Eva Logo
hoofdluis
4 maart 2020 in Lijf & leven

Al twee jaar last van hoofdluis

Last van hoofdluizen? Kom maar bij mij. Ik weet alles van deze beestjes. Bijna dan. Want helaas weet ik niet hoe ik ze voor altijd kan verbannen uit mijn dochters haar.

Prachtig haar heeft mijn kind. Het is lang, vol en goudblond. Je zal het maar hebben. 
Of… Je zal er maar wonen! Ik denk dat een luis dàt dacht toen hij zo’n twee jaar geleden de oversteek maakte van een vriendinnetje naar de haarbos van Hanna. Hij belandde in een waar luizenparadijs: een heerlijk warm hoofdje, lekker bloed en al dat haar! Hij kon erin verdwijnen en zich voortplanten, zonder dat iemand het opmerkte. 

Het was Code Rood

In ieder geval was de eerste generatie luizen al volwassen toen ik achter hun bestaan kwam. We zaten bij mijn schoonouders - in de kerk nota bene. Ik keek naar Hanna en zag iets voor haar ogen zweven. Een pluisje, dacht ik eerst nog. Ik haalde het weg, keek nog eens goed en… help! Het friemelde! Het was onmiskenbaar een luis. De preek van die ochtend heb ik niet meer gehoord. Ik bleef maar spieden of ik er meer zag lopen. “We gaan snel naar huis!”, siste ik tegen mijn man na afloop van de dienst. Want bij de eerste tekenen van luizen trek ik een secuur rampenscenario van de plank. En het was Code Rood. 

Een uur kammen

Diezelfde middag nog startte ik de behandeling: Ik zette mijn dochter in de luizenshampoo, waste het uit, deed er een flinke dot crèmespoeling in om vervolgens te kammen met de allerbeste luizenkam (die van Essy). Pluk voor pluk ging door mijn handen. “Dit moeten we twee weken doen Han,” bereidde ik haar ruim een uur later voor. EEN UUR ja, want mijn dochter heeft dus echt heel veel en lang haar.

'Alle meiden hadden luizen'

We hielden het keurig vol in de veertien dagen die volgden. Ondertussen probeerde ik op slinkse wijze de besmettingshaard te achterhalen. Ondoenlijk, zo bleek, want bijna alle meiden uit de klas en van de turnvereniging hadden ook luizen. Ook kwam ik met nieuwe regels. “Je haar moet vast! In een vlecht of knot. En, er wordt even niet gelogeerd met vriendinnen.” Zodra ze ging spelen beet ik haar bovendien toe: “niet aan elkaars haar zitten, hoor!” 

'Telkens als ik denk dat we van de luizen af zijn, zie ik Hanna weer krabben'

Het is verschrikkelijk, maar het mocht allemaal niet baten. We zijn inmiddels twee jaar verder en telkens wanneer ik denk dat we al een tijdje van de luizen af zijn, zie ik Hanna weer op een gruwelijk bekende manier op haar hoofd krabben. En het allerergste? Ik ben er gelaten onder geworden. Er is geen paniek meer wanneer ik een luis zie. Het rampenscenario sla ik niet meer open. Ik google ook niet meer op hoofdluis, want ik heb alles al gelezen. Zo nu en dan zet ik haar in de luizenlotion. En dan kam ik weer even goed. Verder ben ik een soort apenmoeder. Dan ga ik naast haar zitten en vlooi ik een beetje door haar haren, om te zien of ik wat vind.

De luizen winnen

Mijn conclusies: meiden steken elkaar gewoon steeds weer aan én de luizen worden immuun voor onze strijdplannen. Stiekem denk ik zelfs dat ze het heel langzaam van ons aan het winnen zijn. Want over dat prachtige, lange, goudblonde haar van mijn dochter zeg ik de laatste tijd steeds vaker: “moet je het niet eens wat korter knippen? Dat kamt een stuk makkelijker…” 

Martineke werkt sinds kort niet meer voor Eva, maar omdat ze het schrijven niet kan laten én omdat het het vandaag nationale luizendag is, schreef ze speciaal voor ons deze column. 

Wat moet je doen als je luizen hebt? Lees het hier.