Eva Logo
angst kinderen
24 mei 2020 in Hoofd & hart

Help je kind om angst te overwinnen

Is je kind snel bang? Misschien extra in deze coronatijd? ‘Ach, dat gaat vanzelf over’, hoor je vaak. ‘Hoort bij de leeftijd.’ Maar klopt dat? Niet altijd, zeggen psychologen: vijftien procent van de Nederlandse kinderen heeft last van problematische angst – en van hen krijgt maar een klein deel professionele hulp. Terwijl vroege aanpak enorm belangrijk is.

Om te beginnen een geruststelling: met angst op zich is niets mis. Het is een nuttige, aangeboren reactie op dreigend gevaar. Bang zijn kan je leven redden! Vandaar ook dat kinderen van jongs af aan angsten vertonen. Angst is de meest voorkomende psychische klacht bij kinderen, circa vijftien procent van hen heeft een problematisch angstniveau. Doorgaans horen de angstklachten bij hun leeftijd en ontwikkeling. Zo worden veel baby’s bang als ze mama of papa niet zien. Peuters zijn vaak angstig in het donker. Bij kleuters zie je angst voor fantasiefiguren opspelen, en veel jongeren boven de twaalf zijn bang voor sociale dingen, zoals afwijzing en falen. 

ANGST VOOR KRIEBELDIEREN

Tot zover heel normaal dus. Wanneer moet je gaan oppassen? “Als de angst het functioneren sterk beinvloedt”, zegt dr. Ellin Simon, psycholoog en onderzoeker bij de Open Universiteit. “Dat uit zich vooral in extreme vermijding en in fysieke klachten zoals buikpijn, hoofdpijn en moeheid.” Andere kenmerken zijn dat de angst niet bij het ontwikkelingsniveau van je kind past, heftig is in relatie tot de aanleiding en niet binnen een week of twee overgaat. Naar schatting heeft minimaal vijf procent van de kinderen een angststoornis. 

Neem Frank, een tiener die zich als kleuter rot schrok van een grote libelle die langs vloog. Normaal gesproken zou zijn angst in de loop van de tijd dalen en de volgende libelle zou al minder eng zijn. Maar Frank was zodanig geschrokken, dat hij alle libelles ging vermijden. Zelfs op filmpjes en plaatjes. Zijn angst breidde zich in de loop der jaren uit naar andere kriebeldieren, van kevers tot spinnen. Als tiener kreeg hij de diagnose ‘insectenfobie’. 

ANGSTSTOORNIS

Is daar iets aan te doen? Jazeker, maar zoals met veel geldt: hoe vroeger je erbij bent, hoe beter. Als een erg bang kind niet met angst leert omgaan, is er kans dat de klachten zich uitbreiden en – net als bij Frank – uitmonden in een angststoornis. Dan kost behandeling meer moeite dan wanneer je in een vroeg stadium begint. “Veel complexe en chronische problemen – zoals onderpresteren en middelenmisbruik – beginnen met een angstprobleem”, zegt Ellin Simon.  “Daarom zijn preventie en vroege opsporing en aanpak zo belangrijk.” Toch krijgt tachtig procent van de kinderen met angststoornissen géén professionele hulp.

'Methoden die bij volwassenen werken, worden op kinderen toegepast, terwijl hun hersens nog volop in ontwikkeling zijn'

Ellin is gespecialiseerd in angst bij kinderen en leidt het wetenschappelijk onderzoek ‘Leer te Durven!’. Ze vertelt: “Vreemd genoeg is wereldwijd nog maar weinig goed onderzoek gedaan naar wat het beste werkt bij kinderen van verschillende leeftijden. En via welke mechanismen dat gebeurt. Eigenlijk worden methoden die bij volwassenen werken, op kinderen toegepast. Terwijl de hersens van kinderen nog volop in ontwikkeling zijn. Zo kan het zijn dat een jonger kind gebaat is bij een andere aanpak dan een wat ouder kind, dat qua denkvermogen al verder is. Als we dat weten, kunnen we de behandeling van angst veel meer ‘op maat’ maken.”

ONLINE ANTI-ANSTTRAINING

Voor veel kinderen (en ouders) is de drempel naar de psycholoog best hoog. Daarom ontwikkelde Ellins team een zo laagdrempelig mogelijke onlinetraining. Dat gebeurde op basis van een – bewezen werkzame – groepstraining. “’Leer te Durven’ is de eerste volledig online te volgen anti-angsttraining in Nederland”, vertelt Ellin. “Kinderen van 8 tot en met 13 jaar met milde angstklachten of fobieën kunnen gratis meedoen, dankzij subsidie van Stichting MIND. Ze worden via de mail begeleid door een persoonlijke trainer. Tegelijk helpen de kinderen mee aan het wetenschappelijk onderzoek.”

Omdat het een officieel onderzoek is, bepaalt de computer of een kind direct kan meedoen, of dat het begint in een ‘controlegroep’. “Door de verschillen tussen die twee groepen kun je later duidelijke conclusies trekken over de werking van de training”, zegt Ellin. “Mijn ervaring is dat kinderen met wat uitleg prima begrijpen waarom zo’n controlegroep nodig is. En naderhand kunnen ze de training natuurlijk alsnog doen.”

Tim (11) durfde lange tijd niet in liften, omdat hij erg bang was dat zijn zusje op allerlei knopjes zou drukken en de lift stil zou komen te staan. Hij leerde via de training met deze situatie om te gaan. “Liften maken me nu niet meer uit”, zegt hij, “ik vind ze niet meer eng.” 

Willen jij en je kind meer weten over het onderzoek en de onlinetraining, kijk dan op https://leertedurven.ou.nlen vraag een informatiepakketje aan via [email protected].

Bij dit project werkt de Open Universiteit samen met stichting MIND, de Universiteit van Amsterdam en de Angst-, Dwang- en Fobiestichting. 

* Het verschil tussen angstklachten en -stoornissen: angststoornissen zijn diagnoses die omschreven staan in de DSM-5, het handboek voor psychische stoornissen. Angstklachten kunnen echter al lang voordat ‘officieel’ sprake is van zo’n stoornis, veel last veroorzaken in je leven. 

Tekst: Petra Butler
Beeld: Shutterstock

Lees ook: zo maak je je kind weerbaar