Icon--npo Icon--EO Icon--eva Icon--eva-slogan Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--pinterestCircle Icon--facebook Icon--facebookCircle Icon--twitter Icon--snapchat Icon--instagram Icon--clip Icon--whatsapp Icon--pinterest Icon--youtube Eva Logo
10 september 2019 in Geloof

Paulien mailde woedend de schooldirecteur

'Als iemand je op de rechterwang slaat, keer dan ook je linkerwang toe,' zegt Jezus. Voor Paulien klinkt dat niet als een moeilijke opdracht. Tot ze zich zorgen maakt over haar dochter. Dan ontdekt ze dat met open vizier assertief zijn soms ingewikkelder is dan stilzwijgend incasseren.

Wie mij figuurlijk raakt komt zelden in de problemen. ‘Oh sorry’, roep ik hoogstens’. Of: ‘Je hebt gelijk!’

 “Als iemand je op de rechterwang slaat, keer dan ook je linkerwang toe”, zegt Jezus. En ik vind dat helemaal niet moeilijk klinken. Hoe graag ik het ook anders zou willen, meestal ben ik van het sub-assertieve type. Het soort vrouw dat wel laat mérken dat er iets is, maar het nooit met zoveel woorden zegt. Ik glimlach en excuseer, en als ik al ergens niet mee eens ben, dan slik ik het in. Buitenshuis tenminste. Een letterlijke klap heb ik gelukkig ook nog nooit ontvangen. Maar wie mij figuurlijk raakt komt zelden in de problemen. ‘Oh sorry’, roep ik hoogstens’. Of: ‘Je hebt gelijk!’.

Maar vandaag is de maat vol. De middelste dochter komt thuis uit school met de mededeling dat een van de twee juffen ziek is, en voorlopig niet meer terug zal komen. “WAT?” roep ik woest tegen mijn verbouwereerde dochter. Dit betekent de zoveelste invaller in een paar jaar tijd. En dat in een groep die structuur en duidelijkheid nodig heeft. De dochter vergeet van schrik verder te praten.  Ja, hé,  zíj kan er toch ook niets aan doen, zeg.

Woedende mail

Ik aarzel geen moment en klap mijn laptop open. Driftig tik ik een woedende mail aan de directeur. WOE-DEND. Wat is dat voor school, waar leerkrachten bij bosjes omvallen? En dan in déze klas, waar juist rust nodig is? En hoe is het mogelijk dat wij, ouders, dat bericht via onze kinderen moeten horen? ‘Behoed de deuren van uw mond’, schiet nog door mijn achterhoofd, en dan druk ik op ‘send’.

 ‘Behoed de deuren van uw mond’, schiet het nog door mijn achterhoofd, en dan druk ik op ‘send’

Meteen weet ik dat ik een fout gemaakt heb. ‘s Avonds laat ik de mail aan de echtgenoot lezen. Zijn ogen worden steeds groter. “Zo’n mail heb je nog nooit naar iemand gestuurd,” hapert hij, “en ik weet ook niet zeker of ik het er wel mee eens ben.” Ik weet inmiddels zelf wel zeker dat ik het niet meer met mezelf eens ben. En ook niet waarom ik niet gewoon even naar de school ben gegaan om dit onder vier ogen met de directeur te bespreken. “Hormonen,” zie ik de echtgenoot denken. Maar hij zegt het wijselijk niet hardop.

Tranen

De volgende morgen sta ik in alle vroegte op de drempel bij de directeur. Om mijn excuses te maken. En verhaal te doen. Dan komt de aap, die ik zelf nog niet eens ontdekt had, uit de mouw. Ik maak me zo verschrikkelijk veel zorgen om de dochter. Of ze het wel zal redden in deze groep acht. En daarna, op de middelbare school. En dan, al mijn pogingen om sterk en assertief te zijn ten spijt, springen de tranen mij in de ogen. De directeur maakt zich ook zorgen. Niet om mijn dochter, want dat is een geweldige meid met een geweldige toekomst voor zich. Maar om haar team, het systeem en deze groep acht. Ook in haar ogen zie ik tranen.

‘Gek is dat hè,’ zei de dochter thuis. ‘Dat ik thuis alles durf te zeggen, maar op school steeds mijn mond houd’

De dochter weet niet van de mail en het gesprek. Maar ze weet wel hoe het werkt. Binnenshuis alles durven zeggen, en buitenshuis een slot op je mond hebben.  Zij houdt in haar pittige klasje óók onder alle omstandigheden haar mond stevig dicht. 'Té vaak', zei de juf aan het begin van groep acht nog. “Daar gaan we aan werken”.

“Gek is dat hè,” zei de dochter toen, thuis. “Dat ik thuis alles durf te zeggen, maar op school steeds mijn mond houd. En dan lig ik ‘s nachts in bed te bedenken wat ik allemaal had wíllen zeggen.”

Dissen

Het is niet lang na de boze mail dat het kind stralend thuiskomt uit school. Ze heeft een overwinning behaald. Er was een dis-wedstrijd op school. Wie het scherpst en felst een ander met woorden kon karakteriseren, won. Maar toen zei iemand onverwacht iets lelijks over háár. Ineens vóelde ze vanbinnen ze dat de grens bereikt was. Ze stond op en zette in niet mis te verstane bewoordingen de dader op zijn nummer. Ze durft achteraf niet precies te vertellen wat ze gezegd heeft, maar duidelijk is dat de hele klas het erover eens was dat ze gewonnen had. “Wojooo!” hadden stoere jongens geroepen, en: “Zij is echt kampioen in dissen!” De juf had haar na afloop tevreden op haar schouder geklopt. Die dag keerde het tij voor haar. Ze liet niet meer met zich sollen.

Die dag keerde het tij. Voor haar. Ze liet niet meer met zich sollen

Open vizier

Het jaar in groep acht is al ver voorbij als we opnieuw Mattheüs 5:39 tegenkomen. Ik denk aan mijn woeste mail aan de directeur. En aan die vele andere momenten dat ik even tot tien had moeten tellen en had moeten kiezen voor liefde in plaats van voor woede. De dochter en ik knipogen naar elkaar. Soms moet je je linkerwang toekeren. En soms gewoon je mond opentrekken. Met open vizier. Face to face.

Lees ook: Paulien staat op de verkeerde dag op het schoolplein