Eva Logo
ruziënde kinderen op vakantie
17 augustus 2020 in Liefde & relatie

Hoe mijn ruziënde kinderen broederschap vonden op de camping

Welke film ze gaan bekijken op Netflix, het verdelen van de Lego en wie er als eerst de auto in mag stappen: voor Hanneke’s kinderen zijn dit allemaal prima aanleidingen om een ruzie te beginnen. Maar tijdens hun vakantie op de camping veranderde de strijd tussen de kinderen ineens in een gezamenlijk doel.

In mijn familie gaat een nogal hardnekkig verhaal rond, waarvan niemand meer weet of het een mythe is of het daadwerkelijk zo gebeurd is. Dat doet er ook niet toe, het is zo kenmerkend dat het best zo had kunnen gaan:

Ik heb zes broers en onderling werd door hen nogal wat geruzied. Twee van mijn zes broers waren het ooit tijdens de afwas dusdanig met elkaar oneens dat een van de twee het eerste het beste dat er voor handen was - in dit geval het bord dat hij op dat moment afdroogde - stuksloeg op het hoofd van zijn ongewapende broer. Voor zover bekend liep hierbij alleen het bord blijvende schade op.

Inmiddels zijn mijn broers tot de jaren des onderscheids gekomen, en wordt het overgebleven servies gewoon voor de gebruikelijke doeleinden gebruikt.

Ruziemakende kinderen

Met dit temperament kloppend door hun aderen is het begrijpelijk dat ook mijn nakroost niet gespeend is van enige oorlogszucht. Je kunt gerust stellen dat ruzie maken hun favoriete tijdverdrijf is. Werd de strijd eerst nog gevoerd tussen zoon een en twee, inmiddels heeft dochterlief ook de twijfelachtige eer te zijn geaccepteerd als volwaardige vijand om tegen ten strijde te trekken, dan wel als bondgenoot op te treden. Net hoe het uitkomt.

Redenen voor ruzie

Dankzij de creativiteit die kinderen eigen is, is er altijd wel een geschikt onderwerp voorhanden om de strijd over aan te gaan. Een willekeurige greep uit de meest recente opties, voor wie inspiratie zoekt: de verdeling van de aanwezige Lego, het te bekijken filmpje op Netflix, het zand in de zandbak en waar dat voor te gebruiken, de toegang tot elkaars kamer, de keuze van een luisterboek in de auto, de ruimte op de bank, wie er het eerst mag tandenpoetsen/naar de wc mag gaan/in de auto mag stappen, de vraag als je zegt ‘gewonnen!’ of er überhaupt een wedstrijd was, en of die dan wel gewonnen kan worden, en niet te vergeten de aaneenschakeling van drama’s vanwege gesneuvelde bouwwerken, met name als broer of zus ervan verdacht wordt dit op zijn/haar geweten te hebben.

Wanneer de kinderen ‘s avonds in bed liggen en de rust is weergekeerd in huis, fantaseer ik erover om te solliciteren bij de VN. Ik heb er alle vertrouwen in dat ik onmiddellijk word aangenomen als vredesonderhandelaar vanwege mijn ruime ervaring op dit gebied.

‘Zijn zusje grijnsde voldaan, en ik grijnsde met haar mee’

Gelukkig zijn er ook vreedzame lichtpuntjes. Op de camping waar wij onze erbarmelijke vouwwagen, bijgenaamd Villa Ducttape, hadden geparkeerd, stonden tot vreugde van mijn nakomelingen skelters in diverse soorten en maten voor algemeen gebruik. Op zichzelf een prima bron van ruzie (want je wilt natuurlijk allebei wel op de snelste skelter, bij voorkeur tegelijk), maar bij nader inzien ook een bron van opbeurende mogelijkheden tot samenwerking.

Zo reed zoon één, terwijl ik nietsvermoedend voor de tent zat te bruinen, driftig trappend op een skelter rond, ‘Het is een soort gewichtheffen mama, maar dan voor je benen', met achterop niemand minder dan zijn bloedeigen diep voldaan grijnzende zusje. Ik grijnsde met haar mee. Mijn hart maakte een huppeltje. 

In het kader van ‘samenwerken schept een band’, koppelden zoon een en twee blijmoedig een kar achter een van de skelters, en gingen de hele camping over om bij iedere tent te vragen of er nog afval was dat ze konden wegbrengen. Met een kar vol troep reed de gewichtheffende zoon dan naar de camping-milieustraat, met zijn broertje er achteraan hollend als bescherming tegen vallend afval.

‘Mijn boek en ik vonden het wel prima’

Geen onvertogen woord. Niet: ‘Ik moet ook altijd trappen', of ‘Jij rijdt veel te hard'. Samen werkten ze vol overgave, met zwetende lijven en bloedserieuze gezichten aan hun business.

Het leek wel midzomer-Sint Maarten. Voor hun bewezen diensten kregen ze hier een snoepje, daar een ijsje en weer ergens anders zelfs ieder een euro. Ze noemden het de ‘A.O.’; Afval Ophaalservice. En mijn boek en ik, wij vonden het wel prima. Zolang het kroost netjes handen waste voor het eten en bij de campinggasten niet vroeg om snoep, etc, maar wel dank je wel zei voor wat ze kregen. En dat deden ze. Meestal. En soms ruzieden ze toch. Maar wel minder.

‘De vijand van je vijand is je vriend’

En nu zijn we weer thuis. Vouwwagen in de stalling, slaapzakken in de kast. Geen skelter meer. Geen A.O. Weg gezamenlijk doel. Gelukkig hebben ze mij nog. De vijand van je vijand is ten slotte je vriend. Dus spannen ze enthousiast samen tegen mij. Ze smoezen giechelend over een val die ze voor mij gaan maken en verdedigen elkaar te vuur en te zwaard wanneer ik hen op het een of ander aanspreek. Niets zo goed tegen onderling geruzie als een gezamenlijke aanval.

Ik verdraag het blijmoedig. De vrede dien ik met liefde. Al kijk ik de komende tijd wel extra uit. Voor eventuele vallen en kinderen in hinderlaag. Je weet het maar nooit.

Lees ook: Op vakantie met kinderen (maar zonder man)