Eva Logo
12 mei 2019 in Liefde & relatie

Petra was doodsbang voor haar vader

Petra (48) groeide op in een onveilige situatie. “Mijn vader kon schuimbekkend voor me staan. Ik was doodsbang voor hem.” Ze kreeg psychische problemen, raakte depressief en was bang voor God. “Mijn aardse Vader was geen goede afspiegeling van de Hemelse.” Maar God is Petra aan het genezen. “Mijn verhaal is er één van hoop. Er is geen duisternis zo diep of God kan er in met Zijn licht.”

Als baby had Petra niet zo’n goede start. “Ik was een resusbaby. Daarom moest ik om de haverklap een hielprik. Mijn moeder mocht er niet bij zijn. In die tijd lagen baby’s op de kraamafdeling en moeders tussen de zieken,” legt ze uit. “Mijn therapeut vertelde dat toen waarschijnlijk al de kiem gelegd werd van je alleen en onveilig voelen en van de gedachte dat je het alleen op moet lossen. Als ik in een warm en veilig gezin opgroeide, was de schade nog te overzien. Maar het onvoorspelbare gedrag van mijn vader, versterkte het alleen maar.”

Mijnenveld

Petra’s vader kon woedend worden. “Ik had het gevoel dat ik in een mijnenveld liep. Ik wist nooit wanneer, waar en vooral waarom het zou ontploffen. Toen ik zeven jaar was, vroeg ik eens waarom hij zo boos werd. Toen werd hij nog kwader omdat ik niet snapte waarom hij boos was,” zegt ze. “Hij had ongecontroleerde uitbarstingen en kon schuimbekkend voor me staan. Ik was doodsbang voor hem. Hij kon het ook presteren om me dagen- of wekenlang te negeren. Mijn moeder was liefdevol, maar deed niets. Ze gaf mij achteraf vaak gelijk, maar nam het toch ook voor mijn vader op, door te zeggen dat hij het zo niet bedoelde. Ik voelde me nergens veilig, moest alles zelf oplossen en had het idee dat ik van niemand hulp hoefde te verwachten.”

Prooi

Na weer een voorval, neemt Petra als achtjarig meisje zich voor om niets meer te verwachten, niets meer te voelen en om haar eigen weg te trekken. “In mijn puberteit ontspoorde ik ontzettend. Ik pikte de boosheid van m’n vader niet meer. Ik was nog steeds bang, maar mijn rechtvaardigheidsgevoel was sterker”,  vertelt ze. “Ik verlangde naar liefde en bevestiging en was daarom een makkelijke prooi voor mannen. Ik zocht liefde, maar kreeg seks en was te jong om te zien dat er een groot verschil is tussen liefde en seks. Ik liet te vaak over mijn grenzen gaan, want ik kende geen grenzen. Ik voelde niets.”

‘Welkom lieve meid, wat gezellig dat je er bent!’

Aan het einde van haar puberteit raakt Petra depressief. “Ik had iets merkwaardigs, wat ik geen alter durf te noemen. Maar ik merkte wel duidelijk dat ik dissocieerde qua gevoel. In bepaalde situaties kon ik maar één emotie voelen, zoals boosheid of angst. Bij mijn andere gevoelens kon ik dan niet komen. De depressie gooide dit systeem in de war, waardoor er in mijn hoofd een soort stemmen met elkaar in discussie gingen, ik werd er gek van.”

Engel

Petra wordt opgenomen op de psychiatrische afdeling, maar ze krijgt een verkeerde diagnose en verkeerde medicijnen, waardoor alles alleen maar erger wordt. “Na mijn laatste opname begon ik illegale middelen te gebruiken, want legale middelen hielpen toch niet. Ik rookte cocaïne en kwam in contact met een narcist. Toen ik na drie jaar bij hem weg durfde te gaan, was ik half psychotisch en had ik twee maanden geen onderdak. Ik zwierf rond en was het spoor volkomen bijster. Ik was één bonk boosheid,” vertelt ze.

“Toen ik de prostitutie in dreigde te gaan, stuurde God een engel op mijn pad. Een man – die wel deugde - nam mij mee naar huis. Ik zat daar de hele nacht drugs te gebruiken en de tafel lag bezaaid met het bewijs daarvan. ’s Ochtends kwam zijn moeder beneden. Ik schrok me naar, want ik wist niet dat die er ook was. De man stelde mij aan haar voor en ze pakte me vast. ‘Welkom lieve meid, wat gezellig dat je er bent!’, zei ze. Dat was de eerste echte liefde die ik sinds jaren ontving. Dat opende iets in mijn pantser van agressie. Ik mocht er een poos blijven wonen, kickte af en verdiepte mij in God.

Ik groeide op in een kerk waarin veel hel en verdoemenis gepreekt werd. God was voor mij een veroordelende, boze God die ontzettend ver weg was. Nu leerde ik anderen dingen in de preken die ik beluisterde en in de kerk die ik bezocht. Ik kreeg een geestelijke moeder die mij vertelde dat God een persoonlijke relatie met mij wilde. Dat was nieuw voor mij. Ik bad of ik God mocht leren kennen zoals Hij voor mij wilde zijn. Dat werd een leerproces van jaren en ik ben nog lang niet uitgeleerd.”

Dikke knuffel

Op haar 32e leert Petra een lieve man kennen. Ze trouwen en krijgen al vrij snel drie kinderen, waaronder een kindje met het syndroom van Down. “Dat vind ik heel bijzonder. Ik voel me gevleid dat God ons zo’n bijzonder kindje gaf. Dan moet Hij wel heel veel vertrouwen hebben in ons als ouders”, vertelt ze. Na verloop van tijd raakt Petra overspannen. Tijdens een wandeling in het bos, roept ze het uit naar God. “‘God, ik heb al m’n taken laten vallen, maar ik wil nooit meer zonder U. Ik weet dat U bestaat en dat U voor mijn zonden stierf, maar ik wil het ook zo graag voelen.’ Dat gebed wordt verhoord. Ik voel steeds meer. God is me aan het genezen.

Onlangs was ik bij mijn ouders. We hadden een mooi gesprek over het geloof. Ik voelde me vol van de heilige Geest. Toen ik weg ging, gaf ik m’n vader een kus. Dat doe ik eigenlijk nooit óf met weerstand. Ook al heb ik hem met m’n verstand al jaren geleden vergeven. Voor ik het zelf in de gaten had, sloeg ik mijn armen om hem heen en zei: ‘Ik wil een dikke knuffel’. Toen ik wegliep, was ik heel verbaasd dat ík dit gedaan had. Ik was dankbaar. God is me echt aan het genezen. Hij kan alles uit het verleden weg doen. Niet zodat je er mee leert leven, maar écht genezen.”

Hoe kan God je troosten als je bang bent? Lees deze blog.