Icon--npo Icon--EO Icon--eva Icon--eva-slogan Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--pinterestCircle Icon--facebook Icon--facebookCircle Icon--twitter Icon--snapchat Icon--instagram Icon--clip Icon--whatsapp Icon--pinterest Icon--youtube Eva Logo
vliegen
24 oktober 2019 in Uit & thuis

Met de trein naar Marokko

“Waar gaat de reis naartoe?”, vraagt mijn gesprekspartner. “Naar Marokko.” “Oh, wat leuk! Waar vlieg je op?” “Eh, we gaan met de trein, want we willen minder vliegen.” Grotere ogen zie ik zelden. “Ik wist niet dat dat kon,” stamelt mijn gesprekspartner. Ben je gek geworden, lees ik in de blik. Misschien een beetje.

Het nadeel van idealen is dat je er ook iets mee moet. Toen ik net voor de zomer deze blog over vliegschaamte schreef, moest ik toch wel even slikken van het aantal keren dat ik schaamteloos het goedkoopste ticket naar steden en stranden boekte. Ik beloofde mezelf en de wereld plechtig dat ik nu écht minder zou gaan vliegen en wat vaker de trein of auto zou pakken. Nu ik kon niet meer terug, want het stond zwart op wit. 

‘Ik beloofde mezelf en de wereld plechtig dat ik nu écht minder zou gaan vliegen en wat vaker de trein of auto zou pakken’

 

Maar: aangezien mijn man en ik eind dit jaar een baby verwachten – ik weet het, een grotere CO2-bom kun je niet leggen – wilden we toch nog een laatste, mooie, verre reis met z’n tweeën maken. De Veluwe kan namelijk altijd nog. Nu kon ik met mijn grote mond vol idealen natuurlijk no way een leuk vliegtripje naar Bali plannen. En met de trein naar het zonnige eiland zou nét iets te veel tijd in beslag nemen. Dilemma. 

Het graan horen knappen

Misschien zou ik in de voetsporen van mijn grote vriendin Babette Porcelijn kunnen treden, die in haar boek ‘De Verborgen Impact’ uitrekende dat er maar liefst 1000 bomen per persoon nodig zijn om het klimaateffect van een retourtje Bali te compenseren. Minder vliegen was voor haar geen opgave en ze wisselde de autovakantie zonder moeite in voor een fietsvakantie. Ze geniet nu veel meer, omdat ze op de fiets pas écht aan het ‘reizen’ is, van het langzaam veranderende landschap kan genieten en ‘het graan kan horen knappen’.

Natuurlijk is ‘slow’ de nieuwe trend en ik wil best wat inleveren op snelheid, maar van 1000 naar 20 kilometer per uur gaat me net iets te ver. En dus googleden mijn man en ik op een regenachtige avond hoe ver we zouden kunnen komen met de trein. Heel ver, bleek al snel. Niet veel later snelden de vingers van een enthousiaste medewerker van de Treinreiswinkel over het toetsenbord, op zoek naar de beste verbindingen. 

"We hadden bewezen dat het kon: met de trein naar Marokko."

Vele verbaasde -, ‘weet je het zeker’- en ‘jullie zijn gek’-blikken later, stapten we op 1 september vanaf ‘ons’ Leiden Centraal de trein in. We strekten de benen in Parijs, waar we net genoeg tijd hadden om in het Frans onze dejeuner in een echte boulangerie te bestellen. Trein in, trein uit. Rond dinertijd gooiden we onze tassen neer in een charmante kamer in San Sebastian, waar de vele barretjes vol overheerlijke pinchosen cidre (niet voor mij dan) op ons wachtten. Twee dagen en een paar kilo verder stapten we de trein weer in, om via een tussenstop in Madrid in het Zuid-Spaanse Algeciras aan te komen. De ferry bracht ons de volgende dag in Marokko, waar de volgende hogesnelheidstrein al klaarstond om ons richting Fès te brengen. 

Drie dagen reizen

We hadden bewezen dat het kon: met de trein naar Marokko. Ook al kostte het letterlijk tien keer zo veel als een last-minute vliegticket van de goedkoopste aanbieder, deden we er niet drie uur, maar drie dagen over en waren we kapot. Maar die vele moeite en dat grote geduld – de app Storytel bleek een lifesaver – maakte wél dat we de enorme afstand tussen ‘onze’ binnenstad en de eeuwenoude medina begrepen. Voelden. Respecteerden. We hadden dan wel niet het graan horen knappen, maar wel het landschap zien veranderen en vele taal- of dialectgrenzen doorkruist. Hierdoor konden we geleidelijk wennen aan de stijgende temperatuur en de veranderende cultuur. 

We zouden nooit meer anders willen, zeiden we tegen elkaar. Totdat we beseften: we moeten ook nog terug. 

Volgend jaar misschien toch de Veluwe.