Eva Logo
Mission Kid
24 november 2019 in Uit & thuis

Christi was mission kid

Christi is een zogeheten mission kid: van haar vierde tot zeventiende woont ze met haar gezin in Papoea-Nieuw-Guinea, waar haar ouders voor Wycliffe werkten. Wat doet dat met je, en wat is ‘thuis’ voor haar?

“Ik kan me nog goed herinneren dat ik mijn huiswerk maakte voor het open raam: uitzicht op de bergen en vogels en vlinders die langs vliegen,” vertelt Christi (40). “We speelden veel buiten met kinderen uit de buurt: zwemmen in riviertjes, in de modder spelen, touwtje springen, dingen vouwen van bladeren, broodjes roosteren boven een vuurtje. Ik had één beste vriendinnetje, Jowita. Ik heb me daar echt thuis gevoeld.”

‘Je thuis voelen bij mensen, waar ook ter wereld – dat is voor mij thuis’

Als Christi vier jaar oud is, nemen haar ouders haar mee naar Papoea-Nieuw-Guinea, waar ze – na een jaar bijbelschool in Engeland – bijbelvertaalwerk voor Wycliffe gaan doen. “Mijn zusje van twee ging mee, en mijn jongste zusje is daar geboren. We woonden in een dorpje in een oerwoud – we waren de eerste blanke vrouwen en kinderen die mensen daar hadden gezien. We hadden wel een gewoon fornuis, maar onze douche was een emmer. Mijn moeder gaf ons thuis les. Het was allemaal heel anders dan in Nederland, maar uiteindelijk ook weer niet zó anders. Ik zie mijn kinderen ook met andere kinderen spelen en vriendschappen sluiten – in de basis is dat hetzelfde. Natuurlijk zijn er culturele verschillen omdat je simpelweg in andere omstandigheden verkeert, maar als mensen van over de hele wereld lijken we ook op elkaar.” 

‘Rond mijn twaalfde besefte ik: mijn leven als mission kid is anders dan dat van mijn vriendinnetjes in Papoea-Nieuw-Guinea’

Op haar twaalfde verhuist Christi naar de stad Ukarumpa, om daar de middelbare school te volgen. “Toen besefte ik dat mijn leven anders is. In Papoea-Nieuw-Guinea stoppen meiden vaak met school rond hun twaalfde, om te gaan werken in de tuin. Ook trouwen ze heel jong, rond hun achttiende. In vakanties ging ik terug naar ons dorp, gelukkig bleef de verbinding wel. Maar je leven wordt anders, omdat je beseft dat je toekomst er anders uitziet.”

Twee tussenjaren in Nederland

Christi’s ouders kiezen ervoor om na iedere vier jaar in Papoea-Nieuw-Guinea één jaar in Nederland op verlof te gaan. “Ze wilden ons mee laten draaien in de Nederlandse samenleving, zodat we later niet in een wereldvreemde toestand terug zouden komen. Ik heb twee goede jaren gehad, toen ik negen en dertien jaar oud was. Het voelde als een jaar vakantie, maar dan wel waarin je gewoon naar school gaat.”

Mission kid in haar tienerjaren

“De eerste keer zat ik in groep vijf en was ik nog vrij onbevangen. Ik weet nog dat ik de supermarkt heel bijzonder vond: zoveel keuze! Toen ik dertien was, was ik bewuster en keek ik meer de kat uit de boom. Het was fijn dat ik vrij snel goede vriendinnen had, zodat ik ze vragen kon stellen. Zo moest ik wennen aan de rol die uiterlijk speelt: natuurlijk wilde ik er ook leuk uitzien, maar waarom zou je merkkleding moeten dragen? Ook kan ik me herinneren dat ik in Amsterdam een oudere dakloze vrouw zag. Dat vond ik choquerend: in Papoea-Nieuw-Guinea worden ouderen echt niet in de steek gelaten. Ik voelde haar eenzaamheid en moest er ontzettend van huilen.”

Vriendschappen 

“Ondanks dat we maar een jaar bleven, ben ik er wel helemaal ‘ingedoken’. Zeker toen ik dertien was, maakte ik de bewuste keuze om vriendschappen te sluiten: ik ga me aanpassen en erbij horen. Ik heb van allebei de jaren nog vriendinnen met wie ik nu nog contact heb.” 

“Als ik weer terug moest had ik wel een knoop in m’n maag, maar ik kon oppakken wat ik had achtergelaten. Ik was ook niet de enige die er tussenuit ging – op mijn school zaten allemaal kinderen van zendelingen en zakenmensen die soms voor langere tijd ergens anders woonden. Dat was dus niet zo’n probleem. Met goede vriendinnen had ik tussendoor contact gehouden, via brieven.”

‘Na vier jaar op dezelfde plek voelde ik een onrust: dit is de tijd dat ik weer moet verkassen’

Definitief naar Nederland

Als Christi zeventien jaar is, verhuist ze met haar familie naar Nederland, waar ze de pabo gaat doen. “Ik dacht dat ik twee keuzes had: juf of verpleegkundige worden. In Papoea-Nieuw-Guinea kreeg ik niet zo’n breed beeld van de beroepen die er zijn, haha. We hadden het eerste paar maanden nog geen huis, dus we woonden bij mijn oom en tante in. Na een paar maanden besefte ik hoe nieuw het allemaal was.

Andere mensen hadden oude vriendschappen, ik niet. En mijn ouders hadden ons goed Nederlands geleerd, maar mijn eerste taal was toch Engels. Ik merkte dat ik mezelf niet kon uitdrukken zoals ik wilde, waardoor mensen dachten dat ik verlegen was. Het heeft een jaartje geduurd voordat ik echt was geland. Wel ben ik in dat jaar heel positief opgevangen op een christelijke jongerenvereniging die mij uitnodigden en betrokken.”

 

Thuiszijn

“Na driekwart jaar pabo kwam ik erachter dat het toch niet bij me paste. Toen ben ik pedagogiek gaan studeren in Utrecht, waar ik op kamers ging. Daar ben ik me echt thuis gaan voelen. Als student in een nieuwe stad moet iedereen opnieuw beginnen. Ook ontmoette ik er mijn man. Dat is wat thuiszijn maakt: dat je je thuis voelt bij mensen. Op wat voor manier dan ook, als je diepgang kunt vinden…”

Onrust

“Aan het einde van mijn studie, na vier jaar, voelde ik een bepaalde onrust: dit is de tijd dat ik weer moet gaan verkassen. Maar ik koos er bewust voor om in Utrecht te blijven, om te ontdekken hoe het voelt om langere tijd op één plek te wonen. Nu woon ik er al 21 jaar en vind het heerlijk. Ik ben echt een stadsmens, ik houd van de diversiteit hier. Mijn kinderen zitten op een basisschool met allerlei verschillende achtergronden en wortels: Armeens, Marokkaans, Turks, Chinees. In die zin verschilt het niet veel van hoe ik ben opgegroeid, alleen waren het daar Japanners, Chinezen en Amerikanen. Ik vind het prettig dat mijn kinderen die diversiteit ook meekrijgen.”

 ‘Als mission kid is het belangrijk dat je ouders je jezelf laten zijn’

Jezelf kunnen zijn 

“Als je mission kid bent, spelen je ouders een belangrijke rol. Zo zorgde mijn moeder altijd dat onze knuffels als eerste werden uitgepakt. En ze gaven ons de ruimte om onszelf te zijn. Als we in Nederland waren, werd er veel van ons verwacht: mensen vonden het leuk om ‘de schattige kinderen van een zendeling’ te zien op zendingsavonden. Maar onze ouders waren heel duidelijk: ‘Het was onze keuze, onze kinderen hebben hun eigen leven’. We hoefden niet ‘de kinderen van’ te zijn, die in een bepaald plaatje moesten passen. Dat is een grote factor of in het thuis voelen: kunnen zijn wie je bent.”

‘Natuurlijk is ons verhaal bijzonder, maar dat maakt het niet méér de moeite waard om naar te luisteren’

Eigen verhaal

“Ook was ik er al jong van bewust dat iedereen een verhaal heeft, waar ter wereld je ook opgroeit. Natuurlijk is ons verhaal bijzonder omdat we andere ervaringen hebben, maar dat maakt ze niet méér de moeite waard om naar te luisteren. Je ergens thuis voelen heeft niet alleen te maken met of mensen jou kennen en begrijpen, maar ook of jij mensen kent.”

Aanpassen

“Ik was vaak een kameleon, ik heb geleerd goed te kijken en me aan te passen aan de norm – maar ook mezelf daartoe te verhouden. Zo heb ik ontdekt dat ik in bepaalde dingen heel Nederlands ben. In Papoea-Nieuw-Guinea zijn de man/vrouwverhoudingen en hiërarchische rollen bijvoorbeeld veel duidelijker, terwijl dat echt niet is wie ik ben. Dat kameleonachtige heeft grote voordelen: je kunt je snel tot mensen verhouden, maar het is belangrijk om te ontdekken wie je vanbinnen bent.”

‘Je bent nooit helemaal thuis, er zijn altijd deeltjes van jezelf en anderen die ergens anders rondzwerven’

Nooit helemaal thuis

“Als mensen spreken over cultuurverschillen, past ook enige relativering. Mensen zijn persoonlijkheden, met eigenschappen als humor of flexibiliteit. Waar ter wereld je ook bent, overal zijn mensen met wie je vriendschappen kunt sluiten. Tijdens onze verlofjaren maakte ik Nederlandse vriendinnen die ik nog spreek en ik heb ook vriendinnen uit Papoea-Nieuw-Guinea. Als je elkaar echt hebt gekend, dan verandert dat niet zomaar. Die mensen zijn allemaal een stukje thuis. In die zin ben je nooit helemaal thuis – er zijn altijd deeltjes van jezelf en van mensen die belangrijk voor je zijn, die ergens anders rondzwerven.” 

Lees ook: Hanneke is zendelinge in Peru en leerde alle controle los te laten