Eva Logo
28 december 2019 in Uit & thuis

Yvonne deelde kerstpakketten uit aan dak- en thuislozen

Eerder dit jaar was Yvonne de Noord in Newcastle en ontmoette daar de dakloze James. Hij maakte zo’n indruk op haar, dat ze besloot terug te gaan. En niet alleen hem, maar ook andere daklozen in Newcastle te verrassen met een kerstpakket en -kaart. Ze verzamelde vele kaarten, ook van Eva-lezers. Vlak voor kerst vertrok ze. Het werd een onvergetelijke week, waar God duidelijk aan het werk was.

Lees hier wat er aan Yvonne’s bezoek voorafging.

Maandag

Aangekomen in Newcastle ga ik direct op zoek naar James. Ik loop kilometers door Newcastle, maar vindt hem niet. Ik hoop James dinsdag of woensdag te vinden, maar als ik ’s avonds terugga naar mijn hotel, loop ik hem al tegen het lijf! Hij is ontdaan door mijn komst. We spreken af om de volgende ochtend kerstinkopen te doen.

Dinsdag

Veel mensen vroegen mij in de afgelopen weken waarom James zo’n indruk op mij heeft gemaakt. Ik denk dat deze foto alles zegt. Ondanks zijn situatie probeert James het beste van zijn leven te maken. Met een kerstboom voor zijn tent tovert hij een glimlach op het gezicht van voorbijgangers. 

Samen maken we een lijst met benodigdheden voor in de kerstpakketten en doen inkopen. Als we na een lange dag inkopen doen bij zijn tent arriveren, blijkt zijn slaapzak gestolen en is er geld uit zijn bakje gepakt. Ik word boos, maar James lacht en zegt: “It’s okay Yvon, don’t be mad. I think there is someone who needed it more than me...”

Woensdag

Ik bezoek de ‘Oasis’. Zij begeleiden dak- en thuislozen en helpen ze aan huisvesting. Ik vertel over James en we worden uitgenodigd om vrijdag samen te komen, om te kijken wat ze voor hem kunnen betekenen.

Vervolgens ga ik weer naar James en verras hem met kerstlichtjes voor in zijn boom. Hij kijkt alsof ik hem niet gelukkiger kon maken. Een oude man complimenteert James met zijn boom. Als hij van ons plan hoort, drukt de man spontaan tien pond in mijn handen. “Use it for the presents for the homeless people.”

‘De man drukt spontaan tien pond in mijn handen’

We bezoeken de winkel ‘Poundland’. Met twee grote dozen vol verlaten we de winkel. Na vijftig meter zien we twee bewakers rennen. James zegt: “I think someone stole something”, tot een van de bewakers zich op James richt. Hij grijpt hem ruw bij zijn arm en dwingt James mee terug te gaan naar de winkel. James schreeuwt: “I didn’t steal anything, this lady got the receipts!” Ik ben laaiend en toon ze de bonnetjes. James is overstuur. “I never steel anything, Yvon. It’s the first commandment: don’t steal!” De hele weg naar het hotel huilt hij. Als we later bij zijn tent komen, blijken er weer spullen gestolen. James snapt niet waarom hem dit overkomt, we werken toch juist hard om samen een lichtje voor zijn dakloze stadsgenoten te zijn? Waarom kon God dan niet op zijn tent passen? 

Terug op mijn hotelkamer barst ook ik in tranen uit. Ik ben verdrietig, boos en voel me machteloos. Ik herpak me en ga terug naar Poundland. Als ik de manager over het incident vertel, spijt het hem verschrikkelijk en gaat hij mee om zijn excuses aan te bieden. Het doet James goed.

Donderdag

Met een grote lading kerstpakket-tassen ga ik naar James. Al van veraf zie ik een grote glimlach op zijn gezicht. Hij kan niet wachten om te gaan uitdelen. Maar eerst moet hij naar een soort sociale dienst voor een uitkering. Die blijkt hij niet te krijgen, omdat hij een afspraak heeft gemist. Die was naar hem gemaild, maar James heeft geen computer… Terug bij zijn tent blijkt het metrostation ernaast gesloten. Dat betekent minder mensen en dus minder inkomsten. Hij is teleurgesteld en als ik hem zeg dat het wel goedkomt, zegt hij dat ik makkelijk praten heb. Dat sommige dingen niet goedkomen.

Nadat we een aantal pakketten hebben uitgedeeld, wil James naar zijn tent om geld te verdienen. Overdag is er winkelend publiek, daar moet hij het nu van hebben. Op mijn hotelkamer denk ik na over de gebeurtenissen van vandaag en leg mijn zorgen bij God neer.

‘Vrees niet, want Ik ben met u’

’s Avonds lacht James alweer en biedt zijn excuses aan voor zijn gedrag van vanmiddag. Hij pakt een kaartje uit zijn tent en geeft het me. Een vrouw gaf hem die middag een kledingpakket met dat kaartje: ‘Vrees niet, want Ik ben met u, Ik ben uw God en Ik zal u helpen’. Ik kan het bijna niet geloven en moet haast huilen. Het is per direct zo’n antwoord op mijn gebed. Deze dagen in Newcastle verandert er iets in mij. Als mensen me vragen of ik christen ben, antwoord ik meestal: ik denk het wel. Misschien wordt het nu tijd dat ik daar volmondig ‘ja’ op ga zeggen. Dat ik niet alles begrijp, is misschien zo erg nog niet. 

We delen nog meer pakketten uit en James legt zijn hand op mijn schouder en zegt: “It’s really good to do this together. I’m looking forward to tomorrow!”

Vrijdag

Met acht kerstpakketten loop ik naar James. Ik zie een jongen op een straathoek zitten. Ik kniel bij hem neer, waarop hij een beetje terugdeinst. “I didn’t do that,” zegt hij, wijzend naar een plas chocolademelk, een meter van zijn slaapplek. Ik geef hem zijn pakket en hij nodigt me uit naast hem te komen zitten. Ik heb zijn vertrouwen gewonnen en hij vertelt me dat hij Jamie heet. Hij is 22 jaar en leeft sinds zijn 16e op straat omdat zijn ouders – afkomstig uit een laag sociaal milieu – niet voor hem konden zorgen. 

Op dat moment tikt een andere jongen op mijn rug. Hij heeft gisteren een kerstpakket gekregen en gebaart mij om mee te komen: hij weet waar er nog meer dak- en thuislozen zijn. Ik vertel hem dat ik een afspraak met James heb en straks samen met hem langskom. Dan doet de jongen een greep naar de tassen, maar ik ben sneller. Ik kom later terug, zeg ik. Ik sta op en loop richting James. De jongen wordt opdringerig. Als we een steegje passeren, gebaart hij me hem daarin te volgen. Alles in mij weigert en luid zeg ik: Ik zei het al tegen je, ik kom later terug met James!

‘De dak- en thuislozen van Newcastle zullen me beschermen’

Bij James aangekomen vertel ik wat er is gebeurd. Hij wordt woest. De bewuste jongen is psychisch niet in orde en daar maakt een bende misbruik van: ze laten de jongen mensen in steegjes lokken om ze te beroven. Ik word misselijk en zeg dat we de pakketten naar de daklozenopvang zullen brengen. James weigert. “When you are with me, you are protected”, zegt hij ferm. “I’m the father of the street. People won’t hurt you when we are together.” Binnen no-time verspreidt het voorval zich onder de dak- en thuislozen in Newcastle. Ze zijn boos en zullen me beschermen. Al is dit hartverwarmend, toch besluit ik de politie op de hoogte te stellen. 

Inmiddels is het te laat om Oasis te bezoeken, de opvang waar we voor James zouden kijken. We besluiten maandag te gaan. James wil de andere kerstpakketten uitdelen. ’s Avond volg ik het advies van de politie en James op en blijf in mijn hotel.

Zaterdag

Als ik bij James aankom, slaapt hij nog diep. Ook als ik twee uur later terugkom. Ik laat hem en ga naar een drukke winkelstraat. Elke 25 meter staat een politieagent. Ik durf het hier wel aan om zonder ‘papa James’ pakketten uit te delen.

Ik ontmoet Kevin en schrik als ik hoor dat hij nog maar 18 jaar is. Hij heeft vandaag één doel: 7,- verdienen voor de opvang, zodat hij vannacht niet in de kou hoeft te slapen. Ik deel nog meer pakketten uit en zie een vrouw op de grond zitten. Ik groet haar en vraag of het goed gaat. Ze knikt en als ik haar pakket geef, vraagt ze me naast haar te komen zitten. Ze heet Tracy en is 45 jaar. Ze komt uit een gewelddadige relatie en vond de straat een betere optie dan de ernstige mishandelingen thuis. Plots wordt ons gesprek onderbroken door een man die ons wat wil geven. Hij denkt dat we beiden dakloos zijn. Tracy wacht mijn reactie af. Ik haal mijn schouders op en zeg: “I don’t give a shit.” Tracy geeft me advies: het is niet veilig op straat. Ze kent James en ik moet naar hem luisteren. Als ik haar over het voorval van de dag ervoor vertel, wil ze me persoonlijk naar James brengen. Daar aangekomen zegt James: “Tracy is the female version of me.” 

Zondag

Vandaag doen we alleen maar leuke dingen, heb ik James beloofd. We gaan naar de kerk ‘Destiny’. Tijdens de preek valt James van vermoeidheid in slaap. Eerst op z’n stoel en daarna glijdt hij langzaam op de grond. Joanne, een vrouw naast mij, moet lachen. Ze kent James en is op de hoogte van onze zware week. We gunnen hem zijn welverdiende rust. In deze kerk hebben ze de boodschap van kerst goed begrepen.

Na de dienst wil ik graag kleren voor James kopen, maar dat weigert hij: “I’ve got everything I need”. Als ik hem vertel dat ik hem graag iets wil geven en dat daar ook geld voor is, wil hij maar één ding: met Kerst in een hotel. Dankzij een paar gulle gevers kan ik deze wens in vervulling laten gaan. Ook regel ik bioscoopkaarten, een giftcard en vouchers. Aangekomen bij James’ tent zien we een bord bij de kraam met kokoskoeken staan. Er staat op geschreven: ‘Tips are for James. The guy in the tent’. Andrea, de eigenaar van de kraam, geeft al zijn fooi aan James. Hoe lief is dat? James wordt er verlegen van.

Later op de dag zie ik het stelletje Kelsie (30) en Matthew (27) bedelen. Ze hebben gisteren een kerstpakket gekregen en vertellen hoe blij ze ermee zijn. Vooral met de handgeschreven kerstkaart die erin zat. De bemoedigende woorden geven ze een zetje in de goede richting: ze willen hulp zoeken en van de straat af. 

‘That’s from God. He payed our meal because we did good’

’s Avonds ga ik met James uit eten. We moeten wel erg lang op ons eten wachten. Het blijkt dat ze ons vergeten zijn. We krijgen excuses en het eten gratis. “That’s from God, Yvon. He payed our meal because we did good this week”, zegt James. Ik wil hem graag geloven, maar ongelovige Thomas zit op mijn schouder. Het is voor mij haast onvoorstelbaar dat iemand in zulke omstandigheden zo kan geloven. Daar kan ik nog iets van leren.

Op de terugweg passeren we een grote draaimolen. We kijken elkaar aan, denken hetzelfde en klimmen op twee grote paarden – we hebben de grootste lol. Als we naar James’ tent lopen, zien we al uit de verte dat er grote cadeaus voor staan. Op de doos zit een briefje: ‘Because you did good this week. God bless you.’

Maandag

Vanmorgen sta ik vroeg op om met James Oasis te bezoeken, maar hij ligt nog te slapen. En als James eenmaal slaapt, krijg je hem niet zomaar wakker. Ik ga alleen naar Oasis en vraag of ik daar geld voor James mag neerleggen en of hij het bij hen mag ophalen. Ze maken een uitzondering. De hulpverleners beloven dat ze hem warm zullen ontvangen en dat hij bij hen eten en drinken krijgt. Zo kan hij een band met hen opbouwen. Ik hoop dat de drempel om hulp te vragen, wat James moeilijk vindt, op deze manier voor James wat lager zal worden. 

Vervolgens probeer ik een hotel voor James te regelen, maar dat lukt niet. Ik probeer verschillende hotels en zelfs hostels, maar ze laten geen zwervers toe. Gelukkig mag hij bij een vriend slapen met Kerst. Ik vertel over het geld bij Oasis dat hij in twee delen mag ophalen. James moet eerst huilen en daarna verschrikkelijk lachen. Ik vertel hem dat ik niet gemeen wil zijn. Hij geeft me een knuffel en zegt: “I know, it’s because you love me.”  

Aan deze fantastische en indrukwekkende week komt een einde, maar eerst heeft James nog een verrassing. Met de fooi van kokoskoeken-verkoper Andrea, heeft hij wol gekocht. Hij heeft verschillende armbandjes gemaakt om in Nederland te verkopen. De opbrengst kan ik gebruiken voor mijn overtocht om weer terug te komen. Nu huil ik. We nemen afscheid en ik geef James een armband met de tekst ‘Be Strong’ en daarbij de Bijbeltekst Filippenzen 4:13: ‘Ik ben tegen alles bestand door Hem die mij kracht geeft.’ James kijkt mij aan en pakt me stevig vast: “You gave me back my dignity. Thank you. Please come back.” Ik beloof hem dat ik hem in 2020 weer bezoek. 

Op de boot barst ik in tranen uit. Ik gooi alle emoties van de afgelopen week eruit. Na een half uur raap ik mezelf weer bij elkaar, tot ik een berichtje krijg van Andrea: kort nadat ik was weggegaan, bezocht de politie James met een gerechtelijk bevel. Hij mag niet langer met zijn tent in het centrum staan. Ik ben ontzettend boos en verdrietig dat ik er nu niet voor hem kan zijn. Ik hoop alleen dat zijn armband hem eraan herinnert dat hij sterk moet zijn.

‘Daklozen zijn vaak prachtige mensen die iets minder geluk hebben gehad’

Denk niet te gemakkelijk over het leven van dak- en thuislozen. Het zijn vaak prachtige mensen, maar hebben alleen iets minder geluk gehad in het leven. Kijk hen in de ogen en groet ze. Ga bij ze zitten en geef ze hun waardigheid terug – ze zijn niet minder dan jij en ik.

Uitgebreide dagverslagen van Yvonne kan je lezen op haar Facebookpagina.