Eva Logo
7 augustus 2020 in Geloof

Leef bij de gratie van je roeping!

Neem je roeping serieus! Dat betekent niet dat je moet doen waar je goed in bent, maar dat je samenwerkt om uit liefde het goede te doen. Christus zelf geeft je daarvoor alles wat je nodig hebt.

Christus als fundament (Efeziërs 4 vers 1-16) 

4 1 Ik, die gevangenzit omwille van de ​Heer, vraag u dan ook dringend de weg te gaan die past bij de roeping die u hebt ontvangen: 2 wees steeds bescheiden, zachtmoedig en geduldig, en verdraag elkaar uit ​liefde. 3 Span u in om door de samenbindende kracht van de ​vrede​ de eenheid te bewaren die de Geest u geeft: 4 één lichaam en één geest, zoals u één hoop hebt op grond van uw roeping, 5 één ​Heer, één geloof, één doop, 6 één God en Vader van allen, die boven allen, door allen en in allen is. 7 Aan ieder van ons is ​genade​ geschonken naar de maat waarmee ​Christus​ geeft. 8 Daarom staat er: ‘Toen Hij opsteeg naar omhoog, voerde Hij gevangenen mee en schonk Hij gaven aan de mensen.’ 9 ‘Hij steeg op’ – wat betekent dat anders dan dat Hij ook is afgedaald naar wat lager ligt, naar de aarde? 10 Hij die is afgedaald is dezelfde als Hij die opsteeg, tot boven de hemelsferen, om alles met zijn aanwezigheid te vullen. 11 En Hij is het die ​apostelen​ heeft aangesteld, en profeten, evangelieverkondigers, ​herders​ en leraren, 12 om de ​heiligen​ toe te rusten voor het werk in zijn dienst. Zo wordt het lichaam van ​Christus​ opgebouwd, 13 totdat wij allen samen door ons geloof en door onze kennis van de ​Zoon van God​ een eenheid vormen, de eenheid van de volmaakte mens, van de tot volle wasdom gekomen volheid van ​Christus. 14 Dan zijn we geen onmondige ​kinderen​ meer die stuurloos ronddobberen en met elke wind meewaaien, met wat er maar verkondigd wordt door mensen die tot alles in staat zijn wanneer ze anderen listig en doortrapt op een dwaalspoor willen brengen. 15 Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar Hem die het hoofd is: ​Christus. 16 Vanuit dat hoofd krijgt het lichaam samenhang, en wordt het ondersteund en bijeengehouden door alle gewrichtsbanden. Ieder deel draagt naar vermogen bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door de ​liefde.

 

TEKST:

Marrit Bassa

Theoloog en predikant. Werkt in de Streekgemeente Klarenbeek-Voorst-Wilp en is lid van de synode van de Protestantse Kerk. Ze werkt mee aan de podcast ‘Eerst dit’. Ze is getrouwd met Maarten en moeder van een peuterzoon.

Stel je eens voor dat Paulus nu zou leven. Wat zou hij dan van ons vinden? Ik heb geen idee, maar ik denk niet dat hij blij zou worden van al die ontelbaar verschillende geloofsgemeenschappen die het christendom op aarde rijk is. Paulus streefde naar eenheid. En alles wat wij ervan maakten, is een enorme landkaart met allerlei verschillende kerken, samenkomsten en groeigroepen die elkaar soms nauwelijks meer begrijpen vanwege die verschillen.

Toch schrijf ik met opzet dat de aarde al deze geloofsgemeenschappen ‘rijk’ is. Het past bij de mens om zoveel wegen te gaan. Misschien had Paulus al wel zo’n voorgevoel. Daarom zijn zijn woorden ook zo kostbaar. Juist vandaag. Hij herinnert ons aan de instructies, de beginregels die hij bij elke nieuwe gemeenschap bracht. Hij noemt drie beginregels. Ten eerste wijst hij op de betekenis van je roeping als christen. Ten tweede op de genade die je ontvangt om onderdeel te zijn van de gemeenschap. En ten derde op de eenheid die je moet bewaren.

Denken in taken

Het klinkt eigenlijk niet eens zo moeilijk. En misschien is dat nou net de reden waarom wie hier toch zo vaak moeite mee hebben. Als je die instructies van Paulus nog eens leest, ben je snel geneigd om te gaan denken in taken. We vinden het bijvoorbeeld onze roeping om onze taak te vervullen. Ook die toevoeging: ‘naar de maat waarmee Christus geeft’ heeft daar vaak toe geleid. We zeggen dan tegen elkaar dat iedereen een bepaalde taak heeft, die past bij zijn of haar vermogens. Het zit blijkbaar in ons om meteen praktisch te gaan denken en vooral ook om voor elkáár te gaan denken. Binnen een geloofsgemeenschap krijgt iedereen allerlei taken omdat die zo goed bij hem of haar zouden passen. Zeker vrouwen zijn er goed in om mensen zo in te delen.

Mijn oproep is om hiervoor te waken. En om nogmaals die woorden van Paulus te lezen. Hij heeft het over de roeping die we ontvangen hebben en koppelt het woord ‘hoop’ hieraan. Het is de hoop op het opstandingsleven waar hij het over heeft. Die hoop hebben, dat is onze roeping. Die hoop geeft een gerichtheid en een bepaalde lichtheid aan ons leven. Die hoop kan ons ook helpen om de eenheid te bewaren. Met Pinksteren kregen wij allemaal de Geest in ons om ons voortdurend aan deze hoop te herinneren.

Niemand is hoger of lager

Diezelfde gerichtheid zie je terug in de woorden over de genade. Ieder van ons heeft de genade ontvangen. Naar de maat van Christus zelf. Die maat is vol, overvol zelfs. Wij krijgen elk de volle genade. Niet de een meer dan de ander. Nee, we ontvangen de genade naar Christus’ maatstaf. En die genade is genoeg om van te kunnen leven. Daar klinkt bemoediging uit en niet zo’n beetje ook.

De genade die we krijgen om deel te zijn van de gemeenschap, wordt door ons allemaal anders ingevuld. Paulus geeft een aantal voorbeelden van taken, of misschien beter: rollen, die opbouwend moeten zijn in die gemeenschap. De mensen die deze functies vervullen, moeten ook hoop hebben. Hoop op de genade van Christus, hoop op de eenheid die we samen kunnen waarmaken. Hun handelen is bedoeld om de hele gemeenschap te ondersteunen. En daarbij maakt Paulus geen enkel onderscheid. Er is niemand hoger of lager dan een ander. Nee, alle functies zijn dienstbaar aan elkaar en aan die gemeenschap. Een gemeenschap die op die manier leeft en werkt, kan een eenheid vormen in het lichaam van Christus.

Gracieus

Ons geloof heeft de hoop als bron. Het is onze roeping om te hopen. Dat kun je handen en voeten geven door elkaar te verdragen. Door geduldig te zijn met elkaar. Door samen te werken en je onderdeel te voelen van een grotere eenheid.Juist als we ons in verschillende gemeenschappen bevinden, mogen we ons verbonden voelen door en in Christus.En op het moment dat je dat moeilijk vindt, mag je herinnerd worden aan de genade van Christus. Dat is een gave, een zegen. Het Engelse woord grace schiet mij dan vaak te binnen. Het heeft iets gracieus, vol gratie. Je kunt met gratie roeping geven aan je geloof. In plaats van een takenpakket geeft het je lichtheid mee. Hoop en bemoediging om te leven. Om zo in liefde het goede te doen voor elkaar.

Vragen om over na te denken:

  • Is er voor jou een verschil tussen je roeping en de taak die je hebt in het leven?
  • Op wat voor manier richt de geloofsgemeenschap waar jij deel van uitmaakt zich op eenheid?
  • Lukt het jou om met genade, met gratie, lichter te leven?
  • Sommige gemeenten werken ‘gavengericht’. Hoe ervaar jij dat?
  • Hoe draag je bij aan een geloofsgemeenschap waarin eenheid vooropstaat?
  • Wanneer ervaar je zelf het meest de hoop (van het geloof) in je leven?
  • Heb jij één van de rollen die Paulus noemt in zijn opsomming? Hoe vul jij die in?
  • Wat doe je als je merkt dat iemand in jouw geloofsgemeenschap zorgt voor verdeeldheid in plaats van voor eenheid?

Gebed

God, U die Uw zoon Jezus het opstandingsleven gaf, geef ons ook de hoop op dat leven. Geef ons een horizon om naar uit te kijken. En geef dat we, hoe verschillend we ook zijn, samen vanuit diezelfde hoop op weg zijn. Wees bij ons in tijden waarin het moeilijk is om verdraagzaam te zijn. Om geduld te hebben met elkaar. Door de pijn en het verdriet dat we soms elkaar aan kunnen doen. Geef ons dan bovenal Uw liefde om vanuit die liefde naar elkaar om te zien. En geef ons de moed, de durf om vol gratie te leven. Om elkaar met lichtheid te ontmoeten en samen in gesprek te gaan. Geef Uw genade, Uw zegen aan onze geloofsgemeenschap. Zodat ook die een onderdeel kan zijn Uw Levend Lichaam. Amen.

Kijktip: Het programma Nederland Zingt Dichtbij, elke zondagochtend op tv, bevat wekelijks muziek, persoonlijke geloofsverhalen en een Bijbelse overdenking. Presentator Jurjen ten Brinke ontmoet elke aflevering een gast met wie hij een dag optrekt.

Lees ook: Debora: wat kunnen we van haar leren?