Eva Logo
probleemwijk, poelenburg
6 juni 2020 in Lijf & leven

Evelien en Kor brengen Zijn Koninkrijk dichterbij in een ‘probleemwijk’

De treitervlogger, gesloten gordijnen, migranten, criminaliteit. Maar ook gastvrijheid, gedeelde maaltijden, respect en dankbaarheid. Evelien en haar man Kor besloten met hun twee jonge dochters in de beruchte wijk Poelenburg in Zaandam te gaan wonen om Gods liefde uit te delen. Maar hoe begin je daarmee? De trampoline bleek een goed startpunt.

“Ik ben niet echt opgegroeid met liefde voor allochtonen. In de kerkelijke kring waarin ik opgroeide,   is soms zelfs aversie tegen andersdenkenden. Mensen denken dat allochtonen het hier verstieren, de boel overnemen of zelfs de antichrist vormen. Een soort zwaard van Damocles onder een hoofddoek. Ik had zeker geen liefde voor moslims.”

Dat veranderde toen Evelien voor haar werk voor SDOK, een stichting die vervolgde christenen steunt, samen met Kor naar Turkije reisde. “Ik interviewde Susanna Geske uit Duitsland, wier man samen met twee andere christenen gemarteld en wreed vermoord was. Haar drie kinderen waren toen tussen zes en veertien jaar. We gingen met haar mee naar de markt en zagen dat ze iedereen die ze tegenkwam, met of zonder hoofddoek, een enorme hug gaf. Ze was een en al liefde en kreeg die liefde ook terug. Ze is na de moord in Turkije gebleven, ‘want’ zei ze ‘Ik wil hier niet weg, dit is de plek waar ik door God geroepen ben, ik moet hier zijn’.”

‘Zij keek met Gods ogen naar mensen, dat was ik niet gewend’

“Met drie jonge kinderen ging ze door met het werk, ze bleef haar huis openstellen voor iedereen. Zij keek niet naar de hoofddoek, maar naar de mens eronder. Zij keek met Gods ogen naar de mensen en liet Gods hart zien. Dat was ik niet gewend. Ik reageerde meer vanuit angst en kramp, niet uit liefde en vrijheid.

Het was niet zo dat Kor en ik meteen óm waren, maar deze ervaring was wel een heel grote stap, de eerste. We kregen ineens een nieuw perspectief. De tweede stap was: fietsen. Vanuit ons blanke dorp fietsten we naar de wijk Poelenburg in Zaandam. We werden nieuwsgierig: wie wonen er achter die dichte gordijntjes? Je woont er zo dichtbij en je weet niks!”

Aanraking

“De cruciale stap was de dienst van een internationale kerk die we meemaakten. We ervoeren beiden een aanraking van God en wisten heel zeker: we moeten hoop brengen. We wisten theologisch wel dat we met de gekruisigde Jezus de hoop van de volken zijn, maar dat is anders dan wanneer die wetenschap door jou heengaat. We wisten dat we de wissel om moesten zetten.

We hebben dit alles meteen gedeeld met onze gemeente, het was een oudjaarsavond. Mensen vroegen zich af hoe we dit konden bedenken. De keuze voor Poelenburg is niet avontuurlijk en ook absoluut niet sexy. Toch gingen we.

We begonnen met kleine stapjes: we gingen daar onze boodschappen doen. We woonden feestdagen bij, zoals Koningsdag. We volgden alles wat er te doen was. En in dat alles was God heel dichtbij. Onze liefde voor de wijk groeide, maar we voelden ons wel alleen staan. We baden om bevestiging. En out of the blue kwam er een telefoontje van een echtpaar dat naar het buitenland wilde gaan. In de voorbereiding daarvoor moesten ze voor anderhalf jaar naar de andere kant van Nederland verhuizen en ook zij wilden in Poelenburg gaan wonen. Dat onderstreepte zó wat wij nodig hadden.”

Pittig commentaar

De volgende stap is dat het gezin in Poelenburg een huis zoekt. “Jezus heeft ook onder ons gewoond, getabernakeld. We wilden een zijn met de wijk, met de mensen meehuilen en meelachen.” Het leverde niet altijd positieve reacties op. “We kregen soms pittig commentaar. Als je een onverantwoorde moeder wordt genoemd, omdat je je kinderen meeneemt naar zo’n beruchte wijk, voel je je heel kwetsbaar.”

Het gezin met twee meiden van toen zes en acht vonden een ruime woning op een rustige plek in de wijk. “Dat zie ik achteraf wel als de hand van God, dat we een beetje in de luwte kunnen wonen.”

De grootste vraag voor het gezin was: hoe begin je op nul? “Je wilt elkaar leren kennen, maar hoe? Je spreekt een andere taal, hebt andere gewoonten, een andere religie.”

Trampoline

Voor in de tuin zetten Evelien en Kor een grote trampoline neer. “Toen we duidelijk maakten dat kinderen uit de buurt wel even mochten springen, werd het een drukte van jewelste. Wij hebben een voor- en achtertuin, tachtig procent van de mensen in deze buurt heeft geen tuin.”

Het delen van de voortuin was niet altijd een groot succes. “De regenpijp werd gemold, kinderen pisten in onze tuin, buren klaagden. Dus zei ik: je mag springen, maar je moet je inschrijven. In een week tijd had ik vijftig namen! Soms schonken we wat te drinken voor de kinderen in en informeerden naar hoe het ging. Dat praatje vonden ze het allerleukste. De kinderen vroegen of we niet meer konden doen, knutselen bijvoorbeeld. Zo ontstond de meidenclub.”

‘We maken ellende van dichtbij mee, maar zien ook de vreugde van verandering’

Het werken in een wijk waar veel werkloosheid is, gezinnen kleinbehuisd zijn, ouders de Nederlandse taal niet machtig zijn en huiselijk geweld voorkomt, is niet eenvoudig. Daarvan zijn legio voorbeelden. Een van de meiden van de meidenclub had een bijzondere plaats in Eveliens hart. Ze kwam regelmatig bij haar thuis om huiswerk te doen en te kletsen. Op een clubmiddag werd ze gemist. Wat bleek? Het was thuis uit de hand gelopen. Uit angst voor de gevolgen reed de vader het hele gezin in het holst van de nacht naar een ander land. Daar zijn ze allemaal op een vliegtuig gestapt en verdwenen naar hun thuisland.

Evelien: “Verwoesting, geweld, rellen, zelfdoding, abortus. We maakten het van dichtbij mee. Maar ook de vreugde van verandering, van verlichting, het delen van Gods woorden en daar zelf door gezegend worden; het geeft een diepe vreugde en we hebben nooit een seconde spijt gehad om deze weg te gaan.”

Kerst

Kor en Evelien kiezen er in de eerste fase bewust voor om hun activiteiten niet als christelijk te labelen. “Als we er een christelijk vlaggetje aan zouden hangen, zouden we wel kinderen ontmoeten maar niet die kinderen die je wilt bereiken. Als geloof je binnenkomer is, dan sorteer je voor op je anders-zijn.”

Een christenvrouw uit Turkije die ons een bezoek bracht, vroeg ons: ‘wat doe je met de christelijke feestdagen?’ Nog niks, was ons antwoord. Zij zei: ‘je gaat Kerst vieren en je gaat iedereen uitnodigen!’ Biddend stonden we dus bij de kassa, op straat of in het park. Er staat altijd wel iemand open voor een gesprek en dan gaven we een uitnodiging. Tot onze verbazing werkte het: de eerste keer kwamen tussen twintig en veertig mensen in ons huis. Afgelopen Kerst kwamen we voor het zesde jaar samen in een gehuurde zaal, gesubsidieerd door de gemeente. Iedereen mag binnenlopen. Er waren vijfenzeventig volwassenen en kinderen.”

Honger

Verder organiseert het gezin maandelijks een ‘zinnige maaltijd’. “We eten samen en geven verdieping aan de hand van thema’s. Er komen moslims, katholieken, atheïsten, ex-moslims, christenen. We praten en bidden met mensen, zijn heel open: Ja, we zijn christenen, we zijn van Jezus maar we doen geen appèl op mensen en dat zeggen we ook. Mensen die aangeven honger te hebben naar meer, nemen we mee in een apart traject.”

Leesbare brief

“We zeggen niet dat dit dé manier is, maar doordat je een leesbare brief van Christus bent, breng je het Koninkrijk dichterbij mensen.” Als tip noemt Evelien: “Ken je wijk, beweeg mee, wandel met mensen als Jezus en zit met hen als Jezus deed met Nicodemus. We delen zoveel met de mensen om ons heen: ze zijn heel respectvol naar God en mensen, ze geloven in een alwetende en almachtige schepper, hebben respect voor het leven en je lichaam, ze eren hun ouders en familie staat centraal in het leven. Natuurlijk is er ook een wereld van verschil maar het is boeiend om te ontdekken hoeveel je samen deelt.”

Tekst: Anneke Houtman

Lees ook: Geraldine deelt op hardstylefestivals Gods liefde