Eva Logo
stophaat
16 juni 2020 in Uit & thuis

Column: shophaat

Hanneke lijdt aan shophaat. Maar door een grote lichamelijke verandering, moet ze er toch aan geloven. Alle coronamaatregelen maken haar shopervaring er niet prettiger op.

Toen ik werd geassembleerd tot vrouw is er iets misgegaan met een belangrijk onderdeel. De gebruikelijke vrouwelijke lichaamsdelen zitten eraan hoor, maar het onderdeel ‘voorliefde voor kleding shoppen’ is ofwel gewoon helemaal vergeten ofwel niet goed vastgeschroefd en onderweg kwijtgeraakt.  Ik lijd, vrees ik, aan een zeldzame vorm van shophaat.

Mijn idee van de meeste vrouwen is dat nieuwe kleding op hen net zo’n heftige aantrekkingskracht heeft als een modderplas op een peuter. En dat bedenk ik echt niet in mijn eentje, uit verbittering over mijn eigen shophaat. Je hoeft maar een gemiddelde winkelstraat in te lopen en te kijken naar de verhouding herenmodezaken vs. damesmodezaken en je begrijpt wat ik bedoel.

‘Ik lijd aan een zeldzame vorm van shophaat’

In principe kun je dus veilig stellen dat vrouwen van shoppen houden. Behalve ik dus. Ik heb maar één woord voor shoppen: vreselijk. Nou goed, nog ééntje dan: afschuwelijk. Niet de shoppers onder ons hoor. Daar vind ik niet zoveel van. Shop gerust. Als ik maar niet mee hoef.

Het is vreemd. Nieuwe kleding hébben vind ik heerlijk. Alleen het proces er naartoe, daar heb ik een moeizame verhouding mee. Daarom shop ik dus gewoon niet.

Vitage shoppen

Loop ik dan in mijn blote jeweetwel? Nee dames, naaktloperij bewaar ik voor speciale gelegenheden. Ik shop vintage. Dat is gewoon een duur woord voor kleren kopen die iemand anders vanwege uiteenlopende redenen niet meer wilde.

Af en toe ga ik naar een kringloopwinkel, kijk wat past, niet al te verwassen is en nog een beetje aansluit bij mijn stijl (oftewel: het moet lekker zitten) en koop dan glimlachend een spijkerbroek voor drie euro. Blijkt die bij nader inzien toch niet aan mijn strenge toelatingseisen te voldoen, dan kan ik hem met eenzelfde glimlach terugbrengen naar diezelfde kringloop. Daar val je je geen buil aan. Dat is dus reden één voor mijn shophaat. Ik ben gewoon aardszuinig.

‘1-0 voor de shophaters’

Gelukkig word ik blijmoedig gesteund in mijn opvatting door hen die het milieu een warm hart toedragen. Voor mij een (extra hè, alleen extra) reden om het milieu een warm hart toe te dragen. Fast fashion verslinden past namelijk echt niet in een milieubewuste levensstijl. Nieuwe kleding kopen is zó 2019. Ha, 1-0 voor de shophaters.

Maar toen kwam het moment dat ik voor één keer eens gewoon fatsoenlijke nieuwe kleren wilde hebben. Mijn lijf was veranderd na een operatie en ik vond het passend om het te hullen in mooie nieuwe kleren.

Dus ik overwon mijn zuinigheid.
En ik overwon zelfs voor deze ene keer mijn milieufanatisme.
Maar zou ik ook een coronashopervaring overleven?

Daar stond ik, in een druilerige winkelstraat op een droevige donderdagavond. Want ja, ik shop lokaal. Ik geloof niet in pakketjes. Hoe werkte dit ook alweer? Ik liep naar een winkel met een kolossale glazen pui. Bij de ingang stond een meneer die vroeg of ik mijn handen wilde desinfecteren, er blijkbaar van uitgaand dat ik de borden niet had gelezen. Hij zag er indrukwekkend uit. Daarom desinfecteerde ik mijn handen op mijn allerbest en liep de winkel in. Acuut kwam er een kriebelhoest opzetten. Gewoon expres, omdat dat natuurlijk niet mocht. Bij de eerste hoest zou die kerel bij de deur mij er onmiddellijk uitgooien.

‘Acuut kwam er een kriebelhoest opzetten’

Ik hield mijn handen stijf langs mijn lichaam. Stel je voor dat ik iets zou aanraken? Maar ja, voor de ultieme shopervaring heb je uiteindelijk ook je handen nodig. Ik keek over mijn schouder. De uitsmijter keek de andere kant op. Gauw voelde ik aan een shirtje. Het voelde alsof ik iets illegaals deed. Maar ik moet altijd even voelen aan shirtjes. Net wat ik dacht. Zo’n ielig synthetisch glibberstofje. Net alsof het niet bedoeld is om echt aan te trekken, alleen om naar te kijken. Brrr. Een blik om mij heen vertelde mij dat de hele winkel vol hing met zulk soort griezelstofjes. ‘Weg hier’, dacht ik met mijn armen weer stijf tegen mij aangeklemd. Maar ja, ik had mijn handen al gedesinfecteerd. Op mijn allerbest nog wel. Dus nu moest ik toch tenminste doen alsóf ik interesse had in een eventuele aankoop. Ik plukte voor de vorm nog aan twee broeken en een jurk, keek of de deurmeneer niet keek en glipte gauw naar buiten.

Pashokje

Na een paar winkels wende het desinfectiegedoe een beetje, en ik waagde mij zelfs in een pashokje. En in nog een. En nog een. Eindelijk was ik doorgedrongen tot de diepste bron van mijn shophaat; de pashokjes. Het gordijn dat nergens goed sluit, de kluwen haar van vele vreemdelingen, die zich op heeft gehoopt in een hoek, de spiegel die je achterste uitvergroot tot abnormale proporties.

De tijd tikte door. Het was bijna sluitingstijd. Gauw kocht ik een broek en twee shirtjes. Om ervan af te zijn. Misschien vind ik ze, als ik van dit trauma ben bekomen, nog wel mooi ook.

Lees ook: Daniëlle begon haar eigen fair trade kledingmerk