Eva Logo
4 september 2020 in Geloof

Column: De kerk in zijn blootje

Nu veel kerken door de coronamaatregelen gestript worden van hun vanzelfsprekendheid, komen we erachter wat er werkelijk overblijft. Wat zit er onder de feestelijke opsmuk, en hoe kijkt God eigenlijk naar die kerk in zijn blootje? Een column van Gerrianne over witte billen, een oude filosoof en een daverende Bruiloft.

Er zijn veel momenten waarop ik mijn twee peuters lief vind. Actief voelbaar lief bedoel ik. Maar met stip op één staat toch wel het moment voor ze in bad gaan en uitgekleed nog even spelen. Die kleine blote lijfjes, puur natuur met witte billen en glinsterende ogen die uitdagen tot een potje tikkertje. Ja, in hun nakie zijn ze me geloof ik wel het liefst.

‘De kerk lijkt wel wat, maar valt nogal tegen wanneer je van dichterbij kijkt’

De gelovige filosoof Søren Kierkegaard zei ooit: De kerk als instituut is niet meer dan één grote zinsbegoocheling. Met andere woorden: Het lijkt wel wat, maar valt nogal tegen wanneer je van dichterbij kijkt. Ik moest hieraan denken in de afgelopen periode, waarin we als gemeente zochten naar een manier om kerk-zijn vorm te geven nu alles anders is. En aan het feit dat ik me niet altijd in zijn woorden heb kunnen vinden. Want oeh, wat was die bruid van Christus een plaatje. Die jurk! Natuurlijk zat er wel hier en daar een naadje los, maar over het algemeen zag het er gelikt uit. Goede muziek, vlotte spreker, en leuke contacten. Ging er iets mis, dan repareerden we dat weer. Vloog er iemand uit de bocht, dan werd hij bedekt met de mantel der liefde of de laan uitgestuurd in de naam van alles wat rechtschapen was. Mooi bruidje.

Afgeschminkt

En tóen mochten we niet meer samen komen.
Hoewel we bijna tweehonderd jaar verder zijn, en Søren inmiddels allang aan ‘t hemelen is, blijken zijn woorden dichter bij de waarheid dan ik had gehoopt. Mijn zinnen zijn begoocheld. De spreekwoordelijke feestjurk van de bruid ging uit. De make-up werd grondig afgeschminkt. De muziek stopte. Geen prikkelende diensten meer. Geen ontmoeting bij de koffie. Geen vanzelfsprekend contact, waardoor ik me altijd zo lekker verbonden voelde.

‘Wat een kunst om kerk te zijn als het me niet meer wordt aangereikt op een presenteerblaadje’

Daar staat ze dan, de bruid van Christus. In haar blootje. En ik schrik ervan hoeveel ze van haar grootsheid ingeleverd heeft. Wantwat is het een kunst om kerk te zijn als het me niet meer wordt aangereikt op een presenteerblaadje. Wat vraagt het een toewijding om lief te hebben, wanneer we elkaar niet automatisch tegenkomen. De kerk in z’n nakie lijkt niet zo indrukwekkend als ik dacht. En ik kan me niet onttrekken aan de gedachte dat dit voor God, hoewel geen verrassing, toch ook wel teleurstellend moet zijn. Is dit het dan? Moet dít dan die bruid zijn waar alles om te doen was?

Feest

Maar ach. Wie zal iets zeggen over Liefde die zoveel groter is dan alle aardse liefdes. Waar zelfs de vertedering voor mijn kinderen niet aan tippen kan. Misschien, heel misschien, is dit wel precies waar we zijn moeten. De jurk bij de stomerij. En de kerk in z’n blootje, gezien zoals ze is. Gezien door de grote Geliefde. Wat een glorie van het kleed dat al betaald is door de Bruidegom, de aller-allermooiste jurk. Glorie om het daverende Feest dat komt.

Het komt allemaal wel goed.

Lees ook: kerk-zijn tijdens corona, Jan en Lilian Wolsheimer richtten een wijkgemeente op