Eva Logo
4 juli 2019 in Geloof

'Als gescheiden vrouw kon ik geen getuige zijn van Christus, dacht ik'

Joyce Bijlhout wordt samen met haar man uitgezonden naar Suriname om te gaan werken in een jongerencentrum voor drugsverslaafden. Na vier jaar verandert haar leven echter drastisch en blijft zij alleen achter.

“Van jongs af aan bad ik al voor zendelingen. Ik vroeg aan God of Hij zendelingen wilde sturen naar de plaatsen waar zij zo hard nodig waren. Dat God míj zou roepen om voor Zijn dienst naar een ander land te vertrekken, had ik nooit verwacht. 

Roeping 

In 1995 werden mijn man en ik, vanuit onze kerkelijke gemeente, voor Filadelfia Zending,  uitgezonden naar Suriname. Mijn man was politieagent, maar worstelde al langere tijd met zijn roeping om iets in Gods Koninkrijk te kunnen betekenen. Ik kreeg ook een droom van God waarin mij duidelijk werd gemaakt, dat God niet alleen mijn man, maar ook míj riep voor het werk in Zijn Koninkrijk. In Suriname begonnen wij een jongerencentrum voor drugsverslaafden. Wij vingen deze jongeren op en begeleiden hen en hun naasten. 

Helaas konden onze twee oudste kinderen, vanwege hun studie, niet mee. Wij vertrokken met alleen onze jongste pleegdochter, naar Suriname. Toen zij na een half jaar 18 werd, ging zij weer terug naar Nederland.

Vier jaar lang werkten Joyce en haar man met veel voldoening in het jongerencentrum, totdat haar man zich anders begon te gedragen.

Steeds vaker was hij te vinden bij mensen die een verkeerde invloed op hem hadden. Ik merkte dat ik hem kwijtraakte. De afstand tussen ons werd steeds groter. Hij koos voor een leven ver bij God vandaan. Ik begreep werkelijk niet hoe hij zo kon veranderen. Wij waren altijd twee handen op één buik. Hadden aan één blik genoeg om te weten wat de ander bedoelde. Hij was mijn beste vriend, mijn maatje, waarmee ik oud wilde worden. Met pijn in mijn hart moest ik toegeven dat ik hem ergens onderweg was kwijtgeraakt.  Helaas werd hij verliefd op een andere vrouw. Van de ene op de andere dag verdween hij van de aardbodem. Niemand wist waar hij was gebleven en of hij nog wel leefde.

Mijn hele bestaan wankelde en ik twijfelde zelfs aan de roeping van God naar dit land.

Maandenlang leefde Joyce in onzekerheid over het lot van haar man. Totdat kennissen tijdens een vakantie in het buitenland, haar man en zijn nieuwe liefde romantisch wandelend langs het strand tegenkwamen. 

Aan de ene kant was ik opgelucht dat hij in goede gezondheid verkeerde, maar mijn verdriet, pijn en ongeloof overheersten deze gevoelens. Ik kon niet begrijpen dat hij mij dit aan kon doen. Ik voelde mij zó verraden. 

Wankel

Het was een hectische tijd. Ik was verdrietig en gebroken, maar kreeg tegelijkertijd allemaal vragen vanuit onze kerkelijke gemeente in Nederland. Wij waren tenslotte door de kerk uitgezonden en mijn man leefde in zonde. Ik wist niet goed wat ik moest doen. Ik voelde mij erg alleen in die tijd en wilde het liefst weer terug naar Nederland. Daar had ik tenslotte mijn kinderen achtergelaten. Mijn hele bestaan wankelde en ik twijfelde zelfs aan de roeping van God naar dit land. 

Na een paar maanden kreeg mijn man spijt van zijn daden en wilde hij proberen of onze relatie nog te redden viel. Er was echter iets fundamenteels kapotgegaan; mijn vertrouwen in hem was zó ernstig beschadigd, dat het niet langer mogelijk was om getrouwd te zijn met elkaar. 

roeping

Na deze mislukte poging vertrok de man van Joyce naar Nederland. Enkele weken later vielen de scheidingspapieren bij Joyce op de deurmat. Haar huwelijk was hiermee officieel beëindigd. 

“Voor mijn gevoel was er tegelijk met het einde van mijn huwelijk, ook een einde gekomen aan mijn werk in Suriname. Er zat voor mij niks anders op, dan terug te gaan naar Nederland. Tóch zat ik vol met twijfels, want ik mocht destijds zeker weten dat God niet alleen mijn ex-man, maar ook míj had geroepen voor het werk in Suriname. Toen ik echter op het punt stond om naar Nederland te vertrekken, kreeg ik opnieuw een heel persoonlijke boodschap van God. Hij zei, in een droom, tegen mij: “Ik heb jou geroepen om naar Suriname te gaan. Dat jouw man zijn roeping heeft laten liggen, betekent niet dat jij de jouwe ook mag laten liggen.”

“Ik heb jou geroepen om naar Suriname te gaan. Dat jouw man zijn roeping heeft laten liggen, betekent niet dat jij de jouwe ook mag laten liggen.”

God gaat door

Ik was niet blij met deze boodschap. Het werk was te veel geworden voor mij. Ik wilde terug naar mijn kinderen. Ik dacht dat ik, als gescheiden vrouw, geen getuige meer kon zijn van Christus.

God was echter duidelijk en liet op meerdere manieren zien dat het Zijn wil was dat ik zou blijven. Mijn werk was nog niet af, hier. Ik kon niks anders dan accepteren dat dit Gods wil was. Wel vroeg ik mij af hoe de gemeente die ons had uitgezonden, hierop zou reageren. Normaal gesproken moet je in zo´n situatie terug naar huis komen. Tot mijn grote verbazing stonden de gemeente én de zendingsorganisatie nog steeds achter mijn uitzending.”

Omdat het werk met drugsverslaafden te zwaar was voor een vrouw alleen, bad Joyce of God haar duidelijk wilde maken op welke plek Hij haar nodig had.

“God werkte zó wonderlijk! Ik kreeg dezelfde dag al een antwoord van Hem. Er was die dag een spreker in mijn kerkelijke gemeente. Hij kwam vertellen over het werk in de gevangenis. Hij vertelde dat zij al een tijdje op zoek waren naar iemand die counseling wilde gaan doen in de vrouwengevangenis. 

Ik voelde duidelijk dat dít het antwoord was waar ik om gevraagd had. Na de dienst ben ik naar hem toe gegaan en voerden wij een lang gesprek. 

Dit was het begin van mijn werk als counselor in de penitentiaire inrichting te Santa Boma. Inmiddels mag ik hier al achttien jaar als counselor werkzaam zijn. Ook heeft God mij gezegend met een heel lieve man. Wij mogen alweer zeventien jaar gelukkig getrouwd zijn. 

Hoop in Christus 

In de afgelopen jaren heb ik zulke bijzondere dingen meegemaakt. Ik kwam uit een donker dal, maar God heeft alles wat ik heb meegemaakt gebruikt om een luisterend oor, een goede raadgever en een wegwijzer naar God te kunnen zijn voor deze vrouwen in nood. 

In de afgelopen jaren zijn er vele gevangenen en cipiers tot het geloof in Christus gekomen. Je zou het bijna een opwekking kunnen noemen. Dagelijks mag ik getuige zijn van Gods genade. Het verwondert mij zó dat ík een werktuig mag zijn in Zijn Koninkrijk en dat ik iets mag betekenen voor mensen die alle hoop kwijt zijn. Ik mag hen wijzen op de hoop die in Christus is.”

Beeld: Ruben Timman

Benieuwd naar nog meer verhalen uit Surniame? Lees hier over Joyce Pané: ‘Op Gods tijd kwam ik op deze plek terecht’