Eva Logo
James MacMillan Sela
22 november 2019 in Lijf & leven

Sela-bassist James MacMillan: ‘Bij God zijn is mijn beste thuisgevoel’

Afgelopen september bracht Sela het album ‘Thuis’ uit, over thuiskomen bij God. Sela-bassist James MacMillan komt uit Amerika, waar hij droomde van een carrière als rock & roll-artiest. Wat betekent ‘thuis’ voor hem? 

In 2010 verwelkomt Sela de Amerikaanse James MacMillan als nieuwe bassist. Voor James geen moeilijke stap – in de voorgaande jaren heeft hij met alle Sela-bandleden al eens gespeeld op conferenties. “Bij Sela spelen is mijn grote droom: met goede vrienden heerlijke muziek maken en de Heer prijzen,” vertelt hij. “Als ik in Amerika was gebleven, was dat niet gebeurd denk ik.” 

 James MacMillan, Sela bassist: ‘Jezus is een groot deel van mijn leven, dát is thuis’

Ruim veertien jaar woont James (64) nu in Nederland, samen met zijn vrouw Ester. “Tachtig procent van mijn leven heb ik in de USA gewoond, maar van mijn gelovige leven – nu twintig jaar – woon ik driekwart in Nederland. Ik kan meer op mijn gemak bidden in het Nederlands en ik ken meer Nederlandse liederen. Jezus is een groot deel van mijn leven, en dat vindt vooral in Nederland plaats. Dat is wie ik ben, dat laat me thuis voelen.”

Jamsessies met het gezin

James groeit op in een liefdevol gezin met vijf kinderen in Scotia, in de Amerikaanse staat New York. “We leefden een typisch jaren 60-bestaan in een dorp. We gingen naar school, mijn vader had een baan – bij het bedrijf waar iedereen in het dorp werkte – en er was altijd eten op tafel. In ons huis was veel liefde. En muziek. Mijn vader was organist en pianist, hij speelde iedere week in de kerk. Terwijl hij niet gelovig was: we gingen als gezin naar de kerk omdat het hoorde, niet omdat we in God geloofden. Zodra dat niet meer verplicht was, stopte ik met gaan.”

James en zijn broers en zussen krijgen allemaal pianoles. “Muziek was onze familietaal. ’s Avonds jamden we samen in de woonkamer. We zien elkaar niet vaak, maar tot de dag van vandaag is dat hoe we tijd met elkaar doorbrengen: muziek maken. Ik wist toen niet dat dat bijzonder was, het was normaal voor mij. Het was ook de plek in de wereld waar ik wist wie ik was. Op school deed ik mee aan alle muzieklessen, orkesten, bands en koren – in die lessen was ik zeker van mezelf, ik voelde me er thuis.”

‘Binnen twee jaar ontploften mijn dromen’

Rock & roll-droom

Op dat moment speelt James nog piano, trompet en hoorn. “Maar toen mijn broer kwam luisteren naar mijn band, zei hij dat ik een verschrikkelijke toetsenist was. Als een echte oudste broer verkocht hij mijn toetsen en kocht daar een basgitaar van. Ik was meteen verliefd. Ik stopte met mijn studie – ik was achttien – en binnen zes weken was ik voltijds muzikant. Mijn ouders waren teleurgesteld; mijn vader heeft ons de muziek bijgebracht, maar hij vond het niet om je geld mee te verdienen. Toch zijn drie van zijn vijf kinderen nu professioneel muzikant.”

James speelt de daaropvolgende jaren in een rock & roll-band, waarmee hij graag succesvol wil worden. “Daar hebben we hard aan gewerkt. Op een gegeven moment kregen we een contract bij een platenmaatschappij – een droom die uitkwam. Maar binnen twee jaar ontplofte alles. De band viel uit elkaar, mijn droom was weg. In diezelfde periode ontplofte ook mijn relatie. M’n tweede droom die stukging.”

Jezus als antwoord

In die tijd werkt James voor een televisieomroep in New York, waar hij elke dag een praatje maakt met de secretaresse van zijn baas. “Om mijn baas te spreken, móest ik langs haar bureau. Ze begon me te vertellen over Jezus. Anderhalf jaar heeft zij haar getuigenis gegeven. Uiteindelijk ging ik naar haar kerk, de Redeemer Presbyterian Church, waar Tim Keller predikant is. Ik vond hem zo fascinerend. Hij is intelligent en weet wat er in de wereld speelt. Hij bemoedigt je om over dingen na te denken. En in zijn preken is het antwoord altijd: Jezus. Na zes maanden kwam ik tot geloof. Ik was toen 43 jaar. Een hele nieuwe, fantastische ervaring.”

In diezelfde kerk ontmoet James de Nederlandse Ester, die een jaar in New York werkt. “Toen ze terugging naar Nederland, hebben we veel met elkaar gemaild, gebeld en elkaar bezocht. Na anderhalf jaar wilden we trouwen. We kozen ervoor om in Amsterdam te gaan wonen.”

James MacMillan: ‘Ik besefte niet hoe eenzaam het was om de taal niet te spreken’

Nederlandse gewoontes

De eerste jaren in Nederland is het wennen voor James. “Ik besefte niet hoe eenzaam het was om de taal niet te spreken. Iedereen spreekt Engels, maar na twintig minuten schakelt de groep toch over op het Nederlands. Dan ben je een toeschouwer. Ook de cultuur is anders. Zoals ‘op de koffie gaan’: je komt rond 20:00 uur, begint met koffie en wat zoets. Daarna komen de zoutjes op tafel, met iets fris of een wijntje. Daar zit een heel verhaal omheen, dat hebben we in de USA niet. En dan de verjaardagen, met alle stoelen in een cirkel. Je kijkt voorzichtig naast wie je gaat zitten, want daar moet je een hele tijd blijven. De jarigen hebben het te druk om je te spreken, omdat ze je de hele avond bedienen. Aan dat soort dingen kon ik wel makkelijk wennen – bij andere dingen vind ik dat moeilijker. Mensen die tegen je aan lopen op straat en geen ‘sorry’ zeggen, bijvoorbeeld. Of dat je in groepen waar je niet iedereen kent, niet voorgesteld wordt. Dat zijn sociale gewoontes die pijn blijven doen.”

Inmiddels woont James al een tijdje in Houten en voelt hij zich een echte Nederlander. “Ik ben nog steeds een beetje anders, maar mensen die mij kennen begrijpen me goed. Ik vind het heerlijk hier, ik houd van Nederland. Van de mensen en het groen. Niet van de grijze lucht, haha. Ik zou niet naar Amerika terug willen. Ook de politiek daar maakt het makkelijker om ergens anders te wonen. It’s a great country to love from a distance.”

‘Soms voel ik me de verloren zoon die een smoesje bedenkt’

Thuis bij God

Al bijna tien jaar speelt James bij Sela, waarmee hij in september dit jaar het album ‘Thuis’ uitbracht. “Thuis bij God is waar wij kunnen en mogen zijn. Hij wacht op ons met Zijn armen open. Een heerlijk beeld. Je kunt alles neerleggen, de strijd is al gewonnen. Jezus heeft voor ons, en voor mij persoonlijk, alles gedaan wat nodig is zodat we altijd bij God kunnen zijn. Daar blijf ik in groeien. Ik voel soms dat ik, net als de verloren zoon, een smoesje bedenk als ik wil terugkomen bij de Vader. Maar z’n Vader stond op hem te wachten. Het gaat niet om wie wij zijn, maar om Wie Hij is.”“Op dit moment lees ik een boek waarin de joodse schrijver stelt dat de sabbat een voorproefje is van de hemel. Als zzp-er heb ik altijd werk te doen, maar ik leer meer en meer om vrij te zijn op zondag. Je hoeft alleen maar te zijn bij God, je hoeft niets anders te doen. Dat is voor mij een blik in de hemel – mijn beste thuisgevoel. De wereldse dingen die wij doordeweeks doen, schuif je allemaal aan de kant. Wakker worden, eten, met mijn vrouw zijn, naar de kerk gaan, fietsen, vrienden zien, Jezus aanbidden. Ik vier op zondag wie Jezus is, door te rusten en Hem te aanbidden. Ik denk dat onze toekomst er ook zo uitziet, als Jezus terugkomt en de schepping wordt verlost. Ik hoef niet precies te weten wat er komt – misschien zingen we allemaal ‘Heilig, heilig, heilig’ tot Jezus Die op een grote toren van vuur staat – maar als dat onze bestemming is, moet het wel mooi zijn.”

Lees ook: Mirjam Kerkhof over Sela's nieuwste album Thuis

Foto: Mariët Mostert