Eva Logo
Zwarte Piet
15 november 2019 in Uit & thuis

'Zwarte Piet blijft lekker buiten (en de Sint ook)'

Buiten schijnt de zon alsof het nog nazomer is, maar bij Paulien aan tafel treedt onverwacht een bittere decemberkou in. Er moet gepraat worden. Over vijf december. Aan tafel. Over Sint én Zwarte Piet.

Geen zwarte pieten, maar roetpieten

Er moet gepraat worden, vinden de kinderen. Over de Sint. Ik vind van niet, maar ja, wie luistert er nog naar moeders die dingen vinden? De makkers aan tafel staken hun geraas in ieder geval allerminst. De goedheiligman die onze woonplaats zal komen bezoeken heeft namelijk meegedeeld geen zwarte pieten meer mee te nemen. Roetpieten worden het.

De gemoederen zijn verhit. Het sinterklaascomité is opgestapt en verschillende verenigingen boycotten de intocht. Zelfs de burgervader moest er aan te pas komen om tot kalmte te manen. En daar moet dus over gesproken worden, vinden de kinderen. Aan tafel. 

Zwarte Piet discussie

Kind één heeft uit betrouwbare youtube-bron dat het afschaffen van zwarte piet je reinste onzin is. Gewoon gedoe van een klein groepje zeurkousen dat niet begrijpt dat het maar een kinderfeest is. ‘Ze pakken gewoon alles af wat leuk is’, moppert ze tussen de jam en de pindakaas door. 

Weg met zwarte piet! Als ze maar cadeautjes krijgt, tenminste

Kind twee struikelt over haar woorden van verontwaardiging. Wat een onzin! Mensen die vóór zwarte piet zijn, dát zijn pas zeurkousen. Ze verpesten het feest voor kinderen die zelf een kleurtje hebben. Een vriendinnetje is eens uitgescholden voor ‘zwarte piet’. Dus: weg ermee! Als ze maar cadeautjes krijgt, tenminste. 

Zwarte Piet door de jaren heen

Kind drie pakt het wat wetenschappelijker aan. Hij schudt zo een serietje argumenten uit zijn mouw. Over de veranderingen die het feest heeft ondergaan in de loop der tijden. Over het verdwijnen van de roe. Dat kinderen ook niet meer in de juten zak gestopt mogen worden. En over vroegere symbolen zoals oorringen, die  hem veel meer aan slavernij doen denken dan aan schoorstenen. 

Het wordt een verhitte, woeste kakafonie aan tafel. Het lijkt de plaatselijke middenstand wel. Argumenten voor, argumenten tegen, bloed en vuur en tranen. En dan komt de vraag die ik al vanaf het begin met vrees zag aankomen: “En wat vind jíj eigenlijk van Zwarte Piet, mam?”. 

Tegen Sinterklaas

Ik hap even naar adem, en wetend dat ik in deze strijd alleen zal staan, zucht ik: “Ik ben vooral héél érg tégen Sinterklaas...” Tegenover me zie ik verbijstering. Hoezo, tegen Sinterkláás? Het kost me niet veel moeite hen te overladen met argumenten. Hoe ik jaren tegen wil en dank aan hen heb moeten uitleggen hoe paarden - écht - op daken kunnen komen. “Met ladders”, zei ik dan, “Of met grote takelwagens”.

Ik houd niet van mannen die dingen over mij opschrijven in grote boeken”, biecht ik op

Hoe ik jaren heb moeten uitleggen hoe het kon dat de Sint ouder en ouder werd terwijl opa’s en oma’s van vriendjes gewoon doodgingen. Uit heb moeten leggen hoe hij al die dingen kon opschrijven in dat grote boek van hem.

Onbegrijpelijke Sinterklaasliedjes

“Ik houd niet van mannen die dingen over mij opschrijven in grote boeken”, biecht ik op. “En ook niet van mannen die zeggen héél erg van kinderen te houden, maar eigenlijk niets anders doen dan wanstaltige batterijenverslinders en plasticsoepgroeiers mijn huis in smokkelen in vrolijk verpakte cadeaupapiertjes. En die, als het puntje bij het paaltje komt, míj laten shoppen en betalen voor al die kinderliefde.

Die met stampende paardenvoeten over mijn nette dak galopperen. En het allerergste: die van mij verwachten dat ik op koude novemberdagen klappertandend tussen uitzinnige menigten onbegrijpelijke liedjes zing over ‘makkers’ en ‘wild geraas’...”

Het is doodstil aan tafel. Ik grijp mijn kans, en roep er nog aan achteraan: “Plús…: ik ben dóódsbang voor zwarte piet”. En dat is waar. Hij duikt zomaar op in de stad en smeert me dan handenvol snoepgoed aan. En vervolgens sta ik weer weken te kreunen op de weegschaal. 

De grootste sloper van het feest

Mijn tijd is om. Ik word bedolven onder verontwaardiging en oprechte woede. Hoe háál ik het in mijn hoofd? Hoe kan iemand tégen Sinterklaas zijn? Ja hoor, daar heb je het al, nu is het feest echt verpest. Door mij, hun eigen moeder. Nu kunnen ze er nooit meer van genieten zonder te denken aan een kreunende moeder op een weegschaal.

De zwarte piet wordt feilloos aan mij toegespeeld. Middenstand, sinterklaascomité, burgervader, demonstranten, ik ben verreweg de grootste sloper van het feest. Vindt mijn goedheilige kinderschare. 

Ik ben verreweg de grootste sloper van het feest, vindt mijn goedheilige kinderschare

‘Ha, dan vieren we het dit jaar gewoon niet’, zie ik mijn kans schoon. De geldboom in de tuin veert verheugd op. Maar dat is de druppel. Zou ik nu met het badwater van goedheiligman bijna ook nog het kinderfeest weggooien? Dat gaat zomaar niet! Je kunt zo’n heerlijke avondje toch niet afschaffen? We móeten op vijf december toch lekker de kaarsjes aansteken en chocolademelk drinken?

En cadeautjes uitpakken? Dan laten we de Sint en de pieten toch en beetje buiten trippeltrappelen en in hun sop gaar koken? Wij blijven binnen, het is buiten toch veel te koud. Tegen die tijd tenminste.

Gebroederlijk feestvieren

Drie paar fonkelende ogen kijken mij zeer gebroederlijk aan. “Oke,” zeg ik dan, “we vieren het gewoon zo”. Net als altijd eigenlijk, maar goed, kniesoor die daarop let. Er wordt opgelucht adem gehaald. En gehigh-fived. 

Als het hier aan tafel kan, dan kan het in onze stad vast ook

Even word ik overvallen door een overweldigend gevoel van hoop en vreugde. Als het hier aan tafel kan, dan kan het in onze stad vast ook. En in de wereld. Op een dag. Gebroederlijk feestvieren, ondanks verschillen. Want om echt feest te kunnen vieren hebben we elkaar gewoon nodig. 

Lees ook: Inge-Mirjam besloot om haar kinderen de waarheid achter Sinterklaas te vertellen. Dat leidde weleens tot hilarische situaties.