Eva Logo
23 mei 2020 in Lijf & leven

Jeannette lag in het ziekenhuis met corona

Jeannette (56): “Op mijn werk luisterden we naar de persconferentie van premier Rutte. Ik weet nog dat ik zei: ‘Ik hoop dat ik het niet krijg’, want ik heb astma. Vanaf dat moment zouden we thuis gaan werken. De directeur zei: ‘Wie weet zien we elkaar snel weer.’ Maar een paar weken later lag ik met corona in het ziekenhuis.”

“Ik had al een paar dagen een grieperig gevoel en ik moest veel niezen en hoesten. Uiteindelijk besloot ik de huisarts te bellen. Ik moest naar het speciale corona-spreekuur komen. De arts daar was helemaal ingepakt. Hij zei: ‘Ik denk niet dat je corona hebt, ga maar naar huis.’ Opgelucht ging ik weer naar huis.” De dag daarna gaat het beter met Jeannette. Ze denkt dat haar klachten over zijn en de arts gelijk had.

Koorts 

Maar het weekend daarna gaat haar gezondheid toch weer achteruit. “Ik kreeg koorts, was benauwd en voelde me echt niet goed. Mijn man is predikant en was weg. Ik was thuis met mijn zoon. Hij stimuleerde me om toch de huisartsenpost te bellen. Ze zeiden dat ik moest langskomen en mijn zoon reed mij er naartoe.” 

Bij de huisartsenpost is een speciale tent ingericht voor coronapatiënten. Daar moet Jeannette naartoe. “De arts mat mijn saturatie (zuurstof in het bloed, red), die was vijfentachtig procent. Normaal is dat tussen de vijfennegentig en negenennegentig procent. Mijn ademhaling was twee keer zo snel als normaal. De arts ging in overleg met de longarts en ik bleef achter in de koude tent. Ik hield het bijna niet meer.”

Ik stuurde een berichtje naar mijn zoon dat ik niet thuis zou komen

Na een halfuur komt de arts terug met de mededeling dat ze een longfoto gaan maken. Daarna gaat het snel. “Ze besloten om mij op te nemen om te kijken hoe het zou gaan. Ik stuurde een berichtje naar mijn zoon dat ik niet thuis zou komen. Ik werd opgenomen in een corona-kamertje en aan de zuurstof gelegd. En ik werd getest op corona. Ze deden zo’n wattenstaafje helemaal achterin mijn keel en neus. Dat was geen fijn gevoel. Ze probeerden ook een infuus te prikken, maar dat lukte eerst niet. Pas na acht pogingen zat mijn infuus erin. ’s Avonds kreeg ik de uitslag: het was corona. Dat was wel even slikken. Achteraf bleek ik de eerste positief geteste patiënt van Wierden.”

Kloosterretraites

Tijdens de ziekenhuisopname ervaart Jeannette veel bemoediging en haalt ze veel uit haar herinneringen aan Eva’s kloosterretraites die ze heeft bezocht. “Dat kwam zo sterk terug. De eerste keer dat ik ging was in 2018, met twee vriendinnen. Ik had behoefte aan stilte, want het leven is soms vaak zo jachtig. Ik hoop dat we door deze crisis ook leren hoe waardevol rust en stilte is. Dat heb ik tijdens de retraites ervaren. Door de gebedsmethode die we daar leerden is mijn stille tijd ook helemaal veranderd. Ik leerde dat God juist spreekt in de stilte. Eerst twijfelde ik aan wat er tot mij kwam in die stilte, maar later op de dag werd dat dan toch weer bevestigd. Ik schreef elke dag op wat naar me toekwam. Nu kan ik lezen wat God toen tegen mij heeft gezegd, daar kan ik op terugvallen.”

Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik geen kind van God was

In 2019 ging Jeannette opnieuw naar de kloosterretraite, nu samen met haar zusje. Dat jaar was voor haar erg bijzonder. “Ik heb altijd het gevoel gehad dat mijn zonden te groot waren en dat ik geen kind van God was. Dat ik aan de hemelpoort zou staan en niet naar binnen zou mogen. Spreker Ron van der Spoel zei: ‘God wil dichtbij je zijn, hoever laat je Hem toe?’ We vierden ook avondmaal en hij gaf mij een stukje brood. Minella (van Bergeijk, oud-hoofdredacteur Eva, red) gaf wijn. Beiden zeiden ze: ‘dit is ook voor jou’. Dat vond ik bijzonder. Ik liep door het klooster en zocht een plekje waar ik in alle rust het avondmaal kon vieren. Ik stapte een nis in en daar hing een groot vel papier waarop stond: je bent een kind van God. Ik dacht bij mezelf: het staat er echt, waarom geloof je het nou niet? Dit moment heeft mijn leven veranderd, ik mag nu een dankend leven hebben waar God er voor mij is.”

Malariapillen

“Gods nabijheid kwam in het ziekenhuis terug, daardoor was ik niet bang. Ik ging naar de corona-afdeling en lag op een kamer met twee anderen. Ik besefte: stel dat ik sterf, dan heb ik van niemand afscheid kunnen nemen. Je hebt geen bezoek meer, je hebt niemand. Gelukkig kon ik in ieder geval nog mijn man bellen. 

De artsen vroegen of ze me mochten behandelen met malariapillen, want ze dachten dat het kon helpen tegen het virus. Je grijpt alles aan, dus ik zei: doe maar. Meteen moest ik er zes innemen. Het was zo naar. Ik heb het drie van de vijf dagen volgehouden, ik voelde me zo beroerd.”

God is erbij: als ik dan moet sterven, dan is het goed

“Maar ik besefte ook: God is erbij. Als ik dan moet sterven, dan is het goed. Dat gaf zo’n diepe kracht. Gelukkig ben ik genezen. Pas zei iemand: zou je willen dat je het niet had gehad? Zo ziek zijn is afschuwelijk, maar de diepe ervaring in mijn geloof is echt een anker waar ik me aan vast mag houden. 

Nu ben ik aan het herstellen, ik heb veel last van vermoeidheid. Mijn conditie is weg, maar het gaat steeds beter. Ik ben heel dankbaar dat ik er zo uit mag komen. Voor God was mijn leven nog niet klaar. Dat vind ik zo bijzonder. Ik kan alleen maar meer danken en naar God wijzen. Hij is zo groot. We hebben Hem allemaal nodig.”

Lees ook: Column Carianne | Bevallen in de corona-tijd