Eva Logo
Hanneke column corrigeert verkeer
29 oktober 2020 in Lijf & leven

Column: corrigeren in het verkeer

Als goed ingeburgerde Randstedeling, laat Hanneke op de fiets verbaal van zich horen als medeweggebruikers fouten maken. Zeker als haar kinderen in gevaar komen, dat maakt de leeuwin in haar los.

Mijn leven tot nu toe laat zich uittekenen als een rondje IJsselmeer tegen de klok in. Opgegroeid in de gemeente Rotterdam, waar ik ook naar school ging. Gestudeerd in Kampen, kinderen gekregen en mijn eerste serieuze baan in Franeker en ten slotte verhuisd naar de Zaanstreek waar ik nu woon en werk.

Van Randstad naar Randstad.

Inmiddels heb ik dankzij het vergelijkingsmateriaal van Kampen en Franeker een aardige indruk van wat typisch is voor de cultuur van de Randstad. Een van die dingen, het zal de meesten bekend zijn, is directheid. Je zegt wat je denkt. Geen omwegen, maar recht op je doel af. Niet lullen maar poetsen. Dat is al een Nederlandse eigenschap op zich (vraag het de rest van de wereld maar), maar in het westen van het land zijn ze hier werkelijk waar specialist in.

Directheid in het verkeer

De meest opvallende uiting van deze directheid vindt plaats in het verkeer. Misschien heeft het ermee te maken dat er in de Randstad meer verkeer is en er dus meer mis kan gaan. Misschien zijn de inwoners minder verdraagzaam omdat ze wat meer hutjemutje op elkaar wonen. Ik weet het niet, maar: weggebruikers in de Randstad corrigeren elkaar. Zonder omhaal, zonder gêne.

Randstedelijke fietsers zijn kampioen onderlinge correctie

Hier vínd je dus niet alleen wat van het rijgedrag van een ander, hier zég je er ook gewoon wat van.

Met name fietsers. Randstedelijke fietsers zijn echt kampioen onderlinge correctie. En laat ik nou precies zo’n Randstedelijke fietser zijn… Ik ben aardig ingeburgerd, al zeg ik het zelf.

Als ik mijns inziens onterecht geen voorrang krijg roep ik: ‘Ik kwam van rechts hè!’, ‘Haaientanden!’ of ‘Uitritconstructie!’ En daarbij wijs naar de grond of een voorrangsbord in mijn voordeel. Ik wijs anderen op de kleur van het stoplicht en de functie van het fietspad of de stoep. Net waar ik mij op bevind en wat mij uitkomt.

Niet dat ik voortdurend mensen verbaal op de vingers tik, maar soms wordt het mij gewoon te gortig. Het helpt daarbij niet dat mijn dagelijkse kinder-ophaal tochtje langs de Zaanse Schans gaat, waar je vrij letterlijk struikelt over van selfiesticks voorziene toeristen die het concept fietspad natuurlijk helemaal niet kennen. Ook de ernaast gelegen middelbare school met dito scholieren draagt niet bij aan de verkeersveiligheid voor fietsen. De prefrontale cortex van tieners is nu eenmaal nog niet helemaal uitontwikkeld.

‘Geen verkeerszondaar kan dan nog op mijn genade rekenen’

Wanneer ik daar dan fiets met mijn kinderen ontstaat er wel eens een gevaarlijke situatie en op dat moment wordt de leeuwin, of berin of welk beest met jongen dan ook, in mij wakker. Geen verkeerszondaar kan dan nog op mijn genade rekenen.

Het begin van het schooljaar is het ergst. De brugklassers moeten nog wennen aan het fietsen en aan het kolossale krat voorop hun rijwiel. Ieder jaar hetzelfde liedje. Na een paar weken gaat het iets beter, maar het begin is ieder jaar weer moeizaam.

Hormonen op wielen

Ook dit jaar weer, zodra de middelbare school weer startte. Halverwege onze rit terug naar school, met een vaartje van de brug naar beneden, strandden we hopeloos in een troep hormonen op wielen. Twee aan twee was verdubbeld tot vier fietsen naast elkaar, zo nu en dan ingehaald door een ongeduldige scooter. Wij als tegenliggers kwamen daar midden op het fietspad tot stilstand en konden geen kant meer op.

Ik hield het niet meer. Als niemand het ze vertelde, zouden ze het nooit leren. Bovendien was ik razend zoals moeders razend zijn als hun kinderen iets wordt aangedaan. Ik plantte mijn voeten dus stevig op de weg en begon de langs kruipende rups van fietsen op niet mis te verstane wijze toe te spreken. Iets over rekening houden met anderen, het bestaan van tegenliggers, verantwoordelijkheid nemen tegenover kleine kinderen en dat ze nodig moeten leren fietsen.

‘Ik wilde vooral dat mijn kinderen zouden zien dat ik voor ze vecht’

Het hielp natuurlijk niet echt, maar misschien was dat ook niet mijn doel. Eigenlijk wilde ik vooral dat mijn kinderen zouden zien dat ik voor ze vecht. Dat ik het niet laat gebeuren dat ze onder de voet gelopen, of gereden, worden.

Vandaar ook dat ik de toeriste (herkenbaar aan huurfiets en helm) die de tingelende bel van mijn zoon negerend laatst toch vlak hem langs overstak in het voorbijgaan toeschreeuwde: ‘Je kúnt natuurlijk ook uitkijken!’

Vond ik best dapper van mezelf.

Terwijl ik doorfietste om mijn geschrokken zoon te troosten hoorde ik nog net een flard van haar reactie. Het klonk Duits. Toch verdenk ik haar ervan dat ze me heus wel had verstaan. Moederwoede is internationaal. Ik had weer gevochten voor mijn kinderen.

Sorry

Nu moet ik alleen nog even bedenken hoe ik mijn kinderen leer zelf netjes te reageren wanneer zij op hun beurt gecorrigeerd worden in het verkeer. Ook zij zijn ten slotte in zonde ontvangen en geboren. Ik heb wel een idee. Dat doe ik al als ik al fietsend zelf gecorrigeerd word. Met enige regelmaat dus. Ik zeg dan, oprecht en welgemeend: ‘Sorry!’ en glimlach schuldbewust. Dat klaart de lucht werkelijk enorm.

Nu ik erover nadenk is dat misschien ook wel wat die Duitse toeriste zei. Al klonk het eigenlijk meer als
‘Ok, tschüss!’ 
Ok, doei.
Nou ja, ook prima.
Auf Wiedersehen.

Lees ook: Column Carianne Ros: oordeel niet