Eva Logo
Anne Lorein emigreerde om vrouwelijke predikant te worden
30 maart 2021 in Hoofd & hart

Anne Lorein over haar worstelingen om als vrouw predikant te worden

De Vlaamse Anne Lorein (29) liet haar familie en vrienden achter en emigreerde naar Nederland om haar roeping te volgen. Ze vertelt over haar worstelingen om als vrouw predikant te worden en hoe God zorgt, ook als Hij je vraagt offers te brengen.

Al vroeg ontdekt Anne Lorein, geboren en getogen in Leuven, dat ze mensen wil helpen. Ze kiest ervoor om psychologie te gaan studeren, maar dat loopt anders dan gedacht: na een half jaar moet ze op aanraden van de huisarts stoppen met haar opleiding. Ze is namelijk nog steeds niet genezen van Pfeiffer, waar ze op de middelbare school al lange tijd door thuis kwam te zitten. Ook blijkt de studie niet bij haar te passen. “Ik liep aan tegen de vraag: hoe plaats ik God in wat ik leer? Ik heb de hoop dat er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde komt, maar dat kon ik niet verwerken in gesprekken als psycholoog.”

Ze besluit het volgende academiejaar te starten met theologie aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven. Dat bevalt goed, vooral omdat het zo’n brede studie is. Annes idee is om jeugdwerker te worden. Ze heeft een kerkelijke achtergrond waar je als vrouw geen predikant kan zijn, en zelf vindt ze dat ook. “Ik had nog nooit een vrouwelijke predikant gehoord.”

Worsteling

Langzaam verschuift die overtuiging. “Op een gegeven moment voelde ik dat ik bepaalde gaven en talenten had om predikant te zijn, en het leek me mooi om te doen. In mijn derde bachelorjaar heb ik stagegelopen bij een vrouwelijke predikant. Toen kwam ik erachter dat het niet heel problematisch is om als vrouw predikant te zijn.”

‘Er kwam een vrede: het is goed, een vrouw kan predikant zijn’

Het wordt een pittig proces voor haar. “Het is een hele worsteling geweest: straks ga ik iets doen omdat het me mooi werk lijkt, maar waarvan God niet wil dat ik het doe.” Ook vanuit haar omgeving hoort ze de twee verschillende standpunten over de vrouw in het ambt. “Je voelt je als een pop die aan beide armen wordt getrokken.”

Uiteindelijk is het haar moeder die haar adviseert om zélf naar de Bijbelteksten te gaan kijken. “Dat is het antwoord geweest. Ik ben zelf naar de grondteksten gaan kijken en heb er veel over gelezen. Er kwam snel een soort vrede: het is goed. Een vrouw kan predikant zijn.”

Maar dan start de volgende zoektocht: is het ambt ook geschikt voor haar? “Ik heb die weg altijd willen gaan in Gods afhankelijkheid. Hij kon elk moment zeggen: ‘het is toch niet Mijn bedoeling dat een vrouw predikant is, of dat jij predikant wordt’. Dat zorgde voor rust. Ik sta daar nog steeds voor open, maar dat zou alle bevestiging die ik heb gehad en mijn roeping naar de gemeente tegenspreken.”

Emigreren naar Nederland

Omdat het in België lastig is om als vrouw predikant te zijn, emigreert Anne op haar 25e naar Nederland. Ze volgt de NGK-predikantenopleiding en doet een gemeentestage in Eindhoven. “Mijn moeder is Nederlandse, dus ik heb als kind veel meegekregen van de Nederlandse cultuur. Maar ik kom nog altijd dingen tegen die zó anders zijn. Zo is in België de zondag veel meer een feestdag, waarop je uitgebreid eet met elkaar, terwijl Nederlanders soep met brood eten. Ook de eerste keer Oud & Nieuw in Nederland was een grote cultuurshock: iedereen stak vuurwerk af op straat, terwijl er in België hoofdzakelijk professioneel vuurwerk wordt afgestoken. Die verschillen hebben ook z’n voordelen; je kunt iets op andere manieren bekijken.”

‘Als God je roept, zorgt Hij ook’

Haar familie en netwerk achterlaten in België voelt als offers brengen. Dat wordt versterkt als de grens tussen Nederland en België dichtgaat in coronatijd. “Dat was echt heel confronterend: nu zit ik écht in een ander land. Dat ‘offer’ komt steeds weer terug: ik heb mijn familie al vier maanden niet gezien. Maar als God je roept, zorgt Hij ook. Huisvesting is altijd in orde gekomen, ik heb een echtgenoot gekregen en ik heb veel gastvrije mensen om me heen gehad.”

Predikantschap

Sinds september 2020 is ze deeltijds predikant van NGK Culemborg, een actieve gemeente van zo’n 175 leden. Daarnaast doet ze een PhD in kerkgeschiedenis. “Ik vind het nog altijd heel bijzonder dat ik me fulltime kan bezighouden met mijn passie en liefde voor God en mensen. Door mijn theologieopleiding en stage heb ik de skills gekregen om mensen te helpen. Ik mag altijd weten: het komt niet van mij, maar van God.”

Dat ze ‘nog maar’ 29 jaar is, ziet Anne niet als belemmering voor haar pastorale taken. “Ik heb zelf best wat meegemaakt op jonge leeftijd. Als iemand me vertelt dat hij het lastig vindt om zo weinig te kunnen, dan weet ik wat dat is omdat ik Pfeiffer heb gehad. Je kunt nooit alles hebben meegemaakt, dat is ook niet de bedoeling. Als je openstaat voor de ander, zijn levensverhaal en zijn relatie met God, dan hoeft leeftijd geen verschil te maken.”

Corona

Al vanaf dat Anne predikant is, komt de gemeente niet meer fysiek samen. Heel jammer, vindt Anne: ze keek juist zo uit naar het samen optrekken als gemeenschap. “Spontaan contact is een belangrijk aspect van pastoraat en het herder zijn, dat is nu heel lastig. Ik heb er wel goede hoop in dat dat gaat veranderen, zeker met de vaccinaties. Als het straks beter weer is, kunnen we ook meer buiten doen.

Ik geloof dat deze periode niet alleen maar narigheid brengt. Het bepaalt je meer bij de kern van kerkzijn. Omdat heel veel dingen nu niet kunnen, denk ik vaak: wat doen we eigenlijk op zondagochtend? Wie is God, wat betekent geloof in deze situatie? Onlangs hadden we een online Avondmaalsdienst, met als thema ‘Verbonden door de Heilige Geest’. Ik denk niet dat we aan dit thema hadden gedacht als er niets aan de hand was. In deze tijd lichten andere facetten van de Bijbel op. Dat vind ik bemoedigend.”

God op de eerste plaats

“God vraagt van ons om Hem op nummer 1 te zetten. Dat je in alles wat je doet, nagaat: wat vraagt God van mij? Dat heeft op heel veel gebieden invloed: hoe je omgaat met mensen, hoe je je geld uitgeeft. We hebben een mooie handleiding gekregen, maar het is een levenslange zoektocht. We zijn toch vaak bezig met wat we zelf willen of wat anderen van ons vinden.

Ook voor mijzelf is dat een zoektocht. Ik zie altijd dingen die beter zouden kunnen. Na een gesprek denk ik soms: ik had het beter op díe manier kunnen zeggen. Het lijkt alsof het vooral gaat om wat we doen, maar het gaat om het besef dat we Zijn geliefde kinderen zijn. Het maakt me niet waardevoller als ik heel veel doe. Als je God op de eerste plaats zet, komt alles in het licht van Zijn genade te staan. Het laat zien wat er belangrijk is en wat niet.”

‘Het maakt me niet waardevoller als ik heel veel doe’

“In Mattheüs 11:28 zegt Jezus: ‘Kom tot Mij, allen die vermoeid en belast zijn, dan zal Ik jullie rust geven.’ Daarin zit de clou: telkens bij God terugkomen. Dat kan door gebed en Bijbellezen, maar ook door muziek, natuur en kunst. God staat met open armen te wachten, zoals de Vader van de verloren zoon. Wat we ook hebben gedaan – ook al was het niet Zijn bedoeling voor ons – Hij verwelkomt ons en heeft ons lief.

‘Mijn hart is onrustig, tot het rust vindt in U’, schreef Augustinus. We mogen naar God komen om rust te ontvangen. Aan de andere kant denk ik dat God je voor uitdagingen kan plaatsen waardoor je je níet rustig voelt. Maar dan mag je ook weten: wat Hij van je vraagt, kun je aan met Hem.”

Lees ook: Mathilde (28), dominee in Syrië: 'Als er geen mannen meer zijn, doe ik het!'