Eva Logo
8 augustus 2020 in Lijf & leven

Els draagt nog elke dag klederdracht

Haar haar getoupeerd en in een rol opgestoken, een gebloemd bovenlijf met een geruite doek, op haar hoofd een gehaakt mutsje: Els van Diermen is een opvallende verschijning in haar klederdracht. De Spakenburgse vertelt over haar leven in klederdracht, haar passie voor mode en wat haar kleding met haar én anderen doet.
Baby in klederdracht Spakenburg

“Ik ben met klederdracht opgegroeid en ermee ‘vergroeid’”, vertelt Els (78). “Het is mijn dagelijkse kleding, ik ga er overal in naartoe. Ik denk niet zo na over het doel, ik draag het, omdat ik me er goed in voel. Ja, ik val op, maar ik vind die rol prima. Laatst gingen we naar een kooruitvoering van mijn dochter in Arnhem. We konden de auto niet kwijt, dus gingen we op de fiets. Iedereen draaide zich om toen ik langsfietste: wat komt hier voorbij? Ik kon er zelf wel om lachen. Klederdracht zie je niet vaak in de stad. Dat is toch leuk.”

Els, geboren en getogen in Spakenburg, draagt haar hele leven klederdracht. Als baby droeg ze al speciale pakken, en ook als peuter werd ze in het traditionele kostuum gestoken. “Op de lagere school droeg iedereen klederdracht, ook mijn vriendinnetjes. Een paar meisjes droegen het niet; dat waren dan dochters van een dokter of dominee die in het dorp zijn komen werken.

Ik ben tijdens de oorlog geboren; in die tijd droegen jongens al minder klederdracht, omdat ze eerder buiten het dorp kwamen. Mijn man heeft wel een kostuum. Die draagt hij op bijzondere dagen zoals de Visserijdag. Van mijn vriendinnen draagt niemand het meer. In Bunschoten-Spakenburg zijn er nog zo’n honderdtwintig vrouwen die klederdracht dragen. Je ziet het steeds minder, ook omdat mensen die ouder worden moeite krijgen met aankleden.”

Klederdracht van Spakenburg

De Spakenburgse klederdracht bestaat uit een lange zwarte rok en een dun zwart hesje, met daaroverheen een gebloemde kraplap – een rechthoekige, stijf gesteven stof die over schouders, borst en rug wordt gedragen. In het midden is een rode, geruite doek vastgespeld. Op je hoofd draag je een ongermuts, een gehaakt mutsje. “Ik vind het heel elegant en mooi. Het is met de tijd mee gegaan – ook klederdracht is aan mode onderhevig. De kraplap is bijvoorbeeld iets langer en smaller geworden.

Het model is altijd hetzelfde, maar je kunt wel variëren met stoffen en bloemen voor de kraplap en de doek. Bij bepaalde kleurencombinaties denk ik: oh, wat is dat mooi! De gebloemde stoffen heten sitsen, en komen uit de tijd van de VOC. Toen de vissers nog op zee waren, schuilden ze weleens in de Amsterdamse haven – zo is die stof in Spakenburg gekomen. Er zijn allerlei patronen met bloemen, soms een vogeltje. Voor de ongermuts bestaan ook veel haakpatronen. Vroeger bedachten mensen die zelf, die wisselde je dan onderling uit.”

‘Klederdracht heeft een bepaald imago, maar ik voel me er altijd zeker in’

Els heeft weleens getwijfeld om ermee door te gaan. “Toen ik zeventien, achttien jaar was, ging ik een modeopleiding volgen in Utrecht. De mode uit m’n opleiding vond ik heel mooi, en dan is het jammer dat je het niet voor jezelf kunt maken. In die tijd zijn veel vriendinnen uit klederdracht gegaan. Als mensen buiten het dorp gingen werken of studeren, vonden ze het niet meer prettig. Je valt op, het krijgt een bepaald imago. Maar ik voel me er altijd zeker in. Toen ik ermee wilde stoppen, vond m’n omgeving dat ik beter klederdracht kon blijven dragen. ‘Maak er geen probleem van,’ zeiden ze. In het begin was dat moeilijk, maar later vond ik dat niet meer erg.”

Els in t handwerkhuis klederdracht

t Handwerkhuis

Els vindt haar bestemming in de mode: in 1974 opent ze de winkel ’t Handwerkhuis in Bunschoten-Spakenburg, waar ze stoffen en handwerkmaterialen verkoopt én lesgeeft. “Ik gaf altijd lessen, en opleidingen tot coupeuse en modinette. Hier in het dorp kon je die stoffen en materialen niet makkelijk kopen, dus ik vond het leuk om een eigen winkel te beginnen. Ik hield van handwerken en het werken met prachtige stoffen.

Vroeger naaiden vrouwen zelf jurkjes, omdat dat goedkoper was. Tegenwoordig is iets zelf maken arbeidsintensief, omdat vrouwen vaak werken; en het is niet meer goedkoper. De mode-industrie is massaal en niet duurzaam. Dat is iets wat we niet moeten willen. De klederdrachtstoffen worden nog wel veel gebruikt, mensen gaan steeds meer terug naar natuurlijke materialen. Het draagt heel prettig.”

Anderen inspireren

“Ik krijg veel positieve reacties op mijn klederdracht. Mensen vinden het mooi, leuk en bijzonder. Vaak denken ze dat ik het voor de winkel doe – maar nee, ik doe het omdat ik het zelf wil. Omdat dat mijn leven is. Een half jaar geleden ging ik naar een oogkliniek in Amsterdam. In de wachtkamer raakte ik in gesprek met een Italiaanse vrouw. Ze vond het geweldig dat ik klederdracht droeg.”

‘Na een tijdje zien mensen de persoon achter de klederdracht’

“In het begin van mijn opleiding in Utrecht kreeg ik wel een paar opmerkingen, maar na een paar keer is iedereen het gewend. Dan zie je niet meer de klederdracht, maar de persoon erachter. Ik voel me overal thuis, ik ervaar wel dat ik daarin anderen inspireer. Ik krijg altijd complimenten, ook van klanten. Dat is heel fijn. Je kunt nooit alles goed doen. Ik sta nog steeds iedere dag met plezier in de winkel.”

Er zijn een paar momenten dat Els iets anders aantrekt: als ze met vakantie gaat. “Dat zijn ongeveer twee weken in het jaar. Aan de zee is het niet handig, je kunt er niet in liggen zonnen. Ik heb er normaal geen problemen mee, ook niet als de temperaturen hoog zijn, maar met vakantie is het niet prettig. Zo gauw ik daarna weer in het dorp ben, doe ik weer klederdracht aan.”

Behoud

“Steeds minder mensen dragen klederdracht, daar is niets aan te doen. Zo gaat het gewoon. Over een paar jaar is het weg. Met de Stichting tot behoud van historische klederdracht in Spakenburg proberen we de traditionele kleding levend te houden. Niet om het te dragen, maar om er kennis van te nemen en eventueel zelf een kostuum te hebben. Daarin proberen we jongeren te bereiken. Met de Visserijdag dragen veel jongeren ook nog klederdracht.”

Lees ook: ‘Ik begon mijn eigen fair trade kledingmerk’

Fotocredits: Jeffrey van den Dikkenberg.