Eva Logo
Depressie
3 februari 2020 in Hoofd & hart

“Na achttien jaar sloot ik mijn hulpverleningstraject af”

Hannah* (34) heeft achttien jaar hulpverlening, elf opnames in een psychiatrische instelling, meerdere suïcidepogingen en een identiteitscrisis achter de rug. Sinds vorig jaar laat ze God weer toe in haar leven. Ze ervaart dat ze hierdoor een stuk sterker in haar schoenen staat.

“Ik vermoed dat mijn problemen op heel jonge leeftijd zijn ontstaan; toen ik acht dagen was, kreeg ik buikvliesontsteking en lag ik op het randje van de dood. Tot grote verwondering van mijn ouders verhoorde God hun gebeden en knapte ik van het één op het andere moment weer op. De artsen vonden deze plotselinge omslag onverklaarbaar, maar mijn ouders zagen dit als een wonder van God. Ik heb zes weken in het ziekenhuis gelegen en het vermoeden bestaat dat dit mede een oorzaak is geweest van mijn hechtingsproblematiek.

Toen ik één jaar was stierf mijn vader aan de gevolgen van kanker en bleef mijn moeder met zes kinderen achter

“Op vierjarige leeftijd werd ik op school aangerand. Toen ik dit huilend tegen mijn juf vertelde, werd ik niet serieus genomen en moest ik gauw op mijn stoeltje gaan zitten. De hele dag liep ik hiermee rond en toen ik uit school kwam vertelde ik het meteen tegen mijn moeder. Opnieuw liep ik tegen een muur van onbegrip aan en werd ik niet serieus genomen. Ik leerde al snel dat ik mijn gedachten en gevoelens beter voor mezelf kon houden. Deze aanranding heeft verregaande gevolgen voor mij gehad. Ik vertrouwde niemand meer. In de loop der jaren heb ik met Gods hulp de daders kunnen vergeven. Iets wat mij, na al die jaren van verbittering en pijn, enorm opluchtte en bevrijding gaf.

Jarenlang blokkeerde ik deze ingrijpende gebeurtenis, maar in mijn pubertijd kwam alles weer naar boven en liep ik volledig vast. Op mijn negende ervaarde ik voor het eerst sombere gevoelens en besefte ik dat er iets met mij aan de hand was. Ik had een onbestemd gevoel en zat niet lekker in mijn vel.”

Ik schreef gedichten over de dood

“Om te kunnen uiten wat er in mijn hoofd omging, schreef ik gedichten over de dood. Toen ik op de middelbare school een gedicht aan mijn vriendinnen liet lezen, hebben zij een vertrouwenspersoon ingeschakeld en kwam ik bij een psycholoog terecht. Twee jaar later dacht ik dat ik sterk genoeg was om het zonder hulpverlening te redden en besloot ik te stoppen met mijn therapie.

Ik ben de opleiding sociaalpedagogisch werk gaan volgen. Tijdens deze opleiding moest ik kritisch naar mezelf leren kijken. Hierdoor kwam er veel onverwerkt verdriet bij mij naar boven en liep ik vast. Ik ben opnieuw onder behandeling van een psycholoog gegaan, zodat ik mijn opleiding af zou kunnen ronden.”

Mijn naasten deden een stapje terug

“Dat lukte en na mijn opleiding ging ik bij een gehandicapteninstelling werken. Ik sloot de bewoners in mijn hart en genoot van mijn werk. Toch werd ik na anderhalf jaar opnieuw depressief. De ouders van een cliënt boden mij aan om een tijdje bij hun te komen wonen, maar helaas ging het steeds slechter met me en moest ik worden opgenomen. Een jaar na mijn opname gaven de mensen, die mij zo liefdevol hadden opgevangen, aan dat ik daar niet langer kon logeren. Dat deed me heel veel pijn en ik voelde mij afgewezen. 

Langzamerhand kregen de gedachten aan de dood steeds meer de overhand. Ik deed diverse zelfmoordpogingen. Maar de therapie die ik vervolgens kreeg leek aan te slaan en een tijdlang ging het goed.” 

Keer op keer sloeg de depressie toe

“Ik besloot het roer om te gooien en ging bij de woon- werkgemeenschap Emmaus werken. Zij bieden opvang aan dak- en thuislozen. Het is een bijzondere en fijne ervaring om in deze gemeenschap te mogen wonen en werken. Ik voelde me daar veilig en had weer vrienden en ‘familie’ om me heen. Helaas kreeg mijn depressie mij weer in zijn greep en wederom werd ik suïcidaal. In de jaren die volgden werd ik vele malen opgenomen. Elke keer als het iets beter leek te gaan, stapelden de emoties zich weer op en sloeg de depressiviteit weer toe. 

Toen ik weer wat opkrabbelde ging ik in Roermond wonen en werkte ik opnieuw bij een woon- en werkgemeenschap van Emmaus. Net toen het weer wat beter leek te gaan pleegde een goede vriend van mij zelfeuthanasie. Hij nam me mee in zijn proces daar naartoe en dat had grote impact op mij. Kort voor zijn overlijden kreeg ik het bericht dat een andere vriend, die tegelijk met ons opgenomen was geweest in een psychiatrische instelling, aan zelfdoding was overleden.” 

Identiteitscrisis

“Er gebeurde zoveel tegelijk in mijn leven, dat ik in een identiteitscrisis terechtkwam. Ik dacht opeens te begrijpen waarom ik me mijn hele leven al zo anders had gevoeld. Ik besefte dat ik me nooit thuis had gevoeld in mijn lichaam en twijfelde er zelfs aan of ik wel een vrouw was. 

Toen ik dit tegen mijn familie vertelde, stuitte ik op een muur van weerstand. Er werd mij ontraden om tot een transitie over te gaan, omdat dit tegen Gods geboden en tegen Zijn scheppingsorde ingaat. Ik besefte dat ik psychisch nog niet sterk genoeg was om zonder steun van mijn achterban over te gaan tot een transitie.” 

God speelt een steeds grotere rol spelen in mijn leven

“Ik leefde al tijden zonder God en begon te beseffen dat ik Hem hard nodig had. Ik zocht op internet naar teksten, YouTube-preken en Bijbeloverdenkingen. Ik las boeken van Corrie ten Boom en ging weer naar de kerk. Na één van mijn bezoeken aan de kerk werd ik uitgenodigd bij een gemeentelid. Ik stelde hem vragen over het geloof en hij nam mij mee naar een Bijbelstudie. Vanaf dat moment ging God een steeds grotere rol in mijn leven spelen. God liet mij zien dat ik wel klaar kan zijn met Hem, maar dat Hij nooit klaar is met mij. Dat Hij altijd aanwezig is geweest in mijn leven en er ook in de toekomst voor mij wil zijn. Dit geeft mij zoveel rust, dat ik niet meer zonder God zou kunnen en willen leven.”

Recentelijk is mijn hulpverleningstraject afgesloten

“Ik leerde door de ogen van God naar mezelf te kijken en mezelf te accepteren. God gaf mij tegelijkertijd kracht om mijn lichaam te verdragen, waardoor de behoefte aan een transitie verdween. Sindsdien ervaar ik een diepe vrede. Ik heb eindelijk rust. Recentelijk heb ik zelfs mijn hulpverleningstraject, van ruim achttien jaar, mogen afsluiten. Ik heb een fijne baan, doe vrijwilligerswerk voor Gevangenzorg Nederland en merk dat ik van de kleinste dingen geniet. Een fluitende vogel, een ontluikende bloem, er is kleur in mijn leven gekomen. Natuurlijk besef ik dat mijn depressiviteit zo weer toe kan slaan, maar ik hoef het niet meer alleen te dragen; God is bij mij!

Dit berijmde lied uit psalm 138, geeft mij moed en wil ik graag ter afsluiting delen”:

Als ik, omringd door tegenspoed,
Bezwijken moet,
Schenkt Gij mij leven;
Is 't, dat mijns vijands gramschap brandt,
Uw rechterhand
Zal redding geven.
De HEER is zo getrouw, als sterk;
Hij zal Zijn werk
Voor mij volen - den,
Verlaat niet wat Uw hand begon,
O Levensbron,
Wil bijstand zenden.

* Hannah is niet de echte naam van de geïnterviewde

Wil je doorpraten over zelfdoding?

Ben jij iemand verloren door zelfdoding? Je kunt altijd gratis bellen met het nummer 0900-0113 voor een gesprek en aan hen je vragen stellen. Je kunt daar ook terecht als je zelf te maken hebt met gedachten over zelfdoding. Ook kun je via de website www.113.nl gratis en anoniem chatten met deskundige vrijwilligers.

Lees ook: “Het was alsof mijn gedachten de baas over me werden en continu riepen: ik wil dit niet! Hoe leg je dat uit? Ik was helemaal niet het type waarvan mensen dit zouden verwachten.” Rinke Verkerk duikt in het taboe van depressie.