreren, was de hand van God die mij leidde. Ik ben drie maanden thuis geweest. In die periode heb ik Jezus zo tastbaar dichtbij ervaren. Naar die tijd heb ik nog wel eens heimwee. Eigenlijk kun je het zien als een periode van vasten en bidden. Ik had zo’n honger en dorst naar meer van God en had tijd om Hem te zoeken, zonder afgeleid te worden. In die periode heb ik niet anders gedaan dan preken luisteren en zoeken naar God.

‘De Here heeft mij niet genezen om mij daarna als een kasplantje weg te zetten’

In de periode na mijn behandeling kwam ik in het pijnbestrijdingstraject terecht. Dan zetten ze je aan de Tramadol en andere drugs, maar toen zei ik: ‘De Here heeft mij niet genezen om mij daarna als een kasplantje weg te zetten.’ Van die medicijnen verander je. Ik had het gevoel alsof ik een soort zombie werd en ik voelde me niet meer mezelf. Toen ik die medicijnen niet meer wilde slikken, stelden ze voor om een zenuwblokkade toe te passen, maar dan heb je na het plaatsen van de blokkade kans op een klaplong. Als zelfstandig ondernemer kan ik natuurlijk niet met een klaplong in het ziekenhuis komen te liggen.

Tatoeage met siliconen

Ik heb in dit traject een ontzettende kracht gekregen van de Heilige Geest, die mij andere mogelijkheden heeft laten zien. Zo hoefde er geen zenuwblokkade geplaatst te worden, omdat ik een dermatograaf ontdekte. Deze dermatograaf behandelt me nu twee keer in het jaar op de plek waar mijn botvlies verkleefd zit. Ze tatoeëert daar met siliconen, zodat er een soort stootkussentje in zit en het minder pijn doet en minder stijf is.   

Ondertussen dacht ik dat ik mijn beroep moest opzeggen en mijn kapsalon moest verkopen. Ik kon fysiek namelijk niet meer zoveel werken als vroeger. Door de bestralingen zit mijn borstspier vast aan mijn rib. Als ik mijn arm optil, gaat de borstspier ook mee, doet dat zeer. Ik kan niet te lang zitten, niet te lang op mijn rug liggen, eigenlijk kan ik niets te lang, want dat gaat zeer doen. Hierdoor kon ik een stuk minder werken en zei de verzekering tegen mij dat ik me óf helemaal moest laten afkeuren óf de kapsalon moest verkopen. En dan maar geestelijk verzorger moest worden.

Aan de straatstenen niet kwijt

In die tijd was ik namelijk al enige tijd hobbymatig theologie aan het studeren. Ik wilde graag altijd met Het Woord bezig zijn. Omdat het best lang duurde voordat we een weg vonden in de pijnbestrijding, dacht ik dat de Here me hier iets mee wilde laten zien. Ik heb mijn kapsalon toen te koop gezet, maar die kon ik aan de straatstenen niet kwijt.

Omdat de verzekering mij geen aanvulling meer gaf, ben ik de opleiding tot haarwerker erbij gaan doen. Dit werk is minder zwaar en in het ziekenhuis had ik veel te maken gehad met mensen die door chemokuren een pruik nodig hebben. Ik kreeg hiermee lichter werk, wat ik kon uitvoeren vanuit mijn kapsalon, en kon dat combineren met de geestelijke verzorging. De kapsalon is nooit verkocht. Het bijzondere is dat op het moment dat ik de keuze maakte om mijn kapsalon, die voelt als een kind van mezelf, los te laten, er toch weer een stukje genezing kwam in de zenuwpijn, door de behandeling van de dermatograaf. Ik maakte de keuze om mijn kapsalon los te laten, maar kon de zaak toch houden.      

‘Ik mag arbeider zijn in Zijn koninkrijk’

Na veel sollicitaties en veel bidden heb ik ook mijn idee om als geestelijk verzorger te werken losgelaten. Ik mag arbeider zijn in Zijn koninkrijk, in mijn eigen kapsalon en haarwerkstudio. Ik ben eigenlijk gewoon een tentenbouwer geworden zoals Paulus. Ik heb een passie voor pruiken gekregen en voor al die mensen die zo kwetsbaar zijn en in een crisis van hun leven staan. Ik wilde altijd de volledige mens verzorgen - van binnen en van buiten. Dat doe ik nu, alleen ben ik undercover.

Ik ben kapper, haarwerker en undercover ben ik geestelijk verzorger. We moeten het verschil maken op de plek waar we geplaatst zijn. Ik heb het geluk dat ik dat in mijn eigen salon mag zijn en zo veel mensen mag helpen die een chemokuur krijgen of lijden aan alopecia (pleksgewijze kaalheid, red.). Ik hoef niet per se Jezus te noemen, maar ze ervaren Hem wel. Door de gastvrijheid, de gesprekken en de christelijke muziek in mijn salon. Ik heb moeilijke omstandigheden meegemaakt, maar daar kan ik ook een kracht uithalen. Je moet niet denken: oké, die deur gaat dicht. Als de duivel één deur dicht doet, doet God twee andere open.”