Eva Logo
‘Ik moest hem loslaten, terwijl je daar nog helemaal niet aan toe was’
18 maart 2021 in Lijf & leven

‘Ik moest hem loslaten, terwijl ik daar nog helemaal niet aan toe was’

‘Loslaten’ is een thema in Nelleke’s leven. Naast het verlies van haar zoontjes, moest zij het onbezorgd zwanger zijn loslaten. “Ik voelde me gebroken, maar mocht mijn zoons in Gods handen loslaten.”

“Ik zat op de wc en zag ineens dat ik licht bloedverlies had,” begint Nelleke over haar eerste zwangerschap, veertien jaar geleden. Ze zit op dat moment in de zevenentwintigste week. “Verder had ik nergens last van, toch belde ik de verloskundige. De baby bleek veel vocht vast te houden en ik werd direct opgenomen in het ziekenhuis. Ik was in paniek toen ik dat hoorde, tegelijkertijd ging ik mee in de hectiek van de situatie.”

Midden in de nacht wordt ze wakker gemaakt en hoort ze dat haar kindje bloedarmoede heeft. “Haar Hb-gehalte was 2,7, terwijl dat normaal gesproken rond de 11 moet zijn. Een paar uur later stond de ambulance klaar en moesten we beslissen of we een behandeling, die niet zonder risico’s was, aangingen. Mijn man en ik hebben toen een moment voor onszelf genomen om in de Bijbel te lezen en rust te pakken. Uiteindelijk was de behandeling onze beste optie. Met veertig weken werd mijn gezonde dochter Annieke geboren.”

Onbezorgd zwanger

“Ik heb midden in mijn zwangerschap het onbezorgd zwanger zijn los moeten laten. De dertien weken dat ze nog in mijn buik zat waren spannend. Ik kon niet meer voor haar zorgen en heb haar in de handen van haar Hemelse Vader moeten leggen.”

‘Ineens blijkt het hartje van haar kindje niet meer te kloppen’

Twee jaar later is Nelleke weer in verwachting, ditmaal van een zoon. “De zwangerschap verliep goed, al was ik de eerste nog niet vergeten.” Met 37 weken gaat ze naar de wekelijkse controle. Ineens blijkt het hartje van haar kindje niet meer te kloppen. “De artsen hebben er nooit een verklaring voor kunnen geven. Ik moest gaan bevallen van een kindje dat niet meer leefde. Paniek en verdriet komen op zo’n moment samen. Ik riep meteen: ‘Dat kan ik niet!’”

Engelen

“Je hebt een kindje dat zelfs niks meer doet. Hoe gaat hij eruit komen?” Nelleke’s gedachten veranderen wanneer ze die nacht iets bijzonders meemaakt. “Ik had weeënopwekkers gekregen om de bevalling op gang te brengen en probeerde wat te slapen om kracht te besparen. Midden in de nacht werd ik wakker van de eerste wee. Ik deed mijn ogen open en zag iets in de hoeken van de kamer. Het waren engelen. Ik voelde rust over mij heen komen en ik ervaarde kracht en moed om deze bevalling door te komen. Het was een goede bevalling.

‘Ik voelde rust en ik ervaarde kracht en moed om deze bevalling door te komen’

We waren ontzettend verdrietig toen Karsten was geboren. Je hebt letterlijk de dood in handen en moet hem al loslaten, terwijl je daar nog helemaal niet aan toe bent. Wanneer je thuiskomt word je er direct mee geconfronteerd. Het wiegje stond klaar en de kraamhulp staat naast je bed, maar je hebt geen levend kindje.”

Boos op God

“Op een gegeven moment waren de tranen op en bleef de boosheid over. Mijn waaromvragen heb ik naar de hemel geschreeuwd. Op geen enkele vraag heb ik antwoord gekregen, maar de behoefte om antwoord te krijgen op mijn vragen verdween. Ik mocht de vragen bij God laten. Drie maanden na het overlijden en de bevalling van Karsten is Nelleke opnieuw zwanger. “De angst dat het mis zou gaan was er elke dag. Gelukkig verliep deze zwangerschap als enige goed en in 2009 kwam onze zoon Joas ter wereld.”

Chromosomale afwijking

Tijdens Nelleke’s vierde en laatste zwangerschap ervaart ze opnieuw dat het leven niet maakbaar is. “Het was 2 januari 2012. Ik kreeg een echo en was ondertussen zestien weken in verwachting. Ik keek naar beeldscherm, maar snapte niet wat ik zag. Bij de vorige kinderen was duidelijk het lijfje en het hoofdje te zien, maar nu zag ik ze niet. De echoscopist zei: ‘Het ziet er niet goed uit’. We werden apart genomen en kregen te horen dat ons kindje een chromosomale afwijking had en al vrij snel werd duidelijk dat hij zou komen te overlijden. Wanneer dat zou zijn was onduidelijk, dit kon voor, tijdens of na de bevalling zijn.

‘In 2009 kwam onze zoon Joas ter wereld’

We werden doorverwezen naar een gynaecoloog die tegen ons zei: ‘Ik kan nu een afspraak voor een abortus maken, dan bent u er binnen een week vanaf’. Medisch gezien was deze afwijking reden voor een abortus. Mijn man heeft meteen gezegd: ‘Wij geloven dat het leven van God komt en willen niet eens nadenken over een abortus.’”

Matthijn

“We hebben veel gesprekken gehad over het perspectief dat er was. Alle scenario’s zijn voorbijgekomen en daarin zijn we goed begeleid. We hebben tot God gebeden of het kindje in mijn buik mocht overlijden. De gedachte dat hij tijdens de bevalling zou overlijden vond ik verschrikkelijk.

'God was bij ons en Hij heeft voor ons gezorgd'

We hadden besloten dat, mocht het kindje levend ter wereld komen, we niet met toeters en bellen hem in leven zouden proberen te houden.  We wisten dat het einde een keer zou gaan komen. Op 3 mei hadden we een controle en bleek het hartje niet meer kloppen. Een dag later is Matthijn geboren.”

Waarom wij?

“Ondanks dat we dit al eens eerder hadden meegemaakt voelde ik mij gebroken en had ik dezelfde vragen aan God. Waarom overkomt dit ons? Nu ik terugkijk kan ik wel zeggen dat God bij ons was en dat Hij voor ons heeft gezorgd. Ik heb Karsten en Matthijn in Gods handen mogen loslaten.”

Twee vogeltjes

“Een paar jaar na het overlijden van Matthijn heb ik alle babykleertjes van de kinderen uitgezocht. Om zo de babytijd in mijn gezin los te kunnen laten. In onze gemeente had een textielkunstenares een troostproject opgezet met textielverwerking. Ze maakte bijvoorbeeld van de oude jurk van een overleden dierbare een knuffelhaasje. Bij alle kinderen, dus ook bij Karsten en Matthijn, heb ik een eerste pakje gekocht. Die heb ik altijd bewaard. Aan de kunstenares heb ik gevraagd of ze daar iets van wilde maken. Uiteindelijk heeft ze twee kleine vogeltjes gemaakt. Toen ik de vogeltjes aan de muur in onze kamer zag hangen kon ik voor het eerst met een blij gevoel aan Karsten en Matthijn denken. Eindelijk had ik iets tastbaars van hen, dat is een grote stap geweest in het loslaten.

‘Loslaten is een zoektocht en blijft een kwetsbaarheid’

Voor Karsten heb ik een brief geschreven en deze daarna verbrand op het strand, dat had ik nodig om door te kunnen gaan. Uiteindelijk weet ik dat ik meer dierbaren zal moeten loslaten, daar heb ik geen controle over. Loslaten is een zoektocht en blijft een kwetsbaarheid van mij. Er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan Karsten en Matthijn denk, maar de zwaarte van het gemis is niet meer op die manier aanwezig.”

Lees ook: Irene raakte ondanks PCOS tóch zwanger