Eva Logo
opgesloten in garage
29 oktober 2020 in Opvoeding en gezin

Mijn zusje werd opgesloten in een pikdonkere garage – en ik deed niks

Een gebeurtenis uit het verleden houdt Joanne Zwart uit haar slaap en laat haar stilstaan bij het heden. Ze vraagt zich af of ze zich nu wel durft uit te spreken tegen onrecht dat zich voor haar ogen afspeelt.

Optimistisch waren we op de fiets gestapt – mijn kleine zusje en ik - zonder jas. Het beloofde een zonnige lentedag te worden. Ik zal een jaar of vijftien geweest zijn, mijn zusje was kleuter. Ze had ervoor kunnen kiezen om met onze moeder mee te gaan naar de vakantie-kinderclub van onze kerk, maar ze ging liever met mij mee oppassen op de kleine kinderen van de vrijwilligers. Samen met een paar andere tieners, bij een van de kerk-moeders thuis.

Halverwege de ochtend was het tijd om met de kinderen naar buiten te gaan. De hal vulde zich met kinderen die allemaal een jasje aankregen. Mijn zusje had geen jasje, maar dat leek me geen bezwaar. De zon was weliswaar niet zo uitbundig gaan schijnen, maar we waren ook gekomen zonder jas.

Het jasje was een no-go

De oppasmoeder dacht daar anders over. Mijn zusje moest en zou een jas aan, anders zou ze verkouden worden. De moeder had er nog wel één liggen. Maar mijn zusje weigerde, tot wanhoop van de oppasmoeder die ongeduldig werd met al die popelende peuters in de hal. Mijn zusje was hypergevoelig voor de synthetische voeringstof die het jasje had.

‘Ze kan wel zonder jas, écht!’ opperde ik nog, ‘die voeringstof, daar kan ze niet tegen!’ Ik had ook al een goed alternatief in gedachte: desnoods kon ik thuisblijven samen met mijn zusje, terwijl de rest naar de speeltuin ging. Want dat jasje aan was een no-go, ik kende mijn zusje.

Maar nog voor ik mijn alternatief kon voorstellen, zei de moeder: ‘Anders moet je maar in de garage blijven.’ Ik keek de moeder vragend aan. Meende ze dit werkelijk?

Lees verder bij onze collega's van Lazarus.

Tekst: Joanne Zwart