Eva Logo
9 maart 2021 in Hoofd & hart

Column Hanneke: duizendmaal dank

Tijdens de veertigdagentijd besluit Hanneke om niet iets te láten, maar juist iets te dóen; danken.

Een heel aantal jaar geleden kreeg ik van iemand die weet wat het juiste cadeau op het juiste moment is het boek Duizendmaal dank van de Canadese auteur Ann Voskamp. Ik was in het voorafgaande jaar binnen een tijdsbestek van een paar maanden afgestudeerd, naar een andere provincie verhuisd en voor het eerst moeder geworden. Eigenlijk was dat wel een beetje veel van het goede. Ik voelde mij ontworteld, opgesloten in mijn nieuwe moederrol en eerlijk gezegd allesbehalve dankbaar.

Hoewel het in die situatie waarschijnlijker was geweest dat ik een boek met zo’n overenthousiaste titel onmiddellijk opzij zou hebben gelegd, heb ik – misschien om de gever niet teleur te stellen – het toch gelezen. En ik werd erdoor geraakt. In haar prachtige bewoordingen beschrijft Ann Voskamp hoe ze, dwars door de butsen en deuken van haar leven heen, de uitdaging aangaat om een lijst van duizend dingen te maken die haar dierbaar zijn. Duizend zegeningen. Duizend geschenken van God. Kortom, duizend dingen waar ze dankbaar voor is. Ze maakt de lijst en ontdekt de bevrijdende kracht van dankzegging. En ik met haar.

Ik genoot van het boek en sloot de les die Ann Voskamp leerde in mijn hart, tipte anderen om haar boek ook te lezen. Maar daar bleef het bij.
En toen kwam er, vijf jaar geleden, een veertigdagentijd. 

Ik ben helemaal niet opgegroeid met het besef dat er überhaupt zoiets als een veertigdagentijd bestáát. In de gereformeerde kerk waar ik opgroeide vierden we de grote christelijke feesten en ik wist nog net dat er zoiets was als Advent, maar verder ging mijn kennis over het kerkelijk jaar niet.
Toen ik theologie studeerde kwam daar verandering in. In mijn kerk kwam meer belangstelling voor, en invulling van, onder andere de voorbereidingstijd voor Kerst en Pasen. Tegelijkertijd leerde ik door mijn studie meer over de inhoud van het kerkelijk jaar.
 

Steeds meer mensen in mijn omgeving vertelden dat zij tijdens de veertigdagentijd aan een vorm van vasten deden. De een snoepte niet, de ander dronk geen wijn en weer een ander liet Facebook veertig dagen met rust.

Het zal mijn eigenwijsheid zijn, maar mij leek het eigenlijk wel mooi om in plaats van iets te laten, juist iets te dóén in de veertig dagen voor Pasen. Daarom postte ik vijf jaar geleden, geïnspireerd door Duizendmaal dank, iedere dag van de veertigdagentijd één punt van dank op Facebook (dat konden de Facebook-vasters dan weer niet lezen, maar je kunt niet alles hebben). Ik maakte een foto van iets alledaags of bijzonders en vertelde erbij waarom ik er dankbaar voor was. Het hardop en publiekelijk danken was voor mij een oefening om mijn ondankbaarheid los te laten en mij veertig dagen lang te richten op de Gever van alle goede dingen. 

In de jaren daarna deed ik niet altijd iets met de veertigdagentijd. Ik liet hem achteloos voorbijgaan, vulde hem in met iets anders (één jaar stuurde ik veertig dagen lang iedere dag iemand een kaartje) of koos er bewust voor om er dat jaar niets mee te doen omdat het leven zelf, zonder extra aandachtspunten, al genoeg vuurwerk opleverde.

Op 17 februari van dit jaar was het weer Aswoensdag: het begin van veertig dagen (plus de zondagen) toeleven naar Pasen. En ik wilde weer danken. Ik denk juist ook omdat de omstandigheden niet ideaal zijn. Er is genoeg reden om te gaan zitten mokken. Genoeg om over te mopperen en zeuren. Er is genoeg wat niet kan of mag om er bitter van te worden. En ik klaag met volle overgave naar God om al het veel grotere verdriet dan het mijne. Maar zelf wil ik en hoef ik de last van bitterheid niet dragen. Ik mag bevrijd worden. Bevrijd door dankzegging.

Dus ik kijk om mij heen en ik dank.
Voor spelende kinderen, voor bloemen met hun vrolijke kleuren, voor een rustige werkplek, voor mijn fietstochtjes naar school (omdat ze er weer zijn!), voor degenen die ons afval ophalen, voor riet dat gewiegd wordt door de wind en gestreeld door de zon.

En ik merk dat mijn blik verandert.
Dat mijn hart verandert.

Ik moet denken aan de tekst op een bord dat aan een huis in mijn geboortedorp hangt: het geeft niet als je iets niet hebt, als je maar niets tekortkomt. Ik kom niets tekort. Wat heb ik veel! Mijn beker vloeit over. Die veertig dagen danken zullen wel lukken. En misschien, met Ann Voskamp, zelfs wel duizend dagen. 

Lees ook: Vasten: je leegmaken voor God

Tekst: Hanneke Veurink